Waarde van ROM wordt bepaald in de behandelkamer, niet aan de onderhandelingstafel met zorgverzekeraars

P3NL [1] is positief over Routine Outcome Monitoring (ROM) [2] als vast onderdeel van psychologische, psychotherapeutische en pedagogische behandeling en begeleiding omdat hiermee een bijdrage kan worden geleverd aan de kwaliteit, effectiviteit en efficiency ervan. Zonder ROM is gepast gebruik van zorg en transparantie over de effectiviteit niet mogelijk. Verschillen in ROM-gegevens kunnen onder andere dienen als leermiddel in intervisie en supervisie (‘leren door vergelijking met vergelijkbare anderen’) op het niveau van de individuele behandelaar, afdeling of instelling. ROM-gegevens kunnen echter nog niet worden gebruikt voor verantwoording richting bijvoorbeeld zorgverzekeraars.

P3NL reageert hiermee op het rapport van de Algemene Rekenkamer (en het daarop gebaseerde krantenbericht en het artikel in Zorgvisie) over de ontwikkeling van de bekostiging in de GGZ en het gebruik van uitkomst-criteria bij de zorginkoop. Het rapport geeft volgens P3NL geen directe aanleiding het eerdere standpunt over de toepassing van de ROM en het aanleveren van ROM-gegevens aan SBG te wijzigen. P3NL staat daarmee achter het uitvoeren van de meerjaren afspraken die hierover zijn gemaakt in de Agenda voor Gepast Gebruik en Transparantie binnen de GGZ. Daarbij herkent de federatie van psychologen, psychotherapeuten en pedagogen zich goed in de conclusies van de Algemene Rekenkamer dat het financieren van de zorg op basis van uitkomst nog ver weg is, alsook in de genuanceerde reactie van de minister op dit rapport.

TOELICHTING

ROM en behandeling
ROM op het individueel patiëntenniveau is het systematisch en herhaaldelijk gebruiken van psychometrisch verantwoorde meetinstrumenten voor klachten, maatschappelijk functioneren en/of kwaliteit van leven. Dat kan een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit, effectiviteit en efficiency van psychologische, psychotherapeutische en pedagogische behandeling en begeleiding. Daarvoor is een aantal redenen:

  • het maakt zichtbaar hoe de klachten, het functioneren en/of de kwaliteit van leven zich gedurende de behandeling in de beleving van de patiënt ontwikkelen (transparantie);
  • het wordt makkelijker de voortgang van de behandeling geregeld met de patiënt te bespreken en, als daar aanleiding toe is, de behandeling succesvol af te sluiten of het doel en aanpak van de behandeling tijdig bij te sturen (gepast gebruik);
  • de patiënt krijgt meer ruimte om mee te beslissen over duur, doel en aanpak van de behandeling (gezamenlijke besluitvorming).

Deze voordelen wegen in de visie van de bij P3NL aangesloten verenigingen op tegen de tijd en kosten die behandelaars en patiënten aan ROM besteden. Tijd en kosten die zich ruimschoots terugverdienen in efficiëntere zorg. ROM komt ook niet voor niets terug in de verschillende behandelrichtlijnen en zorgstandaarden als belangrijk hulpmiddel in het organiseren van het behandelproces. Ze is daarom ook opgenomen in het Kwaliteitsstatuut van de GGZ. De professional en patiënt kunnen, zo betogen de bij P3NL aangesloten beroepsverenigingen, niet zonder ROM.

ROM en verantwoording
In verschillende bestuurlijke akkoorden heeft de GGZ-sector – vertegenwoordigd door werkgevers, beroepsverenigingen, patiëntenorganisaties, verzekeraars en overheid – afspraken gemaakt over het gebruik van ROM als verantwoordingsinstrument. Deze afspraken houden in dat GGZ-instellingen – en sinds 1 januari 2014 ook vrijgevestigden – van iedere behandeling een begin- en een eindmeting aanleveren bij de Stichting Benchmark GGZ (SBG). Hierbij is een beperkt aantal algemene meetinstrumenten toegestaan. De SBG berekent de effectiviteit van een behandeling op basis van deze begin- en eindmeting. De SBG geeft instellingen en zorgverzekeraars inzicht in de behandeleffecten [3] op instellingsniveau. Hiervoor is een rapportagemodule ontwikkeld, BRaM, waar gebruikers zelf rapportages mee kunnen maken.

