Jeugdwet

In 2015 werd de nieuwe Jeugdwet van kracht. Onder die wet zijn gemeenten, zorgaanbieders en onderwijs samen verantwoordelijk voor jeugdhulp. Onderdeel van deze vernieuwde aanpak zijn de ‘transformatie-doelen’. Iedereen in de sector werkt aan een aantal door het ministerie van VWS vastgestelde doelen.

Webinar

Op 8 november organiseerde P3NL een webinar voor vrijgevestigden in de sector over de overgang van dbc’s naar uitvoeringsvarianten.  Klik hier om de uitzending terug te kijken.

Transformatiedoelen

  • Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jongeren en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk.
  • De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.
  • Eerder de juiste hulp op maat bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen.
  • Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in hulp aan jongeren.
  • Meer ruimte voor professionals door vermindering van regeldruk.

De Jeugdwet vervangt niet alleen de Wet op de jeugdzorg, die tot 2015 geldig was, maar ook de verschillende andere onderdelen van de jeugdzorg die onder de Zorgverzekeringswet (geestelijke gezondheidszorg voor jongeren) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor licht verstandelijk beperkte jeugd) vielen. Ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering maken onderdeel uit van de wet.

Uitgangspunten

De jeugdzorg is overgeheveld naar de gemeenten die zich in hun beleid moeten richten op:

  • het inschakelen, herstellen en versterken van het probleemoplossend vermogen van kinderen en jongeren, hun ouders en sociale omgeving;
  • het bevorderen van de opvoedcapaciteiten van de ouders en de sociale omgeving;
  • preventie en vroegsignalering;
  • het tijdig bieden van de juiste hulp op maat;
  • effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen.

Evaluatie Jeugdwet

De professional

Op verzoek van het ministeries van VWS en VenJ wordt een (tussen)evaluatie gedaan naar de Jeugdwet om de effecten van de Jeugdwet zichtbaar te maken. De gezamenlijke beroepsverenigingen in de jeugdhulp en jeugdbescherming vinden het belangrijk dat ook de stem van hun professionals krachtig wordt gehoord. Daarom brengen onderzoekers (NIVEL) met een enquête in kaart wat de komst van de Jeugdwet voor professionals betekent. Begin 2018 gaan de resultaten van de evaluatie naar de Tweede Kamer. Laat het geluid van professionals horen en vul de enquête in.

NJi: Meer kwaliteit en minder zorgen

Een evaluatie van de Jeugdwet drie jaar na invoering zegt nog weinig over het slagen van de transformatie. Laat de evaluatie van de wet onderdeel uitmaken van een bredere, meerjarige transformatiemonitor die de verbeterbeweging in de sector meer structureel voedt met sturingsinformatie voor beleid en praktijk. Die conclusie trekt het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) naar aanleiding van een analyse van de invoering van de Jeugdwet. Het Rijk en ZonMW bereiden de evaluatie van de wet voor die in 2017 op het programma staat en hebben het NJi om advies gevraagd over hoe dat het beste aangepakt kan worden. Het stelsel van jeugdhulp draait door, gemeenten hebben hun verantwoordelijkheid gepakt en er lijken geen grote gaten te vallen in het aanbod. Maar het is nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over de effecten van de wet. Bron: NJi.

NOS-onderzoek

Uit onderzoek van de NOS en het blad Binnenlands Bestuur onder 228 gemeentebesturen blijkt dat bij veel gemeenten het jeugdzorgbudget te vroeg op is. Bijna driekwart van de ondervraagde gemeenten ziet de zorgvraag stijgen. Nog eens driekwart ziet ook dat de hulpvraag waarmee kinderen komen, zwaarder wordt.

Bij de overheveling van jeugdtaken naar gemeenten was de verwachting dat gemeenten kinderen met maatwerk en lichtere zorg efficiënter konden helpen. Ieder jaar wordt er daarom verder op het jeugdzorgbudget bezuinigd. De verwachte tekorten voor de rest van 2017 verschillen van enkele honderden euro’s tot maar liefst 12 miljoen.

De meeste bestuurders willen strengere afspraken met zorgaanbieders maken, of meer druk zetten op het vernieuwen van het zorgaanbod. Ze geven in de toelichting aan dat ze vooral meer tijd nodig hebben om tot een innovatiever en passender zorgaanbod te komen.

Voor 2018 zijn gemeenten negatief: bijna 90 procent verwacht ook dan niet uit te komen met de beschikbare gelden. Bron: NOS.

