Wat brengt de DSM-5 ons?

29-01-2016


Merel van Daalen

Verslag van Cure & Care Seminar over de DSM-5 op 19-01-2016 door Ton van Heugten (klinisch psycholoog-psychotherapeut)

Op 9 april 2015 verscheen de Nederlandse vertaling van de DSM-5: het Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5®). De Amerikaanse editie was er al langer. Via de media hoorde ik vooral kritiek over de DSM-5. Ik was ook benieuwd naar de toekomstige classificatie van psychische stoornissen. En ik zag er ook tegen op – weer een verandering – want er gebeurt immers al genoeg in de GGZ-land. Maar wat is er veranderd ten opzichte van de DSM-IV-TR en wat kunnen we leren van de DSM-5?

Om een antwoord te krijgen op deze vragen nam ik op 19 januari deel aan het seminar ‘Wat elke psycholoog over de DSM-5 moet weten’. Docent Ton van Heugten nam ons in drie uur mee langs de voor- en nadelen van DSM-classificatie, de verschillen tussen DSM-IV en DSM-5 en de manier waarop je in de praktijk met de DSM kunt werken.

Verschillen tussen DSM-IV en DSM-5

Wat is er technisch veranderend in onze stoornissenhandboek? Beetje stoffig, maar toch:

  • De vijf assen, waar we zo aan gewend zijn geraakt, zijn vervallen. As I, II en III zijn samengevoegd: psychische stoornissen (inclusief persoonlijkheidsstoornissen en verstandelijke beperking) en lichamelijke aandoeningen worden samen genoemd.;
  • De voormalige As-IV problematiek (psychosociale factoren) is uitgebreid en onder de stoornissen gevoegd;
  • De volgorde waarin de verschillende classificaties worden genoemd, wordt bepaald door relevantie in het ziektebeeld en qua behandeling (waar is deze op gericht?);
  • ‘Geen diagnose’ vervalt: wat er niet is wordt niet benoemd;
  • De Gaf-score is verdwenen omdat deze weinig conceptueel helder en hiermee valide was: in de zaal wordt het bepalen van de Gaf-score “natte vingerwerk genoemd”, wat wel aansluit bij mijn persoonlijke ervaring. De WHODAS zou meer uitkomst bieden;
  • Inhoudelijk zijn er classificaties samengevoegd (autistische beelden zijn samengevoegd tot een spectrum) en er zijn classificaties bijgekomen (om er zo maar twee te noemen: de disruptievestemmingsdysregulatie stoornis en de verzamelstoornis);
  • De indeling is veranderd: sommige hoofdstukken zijn vervallen (zoals stoornissen op zuigingenleeftijd etc.), andere zijn hoofdstukken opgesplitst (aparte hoofdstukken voor depressieve beelden en bipolaire beelden) en er zijn nieuwe hoofdstukken toegevoegd (zoals een hoofdstuk voor obsessieve-compulsieve stoornissen). Zie verder dsm-5-nl.org voor meer info.

Verbetering?

Zijn deze veranderingen ook een verbetering? Mijn indruk is dat DSM-5 logischer en eenvoudiger is dan zijn voorganger. Als algemeen gebruiker (ik ben zeker geen expert) kan ik geen veranderingen noemen die ik onlogisch vind of niet begrijp, of belangrijker: waar ik niet mee zou kunnen werken. Best een kleine opluchting wat mij betreft. Maar oordeel vooral zelf.

Kunnen we psychische problematiek beter begrijpen door de komst van de DSM-5? Dit lijkt niet zozeer het geval, maar belangrijker nog, ook niet het doel. De DSM is bedoeld  om  structuur en overzicht te brengen  in de complexiteit van psychische symptomen en biedt een gezamenlijke taal voor behandelaren  en onderzoekers van psychische stoornissen over de hele wereld (naast de ICD-10). En het mag gezegd, ook al is het een open deur, dat dit toch wel erg handig is.

De hoop was ooit dat de DSM verklaringen en oorzaken (met een onderliggend organisch substraat) voor psychische problematiek zou bundelen. Hier laat de menselijke psyche zich echter te weinig voor vangen. Psychische problematiek blijkt steeds ingewikkelder en afhankelijk van verschillende factoren (zie het alom bekende bio-psycho-sociale model). Een belangrijk boodschap van Ton van Heugten is dan ook dat onze classificaties een construct zijn en niet een afspiegeling van de complexe werkelijkheid. En dat vinden wij als psychologen toch ook juist zo leuk, nietwaar? Het nut van de DSM dient losgetrokken te worden van waarheidsvinding of het bepalen van welke behandeling geschikt is (en of deze behandeling vervolgens al dan niet gefinancierd wordt).

Hoe de DSM-5 te gebruiken?

De vraag die Ton van Heugten met ons wil beantwoorden is hoe we recht kunnen doen aan deze complexiteit en daarmee aan onze patiënten en onszelf als beoefenaars van de psychologie. Volgens Van Heugten ligt het antwoord bij een goede beschrijvende diagnose, ofwel een verhaal over de patiënt waarin vele factoren samenkomen (o.a. syndroom, hypothesevorming over het ontstaan, predisponerende en luxerende factoren). In het seminar oefenen we samen met het formuleren van deze beschrijvende diagnosen en daaruit kan de DSM-classificatie worden afgeleid.  Leerzaam en helder is dat geoefen.

Bij het naar huis gaan stelt de complexiteit van de psychologie mij vooral gerust. Je kan een mens, en diens psychische problemen, niet vangen in een classificatie. Gelukkig is de werkelijkheid zoveel complexer. Want uiteindelijk gaat het daar toch om in ons vak, die ander zien en leren begrijpen? Wat dit seminar mij geleerd heeft is dat de DSM-5 daaraan zeker kan bijgedragen.

Merel van Daalen is gz-psycholoog en werkzaam bij De Viersprong.

Het Seminar ‘Wat elke psycholoog over de DSM-5 moet weten  wordt georganiseerd door CCD in samenwerking met de NVGzP, de VGCt en de VEN. De seminars vinden plaats in de avonduren, op diverse locaties in het land. Eerstvolgende data: Amsterdam (16 februari), Zwolle (15 maart) en Rotterdam (12 april).

Klik hier voor meer informatie en aanmelding.

One thought on “Wat brengt de DSM-5 ons?

Comments zijn gesloten