Verder na ernstig verlies: Een psychologische behandeling helpt

21-11-2018

Bizarre omstandigheden
U leest het dagelijks in de krant: man wordt vermoord voor de ogen van zijn vrouw; vliegramp zoals bij de MH17: gezin verliest vier gezinsleden; familiedrama: vader brengt kinderen om en dood zichzelf. Hoe moeten de nabestaanden verder na zo’n ingrijpende gebeurtenis?

De eerste maanden staan praktische, organisatorische, juridische en financiële vraagstukken vaak op de voorgrond, naast natuurlijk de emotionele reacties. Nabestaanden krijgen veel steun uit hun directe omgeving. Naarmate de praktische vraagstukken meer op de achtergrond raken en de directe steun luwt, gaat het meer om hoe nabestaanden om gaan met de pijn en onomkeerbaarheid van het verlies en de wijze van overlijden. Dat is niet alleen hard werken, maar deels ook een kwestie van pech of geluk. Nabestaanden met vroege hechtingsproblemen of met een psychiatrische kwetsbaarheid lopen eerder vast in de rouw door posttraumatische herbelevingen, reddeloosheid, schuldgevoelens en/of boosheid en wraakgevoelens. Daarnaast hebben vele nabestaanden last van de secundaire gevolgen van het verlies, zoals storende media-aandacht en stroperige juridische en verzekeringstechnische procedures. Een grote groep nabestaanden kampt met langerdurende psychische klachten na een ingrijpend verlies, die in aanmerking komen voor gerichte psychologische behandeling. Gelukkig zijn de laatste jaren de mogelijkheden hiervoor toegenomen.

Persisterende complexe rouwstoornis
Nieuw in de DSM-5 is een classificatie voor verstoorde rouw, genaamd de Persisterende Complexe Rouwstoornis (PCRS) (zie kader). Deze classificatie wordt gecodeerd als ‘309.89 Andere gespecificeerde psychotrauma- en stressor gerelateerde stoornis: Persisterende complexe rouwstoornis’ en de behandeling komt in aanmerking voor vergoeding door de ziektekostenverzekeraar.

Persisterende complexe rouwstoornis
Kernsymptomen (minimaal één): • kwellend verlangen; • emotionele pijn; • preoccupatie met de overleden dierbare; • preoccupatie met gebeurtenissen die tot de dood hebben geleid.
Aanvullende symptomen (minimaal zes): • moeite met het accepteren van het verlies; • ongeloof of vervlakking; • moeite met het ophalen van positieve herinneringen aan de overledene; • bitterheid of boosheid; • zelfverwijt; • vermijding van herinneringen aan het verlies; de wens om te sterven teneinde bij de overledene te kunnen zijn; • moeite om andere mensen te vertrouwen; • zich alleen voelen of onthecht van andere mensen; • het gevoel dat het leven leeg, betekenisloos is sinds het verlies; • verwarring over de eigen rol in het leven, of verminderd gevoel van identiteit; • verminderde interesse in activiteiten. De symptomen dienen zich langer dan twaalf maanden na het verlies voor te doen.



Behandelkloof
Na een ingrijpend verlies vinden vele nabestaanden de stap naar psychologische hulp groot. Nabestaanden met persisterende complexe rouw vinden het moeilijk om professionele hulp te zoeken. Naar schatting krijgt maximaal 30% van de nabestaanden die aan de criteria voor PCRS voldoet adequate hulp. Onderzoek naar de behandelkloof toont dat mensen denken dat tegenslagen in het leven ondergaan en zelf overwonnen moeten worden. Daarnaast hebben sommige mensen behandelangst, ze durven niet over het verdriet en de pijn te praten of denken dat psychologische hulp niets aan hun toestand verbeterd. Dat is jammer, want uit verschillende wetenschappelijke studies blijkt dat psychologische behandeling het aantal klachten (lichamelijk, rouw, angst en stemming) bij nabestaanden aanzienlijk (25-83%) omlaag brengt.

Handboek traumatische rouw
De onderzoeksgroep van de Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Utrecht en Arq onderzoekt de behandeleffecten na diverse soorten traumatisch verlies (moord, vermissing, suïcide, aanslagen, verkeersdoden, e.a.). In het recent uitgekomen Handboek traumatische rouw staan deze evidence based behandelingen beschreven. (GZ-)psychologen worden aangemoedigd mee te werken de behandelkloof te dichten!

Training
GZ-psychologen en psychotherapeuten wordt aangeraden een korte training te volgen om goed te diagnosticeren en deze behandelingen uit te voeren (zie bijvoorbeeld www.ppo-opleidingen.nl).

Jos de Keijser
bijzonder hoogleraar psychologie aan de RUG