P3NL is positief over het openbaar en daarmee transparant maken van geaggregeerde ROM-gegevens van individuele behandelaars, afdelingen of instellingen. Van belang daarbij is dat de privacy van de cliënt gewaarborgd is en dat bij het vergelijken van ROM-gegevens (en benchmarking) rekening wordt gehouden met de aard en ernst van de onderliggende problematiek (‘casemix’).

Omdat dit laatste nog onvoldoende mogelijk is, staat P3NL op dit moment, maar niet uit principe, nog negatief tegenover het gebruik van benchmarks op basis van ROM-gegevens als basis voor de vergoeding van behandelingen en het inkopen en contracteren van behandelaars of instellingen.

ROM en transparantie
P3NL is dus voorstander van verantwoording en transparantie van behandelresultaten. Dit sluit aan bij een maatschappelijke ontwikkeling, waarin bepaalde prestaties van bijvoorbeeld scholen [4] en ziekenhuizen in toenemende mate toegankelijk zijn. Volgens P3NL zouden geaggregeerde ROM-gegevens van individuele behandelaars en instellingen dat ook moeten zijn. Echter, een GGZ-stelsel waarin behandelresultaten, individueel of per instelling, tegen benchmarks worden afgezet met financiële of contractuele gevolgen, gaat de P3NL vooralsnog te ver. Daarvoor is de aanlevering van behandelresultaten aan de SBG nog teveel ‘werk in uitvoering’.

Het is op dit moment namelijk nog onvoldoende mogelijk om behandelresultaten te corrigeren voor verschillen in casemix. Dit ‘casemix’-probleem is waarschijnlijk nooit helemaal oplosbaar, maar op termijn wel goed genoeg om op basis van ROM-gegevens vergelijkbare behandelaars of instellingen die onvoldoende presteren te identificeren. Wel kunnen benchmarks nu al gebruikt worden als uitgangspunt voor discussie tussen behandelaars, afdelingen en instellingen over de aanpak en kwaliteit van hun behandeling. Benchmarking als kwaliteitsinstrument past in een meet-bespreek-en-verbetercyclus.

[1] P3NL vertegenwoordigt ruim 20.000 zorgaanbieders, psychologen, psychotherapeuten en pedagogen, die dagelijks aan de slag zijn op het gebied van geestelijke gezondheidszorg, jeugdhulp en ondersteuning. De federatie P3NL is in april 2015 opgericht door negen verenigingen. Dit zijn beroepsverenigingen en/of wetenschappelijke verenigingen. De negen leden van P3NL zijn: NIP (Nederlands Instituut van Psychologen), NVGzP (Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen), NVO (Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen), NVRG (Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie), NVVS (Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging Voor Seksuologie), VEN (Vereniging EMDR Nederland), VGCt (Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie), VKJP (Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie) en VPeP (Vereniging voor Persoonsgerichte Experiëntiële Pyschotherapie).

[2] Het periodiek en herhaald meten van de voortgang van de behandeling.

[3] Het behandeleffect wordt, voor zover na te gaan, gebaseerd op de resultaten in het primaire meetdomein. Dit verschilt per zorgdomein. Voor bijvoorbeeld het zorgdomein Volwassenen Cure (korte behandelingen) is dat het meetdomein Klachten en symptomen, voor het zorgdomein Volwassenen met Ernstige Psychiatrische Aandoeningen is dat het meetdomein Functioneren.