Transitie Autoriteit Jeugd

De Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) constateerde in haar derde jaarrapportage dat de transformatie van de jeugdhulp onvoldoende van de grond komt. Een tijdelijke ‘innovatiepot’ zou in de ogen van de TAJ gemeenten en aanbieders een zetje in de goede richting kunnen geven. Daarnaast stelt de TAJ dat administratieve lastendruk, liquiditeitsproblemen en de inkoop van hoog specialistische zorg hardnekkige problemen zijn die nu echt moeten worden aangepakt. Jeugdzorg Nederland pleitte in een reactie op de TAJ-rapportage voor meer rijksgeld om vernieuwing van de grond te krijgen. De rapportage vind je hier: derde jaarrapportage TAJ.

Inkoop en declaratie

Inkoop

In maart 2016 hebben het NIP en de NVO een aantal veel gestelde vragen en antwoorden over inkoop jeugdzorg voor vrijgevestigden online geplaatst. De FAQ’s komen voort uit een webinar ‘inkoop jeugdhulp vrijgevestigden’. Naast het webinar en de FAQ’s is op de sites van NIP en NVO ook een Handreiking inkoop jeugd-ggz voor vrijgevestigden te vinden.

Klik hier voor de Handreiking.

Klik hier voor de veelgestelde vragen.

Declaratie: van dbc’s naar uitvoeringsvarianten

Bij het ingaan van de Jeugdwet in 2015 is afgesproken dat er per 1 januari 2018 geen diagnose-informatie meer op declaraties en facturen mag staan. De tot nu toe gebruikte dbc-systematiek mag dan dus niet meer worden gebruikt. In plaats daarvan komen drie uitvoeringsvarianten, waarvan de gemeenten/inkoopregio’s er één kiezen om in te voeren.

Hier vind je een checklist voor het beëindigen van de dbc’s: checklist.

Uitvoeringsvarianten (bron: i-Sociaal Domein)

Er zijn drie uitvoeringsvarianten voor de administratieve afhandeling van toewijzing en facturatie in het sociaal domein. Deze uitvoeringsvarianten verbinden bekostiging, inrichting van de zorgadministratie en het veilig en efficiënt uitwisselen van gegevens met de berichtenstandaarden iWmo en iJw.

Inspanningsgerichte uitvoeringsvariant

  • Afspraak tussen gemeente en zorgaanbieder over de levering van een specifiek product of dienst in een afgesproken tijdseenheid tegen een bepaald tarief.
  • Ook wel: P(rice)*Q(uantity).
  • Voorbeeld: 2 uur begeleiding à € 30.

Outputgerichte uitvoeringsvariant

  • Afspraak tussen gemeente en zorgaanbieder over het leveren van een prestatie voor een vast bedrag. Hoe deze prestatie wordt behaald, wordt niet vastgelegd.
  • Ook wel: arrangementen of trajectfinanciering.
  • Voorbeeld: schoon huis.

Taakgerichte uitvoeringsvariant

  • Afspraak tussen gemeente en zorgaanbieder over een taak voor een (deel)populatie zonder verantwoording op individueel niveau. De aanbieder bepaalt zelf hoe de taak wordt ingevuld. Er bestaat geen directe relatie tussen het aantal cliënten en het budget
  • Ook wel: lump sum, populatiebekostiging
  • Voorbeelden: Taken van een wijkteam, beschikbaarheidsfunctie crisisopvang
 Documenten:

Overgang 1 januari 2018

Inmiddels is duidelijk dat verschillende inkoopregio’s en aanbieders niet op tijd klaar zullen zijn voor deze overstap. De VNG en GGZ Nederland hebben daarom een noodscenario opgesteld waarbij het mogelijk is om over te stappen op 1 april of 1 juli 2018 in plaats van 1 januari. Er komt ook een richtlijn voor de dataset die aanbieders moeten aanleggen om te gebruiken tot ze wel kunnen instappen in één van de uitvoeringsvarianten. De gegevens en berichten via het informatiemodel Jeugdwet (iJw) gaan over naar de uitvoeringsvarianten. iJw is dus vanaf 1 januari 2018 niet bruikbaar voor gemeenten en aanbieders die daar pas later instappen. Binnenkort verschijnt het protocol ‘Herstarten berichtenverkeer’ over de technische kant van het later instappen.

De dbc’s worden wèl afgesloten in december 2017, ook bij aanbieders en gemeenten die niet per 1 januari 2018 instappen. Deze blijven ook zelf verantwoordelijk voor het op tijd zorgdragen voor een zorgvuldige beëindiging van de dbc’s.

Op i-Sociaal Domein vind je meer informatie over het instappen en waarmee je als aanbieder rekening moet houden. Het is goed om in elk geval vast na te gaan welke software-aanpassingen je nodig hebt en welke cliënten je zorg biedt die doorloopt van 2017 naar 2018.

Klik hier voor de nieuwsbrief van i-Sociaal Domein van 15 september 2017.

Op 8 november organiseren de NVGzP, de NVO en het NIP namens P3NL een webinar voor vrijgevestigden in de sector over de overgang van dbc’s naar uitvoeringsvarianten. Voor inschrijving: klik hier.