Vraag van de week

Vraag van de week

Wekelijks publiceren de NVGzP en de RINO Zuid een vraag en wetenschappelijk artikel over het werkgebied van de psychotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog, klinisch (neuro)psycholoog en de orthopedagoog generalist. De vragen zijn gericht op wetenschappelijke kennis en opgesteld door experts uit het werkveld.

Vraag 12 – 14 januari 2021 door: Prof. dr. B. van Alphen: In de deel II van DSM-5 (APA, 2014) is naast de 10 specifieke persoonlijkheidsstoornissen een restgroep opgenomen; de zogenaamde andere persoonlijkheidsstoornissen. Welke van de navolgende andere persoonlijkheidsstoornissen is een vreemde eend in de bijt?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 11 – 7 januari 2021 door: Prof. dr. B. van Alphen: Er blijken twee recent gevalideerde tests (A+B) op de markt te zijn gekomen in het kader van screening van angststoornissen. Psychometrisch onderzoek leverde de volgende gegevens op: Screener A heeft een sensitiviteit van 50% en een specificiteit van 90%. Screener B daarentegen toont een sensitiviteit van 85% en een specificiteit van 55%. Welke test heeft jouw voorkeur in de screeningsfase voor angstproblematiek?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 10 – 31 december 2020 door: Dr. N. Bachrach: De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor de diagnostiek van dissociatie bij mensen met psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen. In 2013 werd het belang hiervan bijvoorbeeld onderkend toen in de DSM-5 de mogelijkheid werd opgenomen om een dissociatief subtype vast te stellen bij een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Verschillende studies laten namelijk zien dat ongeveer 15-30% van de mensen met PTSS last heeft van symptomen van depersonalisatie en/of derealisatie. Toch komen dergelijke dissociatieve symptomen nog lang niet altijd aan het licht. Voor clinici is het vaak lastig om dissociatieve ervaringen te herkennen, uit te vragen en om deze van elkaar te onderscheiden. Welke diagnostische instrumenten worden aan bevolen om het dissociatieve PTSS subtype vast te stellen?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 9 – 24 december 2020 door: Prof. dr. B. van Alphen: De uitspraak dat persoonlijkheidspathologie uitdooft op oudere leeftijd is gebaseerd op een aantal longitudinale studies naar de antisociale of borderline persoonlijkheidsstoornis tot op latere leeftijd (o.a. Black, Baumgard & Bell, 1995; MacGlashen, 1986; Paris, Brown & Nowlis, 1987). Wat is de belangrijkste kanttekening bij deze bevinding?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 8 – 17 december 2020 door: Prof. dr. B. van Alphen: Een 70 jarige man wordt gezien voor neuropsychologisch onderzoek vanwege het vermoeden van dementie. Geheugenklachten staan volgens familie op de voorgrond en zijn sinds ca 1,5 jaar geleidelijk toegenomen. Er spelen geen andere psychische klachten. Patiënt vindt dat zijn klachten passen bij de leeftijd en vindt het onderzoek eigenlijk onzinnig, maar is wel bereid zich hieraan mee te werken. Klik hier om aan te geven welke stelling, betreffende de validiteit van het neuropsychologisch onderzoek bij ouderen met een vermoeden van dementie, juist is.
Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 7 – 10 december 2020 door: Dr. Joost HutsebautVroege interventie maakt ook opgang in het domein van (borderline) persoonlijkheidsstoornissen. Maar wat wordt precies bedoeld met vroege interventie?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 6 – 3 december 2020 door Dr. Joost Hutsebaut: Een jongere meldt zich voor behandeling aan met depressieve, sombere gevoelens. Bij navraag lijkt er, gedurende al wat langere tijd, heel wat meer te spelen. Patiënte snijdt zichzelf geregeld en heeft ook suïcidegedachten. Ze voelt zich vaak leeg, terwijl op andere momenten haar emoties alle kanten op gaan. Ze wil anderen graag behagen, is bang voor afwijzing en verliest zichzelf daardoor vaak in contact met anderen. Hoe kunnen we diagnostisch aankijken tegen dit beeld en wat kan het betekenen voor het behandeladvies?