Wetenschappelijke artikelen

Wil je jouw behandelingen optimaliseren door kennis van de meest recente wetenschappelijke ontwikkelingen? Kun je de wetenschappelijke tijdschriften en onderzoeken niet goed bijhouden, ook al vind je dit erg belangrijk? Kijk dan elke maand op deze pagina naar de Editors Choice, waarin een NVGzP-lid of -leden een aantal wetenschappelijke artikelen van de Uppsy-app kiest en recenseert.

Editors choice – Zomer

Voor de zomer zijn vier artikelen uitgelicht, dit keer door twee leden van de Kamer Specialisten: Fleur Kraanen, klinisch psycholoog/psychotherapeut werkzaam bij Expertisecentrum schematherapie Amsterdam & Annemiek van Dijke, klinisch en klinisch neuropsycholoog werkzaam bij PsyQ.


Fleur: Welk artikel heb je uitgelicht?
Arntz, A., Jacob, G.A., Lee, C.W. (2022). Effectiveness of Predominantly Group Schema Therapy and Combined Individual and Group Schema Therapy for Borderline Personality Disorder – A Randomized Clinical Trial. JAMA Psychiatry, 79 (4), 287-299.

Waarom is juist dit artikel zo belangrijk om te lezen?
Schematherapie wordt momenteel veel toegepast, zowel individueel als in groepen. Hoewel er al relatief veel onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van deze therapie, is dit, voor zover ik weet, de eerste studie die het effect van verschillende formats van schematherapie (enkel in groepsformat of in groepsformat met aanvullend individuele sessies) met elkaar heeft vergeleken. Daarnaast was er ook een controlegroep van patiënten die treatment-as-usual kreeg aangeboden. Uit de resultaten bleek dat patiënten met borderline persoonlijkheidsstoornis die zowel individuele als groepssessies kregen, het meest te profiteren van de behandeling.

Ik vind dit artikel de moeite waard om te lezen, omdat het een relevant onderzoek betreft dat resultaten oplevert die meteen toepasbaar zijn in de praktijk. Bovendien is het een methodologisch goed uitgevoerde studie waarin veel aandacht is besteed aan de generaliseerbaarheid van de bevindingen door gebruik te maken van een internationaal multicenter design, er een groot aantal patiënten deelnam (N = 495) en de studie is uitgevoerd in reguliere GGZ-instellingen.

https://uppsy.nl/articleId/5312 (via @Uppsy)


Fleur: Welk artikel heb je uitgelicht?
Merkouris, S.S., Rodda, S.N., Dowling, N.A. (2022). Affected other interventions: a systematic review and meta-analysis across addictions. Addiction, 1-22.

 Waarom is juist dit artikel zo belangrijk om te lezen?
Er is steeds meer aandacht voor systeemleden van patiënten die in behandeling zijn in de GGZ. Mijn inziens is dit een goede ontwikkeling: systeemleden hebben veel kennis over de patiënt, iemand leeft niet alleen maar is onderdeel van een systeem, en systeemleden kunnen zelf ook gebukt gaan onder de problematiek waar hun naaste mee te maken heeft.

Dit artikel betreft een meta-analyse naar de effectiviteit van interventies voor naasten van patiënten met verslavingsproblematiek gericht op verbeteren van de klachten van de naasten, die van de patiënt of beide. Deze interventies blijken o.a. effectief in het reduceren van depressieve klachten van naasten, het toeleiden van verslaafden naar behandeling, en verbeteren van de partnerrelatiesatisfactie (hoewel resultaten soms niet met elkaar in overeenstemming zijn).

Ik vind dit artikel de moeite waard om te lezen, omdat het de aandacht vestigt op naasten van GGZ-patiënten. Enerzijds ligt de focus op hoe naasten zelf geholpen kunnen worden, maar anderzijds ook op hoe zij iemand met verslavingsproblematiek kunnen helpen richting behandeling. Een extra stimulans dus om naasten te betrekken bij de behandeling, iets waar therapeuten zich vaak wel van bewust van zijn, maar wat in de praktijk toch vaak weinig gebeurt. Hopelijk inspireert dit artikel om dit vaker te doen!

https://uppsy.nl/articleId/5137 (via @Uppsy)


Annemiek: Welk artikel heb je uitgelicht?
Lüönd, A.M., Wolfensberger, L., Wingenbach, T.S.H., Schnyder, U., Weilenmann, S. & Pfaltz, M.C. (2022). Don’t get too close to me: depressed and non-depressed survivors of child maltreatment prefer larger comfortable interpersonal distances towards strangers. European Journal of Psychotraumatology, 13 (1).

Waarom is juist dit artikel zo belangrijk om te lezen?
Behoefte aan afstand en behoefte aan nabijheid zijn basale behoeftes van mensen. Interpersoonlijke afstand is een thema dat de laatste jaren actueel is in ons leven i.v.m. de corona maatregelen. We hebben ervaren wat de consequenties zijn van de anderhalve meter maatschappij. De ene persoon kan er beter mee overweg dan de andere persoon.

Afstand- nabijheid is ook een belangrijk thema in de psychotherapie, bijvoorbeeld op het gebied van de kwaliteit van de therapeutische relatie, de frequentie van sessie afspraken, de groepsgrootte tijdens groepstherapie, en ook mentale afstand-nabijheid in de vorm van veilige of onveilige gehechtheidsrepresentaties. Een groep mensen voor wie (mentale) interpersoonlijke afstand een belangrijk thema is zijn getraumatiseerde mensen.