[4] Zie: www.scholenopdekaart.nl

 

15 thoughts on “Waarde van ROM wordt bepaald in de behandelkamer, niet aan de onderhandelingstafel met zorgverzekeraars

  1. Het is voor mij onbegrijpelijk dat de verenigingen verzameld in p3nl bij voorbaat al zeggen positief te staan tegen de invoering van het ROMmen. En zich daarmee committeren met de door derden (ZN) opgelegde voorwaarden en eisen t.a.v. (het vergoeden van) een psychotherapeutische behandeling.
    Stel eerst als voorwaarde voor gebruik van het ROMmen
    1.dat eerst de privacybescherming van de cliënt gegarandeerd wordt.
    2. de betrouwbaarheid en validiteit uitstekend is
    3.dat de ROM-gegevens niet restrictief of beknottend ingezet gaat worden

    De bovenstaande berichtgeving van de NVGzP vind ik voorbarig en tendentieus en staat diametraal t.o. het lopende petitie tegen het ROMmen geïnitieerd door diverse hoogleraren en behandelaren.

    Ik overweeg mijn lidmaatschap op te zeggen.

  2. Als ik zie hoeveel psychologen de oproep tekenen op stoprom.com om te stoppen met ROM als benchmark dan vraag ik mij ten zeerste af of P3NL hiermee het standpunt vertolkt van het merendeel van de leden. Wij zijn ook voorstander van transparantie. Juist daarom wijzen we uitspraken op basis van troebele cijfers af.
    Zijn de negen lidverenigingen allemaal gevraagd of ze dit standpunt delen? Hebben de verenigingen een idee wat hun leden vinden?
    Ik nodig die 20000 leden die zij vertegenwoordigen van harte uit een petitie te starten: ROM als benchmark moet blijven. Ik durf wel te voorspellen dat die weinig steun zal krijgen.

  3. Ik schrik heel erg van het positieve standpunt van mijn(?) vakvereniging ten opzicht van de ROM en zelfs om dit in de toekomst als verantwoordingsinstrument te geven aan de zorgverzekeraars. Liever zou ik zien dat jullie alle leden oproepen om de petitie http://www.stoprom.com te tekenen! Gezien het aantal handtekeningen dat reeds verzameld is, ben ik niet de enige en vast ook niet binnen de NVGzP-leden!

  4. Hoe is het mogelijk dat er geen reacties worden weergegeven? Ik vernam namelijk dat een collega een tegengeluid heeft gegeven: “Het is een schande dat u ROM goedkeurt! Er is een petitie tegen gestart en ik hoop dat al uw 20.000 leden die ondertekenen: https://www.petities24.com/forum/185603“.
    Ook ik wil mijn steun betuigen voor al die collega’s met een hart voor de zorg en die de energie hebben en op kunnen brengen om op te komen tegen de bureaucratie en slechte besluitnemingen voor onze maatschappij. Ik mis van de NVGZP een objectief en kritisch tegengeluid en ben benieuwd of mijn reactie ook wordt genegeerd en niet geplaatst.

  5. Ik snap niet zo goed dat hier geen reacties zichtbaar zijn. Niet echt transparant van de nvgzp

    Rommen voor individuele behandeling twee duimen omhoog. Informatie aanleveren aan SBG is onzinnig en gevaarlijk omspringen met privacygevoelige informatie.

    Weg ermee!