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 5 – 26 november 2020 door Prof. dr. K. Korrelboom: Psychotherapie (of psychologische hulpverlening) is een vak dat enerzijds voortbouwt op inzichten die gebaseerd zijn op wetenschappelijk verworven kennis en anderzijds op een aantal traditionele klinische aannames die (nog?) niet of nauwelijks empirisch zijn onderbouwd. Vraag met betrekking tot de curatieve zorg: Voor welke van de volgende aannames is de empirische onderbouwing het sterkst?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 4 – 19 november 2020 door Prof. dr. B. van Alphen: Een 85-jarige bewoner van een verzorgingshuis, bekend met lichte cognitieve stoornissen, boezemfibrilleren, hypertensie en COPD waarvoor hij medicatie krijgt (verapamil, acenocoumarol, enalapril, hydrochoorthiazide en tiotropium) vertoont van de een op de andere dag ‘verward gedrag’. Er blijkt sprake van ernstige geheugenstoornissen, motorische onrust en onsamenhangende taalexpressie, gecompliceerd door verminderd besef van zijn omgeving en problemen met het richten en vasthouden van de aandacht. Uit de hetero-anamnese van de verzorging komt naar voren dat meneer recent een heupfractuur heeft doorgemaakt na een val waarvoor hij tramadol kreeg tegen de pijn. In het kader van de verwardheid is bloedonderzoek ingezet door de huisarts verbonden aan het verzorgingshuis maar dit leverde niets op. Echter na het stopzetten van de tramadol gaat het weer beter met deze bewoner. Aan welke diagnose denkt u?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 3 – 12 november 2020 door Dr. N. Bachrach: De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor de diagnostiek van dissociatie bij mensen met psychot­rauma- en stressorgerelateerde stoornissen. In 2013 werd het belang hiervan bijvoorbeeld onderkend toen in de DSM-5 de mogelijkheid werd opgenomen om een dissociatief subtype vast te stellen bij een posttrau­matische stressstoornis (PTSS). Verschillende studies laten namelijk zien dat ongeveer 15-30% van de men­sen met PTSS last heeft van symptomen van deperso­nalisatie en/of derealisatie. Toch komen dergelijke dissociatieve symptomen nog lang niet altijd aan het licht.
Voor clinici is het vaak lastig om dissociatieve ervaringen te herkennen, uit te vragen en om deze van elkaar te onderscheiden. Om een diagnose dissociatief subtype vast te kunnen stellen dienen: …
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 2 – 5 november 2020 door Dr. P. van der Heijden: De prevalentie van autisme spectrum stoornissen (ASS) in de algemene bevolking is ongeveer 1 procent (APA, 2013). Stel, iemand uit de algehele bevolking scoort boven het afkappunt van 110 op de Autism Spectrum Quotient (AQ; Baron-Cohen et al., 2001; Kiep & Spek, 2013) een screeningsvragenlijst voor screening op ASS. De sensitiviteit van de AQ (de kans dat de AQ een uitslag “positief” of “afwijkend” geeft bij mensen die ASS hebben) is .89, de specificiteit (de kans dat de vragenlijst een uitslag “negatief” of “niet-afwijkend” geeft bij mensen die geen ASS hebben) is .93 (Kiep & Spek, 2013).
Hoe groot is ongeveer de kans dat deze persoon ook daadwerkelijk een stoornis binnen het autisme spectrum heeft?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 1 – 29 oktober 2020 door Prof. dr. A. Scholing: Sommige therapeuten ‘behalen’ betere therapieresultaten dan andere. Wat zijn de beste voorspellers van therapeutische effectiviteit?
Klik hier om de eerste vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

10% korting nascholingsaanbod RINO Zuid
Als je vóór 1 januari 2021 vijf of meer vragen beantwoordt, ontvang je 10% korting op het nascholingsaanbod van RINO Zuid. De actie sluit 31 december 2020. De RINO Zuid behoudt zich het recht voor om bepaalde modules voor korting uit te sluiten.