Er is de laatste tijd veel onderzoek gedaan naar onder andere onveilige gehechtheid bij volwassenen met jeugdtrauma in de voorgeschiedenis. Echter, er is slechts weinig onderzoek gedaan naar fysieke interpersoonlijke afstand in relatie tot jeugdtrauma kenmerken. Uit de PsychoMotore Therapie oefeningen naar persoonlijke ruimte in een interpersoonlijke context weten we dat sommigen veel persoonlijke ruimte nodig hebben, en anderen dus graag op afstand houden, terwijl anderen bijna geen grenzen voor persoonlijke ruimte ervaren en de ander bijna tot tegen de neus laten komen. Dit Zwitserse onderzoek is nou zo interessant omdat het in een experimentele opzet met een oefening zoals beschreven, bij mensen met jeugdtrauma in de voorgeschiedenis interpersoonlijke afstand in meters, ervaring, en kenmerken van jeugdtrauma’s in kaart brengt. De resultaten zijn enerzijds herkenbaar uit de klinische praktijk en stimuleren anderzijds weer tot meer specifiek toepassen van deze informatie in diverse (groeps)behandelingen van mensen met jeugdtrauma in de voorgeschiedenis. Opvallend; voor mensen met jeugdtrauma én depressieve klachten was de afstand het grootst, ong 1,45m dus ongeveer anderhalve meter.

https://uppsy.nl/articleId/5806 (via @Uppsy)


Annemiek: Welk artikel heb je uitgelicht?
Lischke, A., Freyberger, H.J., Grabe, H.J., Mau-Moeller, A., Pahnke, R. (2022). Alexithymic But Not Autistic Traits Impair Prosocial Behavior. Journal of Autism and Developmental Disorders, 52, 2794–2800.

Waarom is juist dit artikel zo belangrijk om te lezen?
Mensen die zich aanmelden in de SGGZ rapporteren soms problemen in het interpersoonlijk of sociaal functioneren. Tijdens de intake en indicatie procedure besteden we daar aandacht aan en komen we soms tot de conclusie dat er mogelijk sprake zou kunnen zijn van autisme/ ASS. Menige werkomgeving heeft geen passend behandelaanbod voor mensen met autisme, en dus worden ze doorverwezen naar specialistische autisme teams of instellingen. En daar ontwikkelt zich een wachtlijst, terwijl het nog maar de vraag of er werkelijk sprake is van voldoende kenmerken om tot een diagnose ASS te komen. Niet alleen mensen met ASS melden dat ze moeite hebben met emoties en sociaal functioneren. Ook mensen met alexithymia (geen woorden voor emoties) melden dat ze moeite hebben met (emotionele) sociale aansluiting. Meer aandacht voor alexithymia bij andere stoornissen dan ASS zou dus kunnen helpen mensen onnodig op lange ASS wachtlijsten te plaatsen, want alexithymia komt juist ook voor bij mensen met jeugdtrauma, borderline persoonlijkheidsstoornis, depressie, PTSS, etc. Alexithymia is dus geen stoornis specifiek fenomeen, maar eerder een transdiagnostisch fenomeen.

Dit onderzoek is nou zo interessant omdat het de mate van problemen met sociale cognitie en sociale interactie onderzoekt bij mensen met en zonder ASS en kenmerken van alexithymia. Niet alleen door middel van vragenlijsten maar ook met behulp van een taak/ game is onderzoek gedaan naar sociaal functioneren. Wat blijkt? Problemen in sociaal functioneren werden niet zozeer gemaakt door mensen met hoge ASS scores maar juist door mensen met hoge mate van alexithymia. Dit is een eerste onderzoek naar alexithymia en de invloed daarvan op sociaal disfunctioneren en prosociaal gedrag bij mensen met en zonder ASS. Om de conclusies te ontkrachten of juist meer kracht bij te zetten is nog meer onderzoek nodig op dit gebied. Maar voor nu: denk niet te snel, deze persoon is niet zo sociaal in het contact dus het zal wel een ASS zijn. Verdiep je eens in alexithymia en vraag je af of je observaties en de gerapporteerde klachten ook door alexithymia verklaard zou en kunnen worden.

https://uppsy.nl/articleId/5686 (via @Uppsy)


Wil je meer lezen over het Editors choice artikel en dagelijks up-to-date de werkvloer op stappen, dat kan met de Uppsy-app. Geen lid van Uppsy? Geen probleem, je kunt via www.uppsy.nl een proefabonnement afsluiten en als NVGzP-lid voor een jaar lang lid worden met 30% korting.

Archief

Editors choice mei 2022 – Annemiek Bergman
Twee artikelen gaan over depressie: ‘Wat zijn onderliggende cognitieve kwetsbaarheden’ en ‘Waardoor werkt behandeling bij 1/3 van de patiënten niet?’. En twee artikelen besteden aandacht aan: ‘Stigma’s onder jongeren’ en ‘Invloed van vrouwelijke hormoon estradiol op PTSS-klachten’.

Editors choice april 2022 – Emma Deckers
Recensies van vier artikelen over: ‘de zin en onzin van evalueren’, ‘trauma en middelenmisbruik integraal behandelen’, ‘suicide preventie door jongeren zelf’, ‘EMDR onder de loep’