    1. Het bestuur heeft een aantal reacties mogen ontvangen van bezorgde leden over de actie “Stop ROM als benchmark in de GGZ” en het standpunt van P3NL hierover, zoals gepubliceerd op onze website. Leden vragen wat het standpunt is van de NVGzP in deze kwestie. Op de eerste plaats is de NVGzP van mening dat de discussie rondom ROM en benchmarken niet helemaal zuiver wordt gevoerd omdat verschillende doelstellingen van deze instrumenten, want daar hebben we het over, door elkaar worden gehaald. Daarmee krijgt deze discussie, en met name het invullen van de petitie naar aanleiding van de actie “Stop ROM als benchmark in de GGZ”, iets van het stemmen in een referendum. Het gaat niet meer alleen om de vraag wat we vinden van het gebruik van benchmarkgegevens in het kader van zorgcontractering, maar gaan ook andere sentimenten rondom bijvoorbeeld routine outcome monitoring een rol spelen. Dat betreuren wij aan deze actie. Want, het standpunt van de NVGzP is dat we zeker niet moeten stoppen met ROM. ROM is een belangrijk instrument voor de professional om te gebruiken in zijn behandeling van patiënten. Het biedt een steeds meer bewezen effectieve en efficiënte bijdrage aan de kwaliteit van behandeling. Het is een instrument dat bijdraagt aan transparantie, gezamenlijke besluitvorming met de patiënt en gepast gebruik. ROM op het individueel patiëntenniveau in de vorm van het systematisch en herhaaldelijk gebruiken van psychometrisch verantwoorde meetinstrumenten voor klachten, maatschappelijk functioneren en/of kwaliteit van leven, aangevuld met cliënttevredenheid kan echt meer zijn dan het registeren van symptomen of klachten. Daarnaast vindt het bestuur dat de waarde van geaggregeerde ROM-gegevens voor benchmarken voor een belangrijk gedeelte bepaald wordt door de verschillen die zo in beeld kunnen komen. Die kunnen dienen als leermiddel in intervisie en supervisie (‘leren door vergelijking met vergelijkbare anderen’) op het niveau van de individuele behandelaar, afdeling of instelling. Dat we transparant zijn over uitkomsten van zorg, kan op steun van de NVGzP rekenen. Dit vinden we een passende reactie op de vraag vanuit de maatschappij en patiënten naar transparantie. Voorwaarde, en die bevestiging hebben we, is dat Stichting Benchmark GGZ (SBG; een initiatief van zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars) instellingen en zorgverzekeraars inzicht geeft in de behandeleffecten op instellingsniveau en niet op individueel cliëntniveau. Daarnaast weten we dat ROM gegevens door SBG anoniem verzameld worden. Deze inzet van ROM en daarmee gebruik van benchmarken wordt door ons ondersteund. Wat we niet ondersteunen is het gebruik van geaggregeerde ROM-gegevens voor de inkoop van zorg. Daarvoor is het huidige instrumentarium, en de wijze waarop we deze gegevens nu kunnen rapporteren, ongeschikt.
      ROM en benchmarken zijn niet hetzelfde. Dat verwatert nogal in de weer opgeleefde discussie rondom feitelijk met name benchmarken. Dus niet stop met ROM!
      Het bestuur heeft gemeend deze reactie te moeten geven, gezien de heftige reacties die we mochten ontvangen van een aantal bezorgde leden.

      Bestuur NVGzP

  6. Ik ben van mening dat aanleveren pas kan als het instrument daar voldoende valide voor is. Dat is nu niet het geval. En jaren geleden zei een zorginkoper bij Zilveren Kruis Achmea tegen me: “We gaan u op postcodegebied vergelijken met uw collega’s.” Ik zei: “Dan krijgt u een probleem met alle moeilijke, lastige, niet snel verbeterende verzekerden: daar zal niemand meer aan beginnen.”
    Zo zwart wit als boven geschetst is het niet. Ik ROM al jaren en dan moet ik ook uit kunnen leggen dat iemand ‘slechter scoort’ na de behandeling'(lees: meer is gaan voelen, bijvoorbeeld.
    Je kunt ROM ook als eis in het kwaliteitsstatuut zetten voor intervisiedoeleinden, dat lijkt mij ruim voldoende.
    Dit is echt een voorbeeld van cijfergekte terwijl ons vak daar (helaas) niet geschikt voor is.

