Vraag van de week

Wekelijks publiceren de NVGzP en de RINO Zuid een vraag en wetenschappelijk artikel over het werkgebied van de psychotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog, klinisch (neuro)psycholoog en de orthopedagoog generalist. De vragen zijn gericht op wetenschappelijke kennis en opgesteld door experts uit het werkveld.

Accreditatie vanaf vraag 19

Voor het correct beantwoorden van 10 vragen, binnen een periode van 3 maanden (in die periode worden gemiddeld 12 vragen gepubliceerd), kun je 5 accreditatiepunten verdienen. RINO Zuid controleert per periode van 3 maanden of je aan de eisen hebt voldaan en voert de deelname in op PE-online.  Je kunt 1x per jaar accreditatiepunten voor de ‘Vraag van de week’ laten bijschrijven. Indien je als deelnemer binnen de gestelde periode van 3 maanden, niet voldaan hebt aan de gestelde 10 vragen, zal de periode een maand verschuiven.

Vraag 25 – 15 april 2021 door Dr. J. Hutsebaut: Je hebt een adaptatie van Schematherapie voor patiënten met een eetstoornis ontwikkeld. Je wil zo goed mogelijk onderzoeken of die interventie werkt. Daarom zet je een RCT op waarin je alle mogelijke voorwaarden te optimaliseren waardoor je behandeling haar effect kan laten zien. Hoe noemt men deze studie? Klik hier om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 24 – 8 april 2021 door Prof. dr. Ad de Jongh: Bij een complexe PTSS kun je het beste een behandeling geven die uit fasen bestaat, waarbij de patiënt in de eerste fase wordt voorbereid op de traumabehandeling in de tweede fase. In de eerste fase kan dan eerst gewerkt worden aan het vergroten van vaardigheden op bijvoorbeeld het gebied van emotieregulatie. Is dit juist of onjuist? Klik hier om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 23 –  1 april 2021 door Dr. Hans Dupont: In een geïndiceerde preventieve interventie spreek je de intrinsieke motivatie aan van de drinker/cannabisgebruiker/gamer, terwijl de cliënt vaak in eerste instantie extrinsiek gemotiveerd is. Volgens welke theorie werk je dan? Klik hier om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 22 – 25 maart 2021 door Dr. Han Diesfeldt: Om het aantal besmettingen met Covid-19 te verkleinen werd vanaf 16 maart 2020 bezoek aan bewoners van zorginstellingen verboden. Voor een onderzoek naar de psychosociale effecten van dit bezoekverbod verzamelden onderzoekers gegevens uit het Resident Assessment Instrument (RAI). RAI is en elektronisch systeem waarin verzorgenden registraties over onder meer gedrag, deelname aan activiteiten en zorggebruik van bewoners kunnen invoeren. Twee perioden werden vergeleken: 16 maart tot 24 mei 2019 en 16 maart tot 24 mei in 2020. De periode in 2020 was een periode van strikte lockdown, waarin geen bezoek van buiten de zorginstelling werd toegelaten. De periode van 16 maart tot 24 mei 2019 diende als controleconditie, er heerste toen immers nog geen Covid-19.In de controleperiode werden gegevens verzameld van 475 bewoners in 32 instellingen (gemiddeld vijftien bewoners per instelling). In de Covid-19-periode werden gegevens van 531 andere bewoners verzameld in 36 instellingen, opnieuw voor gemiddeld vijftien bewoners per instelling. De onderzoekers stelden vast dat bezoek door naasten in de lockdownperiode ruim dertig procentpunten minder was dan in de controleperiode. Zij vonden tijdens de periode van lockdown echter geen veranderingen in depressie, cognitieve beperkingen, ADL-beperkingen of zorggebruik. Welke conclusie laat dit onderzoek toe? Klik hier om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 21 – 18 maart 2021 door Prof. A. Scholing: Welke van de volgende stellingen is waar? Klik hier om de stellingen te lezen en te beantwoorden.

Vraag 20 – 11 maart 2021 door Prof. Dr. Agnes van Minnen: Petra heeft in haar verleden veel emotionele verwaarlozing meegemaakt, en is fysiek mishandeld door haar vader. Ze heeft hierdoor een laag zelfbeeld, vindt het ook moeilijk om relaties aan te gaan, en mensen te vertrouwen. Ook wordt ze zelf snel boos, en kan zich dan niet zo goed beheersen. Ze heeft geen herbelevingen aan het geweld, en voelt zich niet angstig of waakzaam. Wel is ze heel verdrietig over haar jeugd. Petra wordt gediagnosticeerd met een Complexe PTSS. Is deze diagnose aannemelijk? Klik hier om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 19 – 4 maart 2021 door Dr. Hans Dupont: Wat is de belangrijkste reden dat ouderen na het drinken van alcohol over het algemeen meer last van een kater krijgen dan jongeren? Klik hier om deze vraag te beantwoorden.

Vraag 18 – 25 februari 2021 door Dr. Andrea Grauvogl: De beschrijving van seksuele problematiek is in de DSM-5 sterk veranderd ten opzichte van de DSM-IV-TR. Welke stoornis is niet opgenomen binnen de aparte sectie voor de seksuele disfuncties binnen de DSM-5?Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 17 – 18 februari 2021 door Dr. N. Bachrach: PTSS en borderline persoonlijkheidstoornis (BPS) kennen een hoge comorbiditeit (40%). Het comorbide voorkomen van deze stoornissen leidt vaak tot complexere aandoeningen met ernstige psychopathologie, zoals problemen bij de regulatie van emoties, zelfverwonding en lagere remissiecijfers. Er bestaat steeds meer consensus in het werkveld dat comorbide aandoeningen het beste behandeld kunnen worden met een geïntegreerde aanpak die het mogelijk maakt om meerdere problemen in dezelfde behandeling aan te pakken met een focus op de relatie tussen deze problemen. Is er voor de effectiviteit van deze geïntegreerde aanpak veel, geringe of geen wetenschappelijke evidentie?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 16 – 11 februari 2021 door Dr. N. Bachrach: Gezien de hoge prevalentie van Cluster-C Persoonlijkheidsstoornissen (Cl-C PD’s) in klinische populaties (>20%), de hoge ziektelast, maatschappelijke kosten (€48.000-€79.000 per jaar per persoon) en de gevolgen voor de prognose van comorbide geestelijke stoornissen, kan een grote efficiëntiewinst in de gezondheidszorg worden behaald als Cl-C PD’s op tijd worden herkend en behandeld. Groepsbehandeling zoals groep-schematherapie is een aantrekkelijke oplossing voor het verbeteren van de kwaliteit en efficiëntie van de gezondheidszorg, omdat grotere aantallen kunnen worden behandeld in (>50%) minder tijd dan bij individuele therapie. De vraag is of groepstherapie voor (Cl-C PD’s) bewezen kostenefficiënt is?

Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 15 – 4 februari 2021 door Dr. N. Bachrach: Veel patiënten met posttraumatische stressstoornis (PTSS) ervaren dissociatieve symptomen. Hebben dissociatieve symptomen een negatieve invloed op de effectiviteit van psychotherapie voor PTSS?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 14 – 28 januari 2021 door Prof. dr. A. Scholing: Welke van de stellingen is waar?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 13 – 21 januari 2021 door Prof. dr. A. Scholing: Wat is volgens recente inzichten de beste manier om beter te worden als behandelaar?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 12 – 14 januari 2021 door Prof. dr. B. van Alphen: In de deel II van DSM-5 (APA, 2014) is naast de 10 specifieke persoonlijkheidsstoornissen een restgroep opgenomen; de zogenaamde andere persoonlijkheidsstoornissen. Welke van de navolgende andere persoonlijkheidsstoornissen is een vreemde eend in de bijt?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 11 – 7 januari 2021 door Prof. dr. B. van Alphen: Er blijken twee recent gevalideerde tests (A+B) op de markt te zijn gekomen in het kader van screening van angststoornissen. Psychometrisch onderzoek leverde de volgende gegevens op: Screener A heeft een sensitiviteit van 50% en een specificiteit van 90%. Screener B daarentegen toont een sensitiviteit van 85% en een specificiteit van 55%. Welke test heeft jouw voorkeur in de screeningsfase voor angstproblematiek?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 10 – 31 december 2020 door Dr. N. Bachrach: De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor de diagnostiek van dissociatie bij mensen met psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen. In 2013 werd het belang hiervan bijvoorbeeld onderkend toen in de DSM-5 de mogelijkheid werd opgenomen om een dissociatief subtype vast te stellen bij een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Verschillende studies laten namelijk zien dat ongeveer 15-30% van de mensen met PTSS last heeft van symptomen van depersonalisatie en/of derealisatie. Toch komen dergelijke dissociatieve symptomen nog lang niet altijd aan het licht. Voor clinici is het vaak lastig om dissociatieve ervaringen te herkennen, uit te vragen en om deze van elkaar te onderscheiden. Welke diagnostische instrumenten worden aan bevolen om het dissociatieve PTSS subtype vast te stellen?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 9 – 24 december 2020 door Prof. dr. B. van Alphen: De uitspraak dat persoonlijkheidspathologie uitdooft op oudere leeftijd is gebaseerd op een aantal longitudinale studies naar de antisociale of borderline persoonlijkheidsstoornis tot op latere leeftijd (o.a. Black, Baumgard & Bell, 1995; MacGlashen, 1986; Paris, Brown & Nowlis, 1987). Wat is de belangrijkste kanttekening bij deze bevinding?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 8 – 17 december 2020 door Prof. dr. B. van Alphen: Een 70 jarige man wordt gezien voor neuropsychologisch onderzoek vanwege het vermoeden van dementie. Geheugenklachten staan volgens familie op de voorgrond en zijn sinds ca 1,5 jaar geleidelijk toegenomen. Er spelen geen andere psychische klachten. Patiënt vindt dat zijn klachten passen bij de leeftijd en vindt het onderzoek eigenlijk onzinnig, maar is wel bereid zich hieraan mee te werken. Klik hier om aan te geven welke stelling, betreffende de validiteit van het neuropsychologisch onderzoek bij ouderen met een vermoeden van dementie, juist is.
Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 7 – 10 december 2020 door Dr. Joost HutsebautVroege interventie maakt ook opgang in het domein van (borderline) persoonlijkheidsstoornissen. Maar wat wordt precies bedoeld met vroege interventie?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 6 – 3 december 2020 door Dr. Joost Hutsebaut: Een jongere meldt zich voor behandeling aan met depressieve, sombere gevoelens. Bij navraag lijkt er, gedurende al wat langere tijd, heel wat meer te spelen. Patiënte snijdt zichzelf geregeld en heeft ook suïcidegedachten. Ze voelt zich vaak leeg, terwijl op andere momenten haar emoties alle kanten op gaan. Ze wil anderen graag behagen, is bang voor afwijzing en verliest zichzelf daardoor vaak in contact met anderen. Hoe kunnen we diagnostisch aankijken tegen dit beeld en wat kan het betekenen voor het behandeladvies?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 5 – 26 november 2020 door Prof. dr. K. Korrelboom: Psychotherapie (of psychologische hulpverlening) is een vak dat enerzijds voortbouwt op inzichten die gebaseerd zijn op wetenschappelijk verworven kennis en anderzijds op een aantal traditionele klinische aannames die (nog?) niet of nauwelijks empirisch zijn onderbouwd. Vraag met betrekking tot de curatieve zorg: Voor welke van de volgende aannames is de empirische onderbouwing het sterkst?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 4 – 19 november 2020 door Prof. dr. B. van Alphen: Een 85-jarige bewoner van een verzorgingshuis, bekend met lichte cognitieve stoornissen, boezemfibrilleren, hypertensie en COPD waarvoor hij medicatie krijgt (verapamil, acenocoumarol, enalapril, hydrochoorthiazide en tiotropium) vertoont van de een op de andere dag ‘verward gedrag’. Er blijkt sprake van ernstige geheugenstoornissen, motorische onrust en onsamenhangende taalexpressie, gecompliceerd door verminderd besef van zijn omgeving en problemen met het richten en vasthouden van de aandacht. Uit de hetero-anamnese van de verzorging komt naar voren dat meneer recent een heupfractuur heeft doorgemaakt na een val waarvoor hij tramadol kreeg tegen de pijn. In het kader van de verwardheid is bloedonderzoek ingezet door de huisarts verbonden aan het verzorgingshuis maar dit leverde niets op. Echter na het stopzetten van de tramadol gaat het weer beter met deze bewoner. Aan welke diagnose denkt u?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 3 – 12 november 2020 door Dr. N. Bachrach: De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht voor de diagnostiek van dissociatie bij mensen met psychot­rauma- en stressorgerelateerde stoornissen. In 2013 werd het belang hiervan bijvoorbeeld onderkend toen in de DSM-5 de mogelijkheid werd opgenomen om een dissociatief subtype vast te stellen bij een posttrau­matische stressstoornis (PTSS). Verschillende studies laten namelijk zien dat ongeveer 15-30% van de men­sen met PTSS last heeft van symptomen van deperso­nalisatie en/of derealisatie. Toch komen dergelijke dissociatieve symptomen nog lang niet altijd aan het licht.
Voor clinici is het vaak lastig om dissociatieve ervaringen te herkennen, uit te vragen en om deze van elkaar te onderscheiden. Om een diagnose dissociatief subtype vast te kunnen stellen dienen: …
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 2 – 5 november 2020 door Dr. P. van der Heijden: De prevalentie van autisme spectrum stoornissen (ASS) in de algemene bevolking is ongeveer 1 procent (APA, 2013). Stel, iemand uit de algehele bevolking scoort boven het afkappunt van 110 op de Autism Spectrum Quotient (AQ; Baron-Cohen et al., 2001; Kiep & Spek, 2013) een screeningsvragenlijst voor screening op ASS. De sensitiviteit van de AQ (de kans dat de AQ een uitslag “positief” of “afwijkend” geeft bij mensen die ASS hebben) is .89, de specificiteit (de kans dat de vragenlijst een uitslag “negatief” of “niet-afwijkend” geeft bij mensen die geen ASS hebben) is .93 (Kiep & Spek, 2013).
Hoe groot is ongeveer de kans dat deze persoon ook daadwerkelijk een stoornis binnen het autisme spectrum heeft?
Klik hier om deze vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

Vraag 1 – 29 oktober 2020 door Prof. dr. A. Scholing: Sommige therapeuten ‘behalen’ betere therapieresultaten dan andere. Wat zijn de beste voorspellers van therapeutische effectiviteit?
Klik hier om de eerste vraag te beantwoorden. Let op! Na het beantwoorden van de vraag klik je op ‘nauwkeurigheid bekijken’ om te zien wat het goede antwoord is en de literatuuronderbouwing.

10% korting nascholingsaanbod RINO Zuid
Als je vóór 1 januari 2021 vijf of meer vragen beantwoordt, ontvang je 10% korting op het nascholingsaanbod van RINO Zuid. De actie sluit 31 december 2020. De RINO Zuid behoudt zich het recht voor om bepaalde modules voor korting uit te sluiten.