Vakmanschap is meesterschap

06-01-2016


Marc Verbraak, voorzitter NVGzP

Het begin van een nieuw jaar staat altijd weer in het kader van de goede wensen en voornemens. Vaak hebben die voornemens iets te maken met dat we ergens mee willen stoppen of juist mee willen starten. Zo ook hier.

Ik zou wensen dat we met elkaar wat meer geloof krijgen in het vakmanschap van de gz-psycholoog en het meesterschap van de klinisch (neuro)psycholoog, en dat ook actiever uitdragen. Dat vakmanschap en meesterschap is geen zaak van elke afzonderlijke gz-psycholoog of specialist, maar de collectieve bagage van de hele beroepsgroep. Deze bagage ontlenen wij aan de wetenschappelijke fundering van ons vak, en de vertaling daarvan in behandelprotocollen en richtlijnen.

Om die reden zou ik wensen dat we eens stoppen met afgeven op evidence-based werken of diagnostische – of behandelrichtlijnen. Natuurlijk heeft de wetenschap nog geen antwoord op al onze vragen. En natuurlijk zit de wetenschap er ook wel eens naast. Maar in de korte tijd dat de psychologie bestaat heeft deze wetenschap wel een stevige bodem weten te leggen onder ons werken in de praktijk. Zelfs de DSM heeft ons meer geholpen in het leggen van een fundament onder onze werkwijzen, dan dat ze ons geschaad heeft (dat de overheid en verzekeraars ermee aan de haal zijn gegaan is een heel andere kwestie).

In dit kader zou ik ook wensen dat dat we eens stoppen met het steeds maar weer afgeven op onze behandelprotocollen als ondeugdelijke instrumenten. Instrumenten die maar voor een selecte doelgroep geschikt zouden zijn, een doelgroep die alleen in wetenschappelijke studies voorkomt, maar niet in de echte dagelijkse klinische praktijk. Deze mantra is niet alleen feitelijk onjuist, maar doet vooral onze professie geen recht. Als BIG-geregistreerde psychologen zijn wij bij uitstek opgeleid om deze instrumenten op maat van onze patiënten toe te snijden. Het is een misvatting dat protocollair werken betekent dat we de patiënt in het keurslijf van het protocol moeten persen. Nee, echt protocollair kunnen werken is het als een vakman (of vakvrouw) op maat toepassen van een serie interventies ten behoeve van het oplossen van een probleem van een patiënt. Al onze patiënten zijn uniek, hun problemen echter niet! Laten we daarom trots zijn op de instrumenten waarmee we ons prachtige werk kunnen uitvoeren. Trots zijn op onze kundigheid.

Uiteraard moeten we kritisch blijven naar wat we menen te weten en naar wat we nog niet weten. Is het belangrijk dat de praktijk de wetenschap voedt met nieuwe vragen en ideeën. Dat is wat onze professie bijzonder maakt. Dat we verschillende bronnen van kennis hebben, die we, op zoek naar een oplossing voor de problemen van onze patiënten, als een meester die boven de stof staat weten te integreren.

“Ja, maar”, zal een aantal van u verzuchten, “al die kennis en kunde helpt ons en onze patiënten niet altijd.” En dat is ook waar: niet in alle gevallen. Maar daarom zou ik nog wel wensen dat we eens stoppen met van elke uitzondering een regel te maken. We kunnen een kritische houding of attitude wel hoog in het vaandel hebben staan, ook naar onszelf toe, maar dat houdt ook in dat we de zaken in perspectief blijven zien. Een perspectief dat uitgaat van ons gezamenlijke vermogen als professionals om onszelf en ons beroep verder te blijven ontwikkelen. Gebruikmakend van eersteklas instrumenten ontwikkeld in hooggekwalificeerde kenniscentra.

Dat is mijn belangrijkste wens voor onze beroepsgroep voor het nieuwe jaar.

Marc Verbraak is voorzitter van de NVGzP. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Gezondheidszorgpsychologie aan de Radboud Universiteit, hoofdopleider van de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog in Nijmegen en hoofd van het zorgprogramma Jeugd van Pro Persona. 

One thought on “Vakmanschap is meesterschap

  1. Beste Marc,

    Dank voor deze wens! Een oproep tot het delen van een wens tot meer waardering, oog voor de toegevoegde waarde van ons vak en de wetenschappelijke fundering er van is naar mijn idee zeer op zijn plaats. De psychologie verdient dat en GZ psychologen en Klinisch psychologen zijn terecht vakmensen en meesters in hun vak.
    Dit vakman- en meesterschap brengt, zoals je ook aangeeft, met zich mee dat deze hoog opgeleide professionals boven hun techniek horen te staan. De periode van veel wetenschappelijke aandacht voor protocollen vergelijken in RCT’s heeft nu juist aan die positie niet veel goeds gedaan. Door de theorie-arme aanpak in combinatie met de DSM is de indruk ontstaan dat een, “een op een” vertaling van classificatie en behandelprotocol mogelijk was, terwijl nu juist het begrijpen van wat je doet en het oog hebben voor de specifieke situatie het vakman- en meesterschap zijn betekenis geeft. Die betekenis is des temeer onder druk komen te staan toen beleidsmakers, met hun honger naar transparantie, steeds minder oog toonde voor complexiteit van ons vak. Deze combinatie heeft naar mijn idee bij veel van onze collega’s tot protocol-weerzin geleid.
    Ik hoop dan ook van harte dat er een periode in onze wetenschap aanbreekt die zich meer richt op de werkzame mechanismen in deze behandelingen. Dat professionals meer theoretisch gevoed worden, meer ruimte krijgen en uitgedaagd worden om deze af te stemmen op de unieke situatie van elke patiënt. Het vertalen van deze mechanismen in een aanpak die de patiënt past als een maatpak is immers het bewijs van vakman- en meesterschap.

Comments zijn gesloten