  7. De verwarring over ROM en benchmarken is niet omdat de deelnemers aan deze discussie zaken door elkaar halen maar omdat vanaf het eerste begin de SBG en de verzekeraars hun idee over de mogelijkheid van benchmarken aan de orde stellen met pogingen tot standaardiseren. De data verzameling is a priori ten dienste van het benchmarken (alleen al de idee om twee meetpunten – aanvang en afsluiting – te gebruiken illustreert hoe weinig ROM met de voortgang van het individuele behandelingstraject heeft te maken.
    Ook met transparantie heeft de huidige gang van zaken weinig van doen: een “goed gesprek” over de voortgang van de therapie is voor de client veel transparanter dan vragenlijsten met slechts beperkte relevantie (want gestandaardiseerd en niet toegespitst op de individuele beleving van de client). Om ROM relevant te houden is het ook belangrijk dat de vragen rekening houden met de tussentijdse doelstellingen in de behandeling.
    Ten slotte nog een opmerking over de gebrekkige validiteit van de ROM. Een goed instrument om de resultaten van behandeling te meten in het kader van monitoren dient geschikt te zijn voor herhaalde metingen (soms zelfs frequent herhaalde metingen) zodat het monitoren kan helpen de behandeling bij te sturen. Als een ROM daar niet voor is gevalideerd is hij ten enenmale ongeschikt. Want in dat geval kan hij hoogstens dienen voor bestuursdoeleinden. Om dat voor elkaar te krijgen moet de client bovendien niet geïrriteerd raken over de gestelde vragen maar die vragen als volledig relevant beschouwen. Als we kiezen voor kwalitatieve ROM methodieken is dat meestal geen probleem, maar kwantitatieve ROM methodieken moeten op dit punt uitgebreid gevalideerd worden.

  8. ROM zoals deze bij SBG, SVR, verzekeraars en politiek gebruikt gaat worden is pseudo-wetenschap en betreft geen realistische gegevens. Ik had van een beroepsvereniging van wetenschappelijk opgeleide mensen een beter niveau verwacht dan de ronduit domme steun voor iets dat pseudo informatie en uiteindelijk op illusies gebaseerde beslissingen gaat opleveren. NVGzP, neem liever een voorbeeld aan de LVVP die zich heeft aangesloten bij de petitie ‘stop ROM’.

  9. Nu NVvP, NVP, LVVP zich uitspreken tegen het gebruik van geaggregeerde ROM-gegevens voor de inkoop van zorg. zou de NVGzP dat ook moeten doen [ en zich daarmee distanciëren van NIP en 3PNL].
    Anders overweeg ik mijn lidmaatschap op te zeggen

    1. Reactie van het bestuur: In de hele discussie rondom ROM en benchmarken heeft de NVGzP een duidelijk standpunt ingenomen. Daarom schaart ze zich niet achter de huidige actie ‘Stop ROM’ omdat daarin de nuance zoek is. De NVGzP is een voorstander van Routine Outcome Monitoring (ROM), is zeker niet tegen het benchmarken als instrument om van elkaar te kunnen leren, maar vindt inkoop van zorg op basis van benchmarkgegevens onwenselijk want zeker momenteel, in de huidige presentatie van benchmarkgegevens, niet mogelijk. Of anders gesteld: Het huidige instrumentarium van ROM en benchmarken is niet slecht, duidelijk nog niet optimaal, maar zeker niet geschikt voor zorginkoop. Daarmee spreekt de NVGzP zich, net als P3NL overigens, uit tegen het gebruik van geaggregeerde ROM-gegevens voor de inkoop van zorg.

  10. Het blijft onbegrijpelijk dat ROM gegevens naar stichting SBG verplicht geleverd zouden moeten worden. Iedereen die iets snapt van ICT weet dat al zulke geaggregeerde gegevens geen echte privacy waarborgen. Dat is met DIS ook niet het geval. Misschien vindt het NVGzP bestuur dat zij gevoel heeft voor nuance maar de huidig opgelegde ROM verplichting gericht op zorginkoop heeft dit zeer zeker niet. En dat is nou precies waar deze petitie zich op richt!!

  11. Dieptreurig dat de NVvGzP zo kritiekloos meegaat met dit monsterlijke Massa-Meet-instrument. Overigens is ROMmen een uitstekend middel om de behandeling te monitoren, mits je met de client kunt bespreken hoe de antwoorden tot stand zijn gekomen. De ervaring leert dat niet alle vragen goed begrepen worden. Massa-interpretatie is zinloos.

  12. Ik verwacht ook niet van de NVGzP dat ze zich tegen het ROMmen uitspreken. Wel verwacht ik dat ze een duidelijk nee aangeven tegen het ROMmen als beoordelingsmiddel voor zorgverzekeraars. Ik blijf het ‘eng’ vinden dat de NVGzP deze optie open laat. En daardoor voel ik me niet gerepresenteerd door de NVGzP.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *