Tovenaarsleerlingen en de Wet BIG

03-12-2015


Cees van der Staak

NVO en NIP ijveren voor de opname van twee nieuwe beroepen in de wet BIG: de orthopedagoog-generalist en de kinder- en jeugdpsycholoog. Een slecht doordacht streven, met potentieel rampzalige gevolgen voor de gz-psycholoog, de psychotherapeut en het aanzien van de psychologische beroepen in de gezondheidszorg.

In de Wet BIG die in 1998 in werking trad zijn de gz-psycholoog en de psychotherapeut opgenomen als twee aparte beroepen. Destijds bestond er twijfel of dat niet teveel van het goede was, of er niet teveel overlap was tussen deze twee beroepen. Politieke besluitvorming was op dat moment echter niet meer terug te draaien.

De minister had wel voorkomen dat de orthopedagoog als derde psychologisch beroep in de Wet kwam. NIP en NVO kregen de opdracht om samen het beroep van gz-psycholoog vorm te geven, waarin zowel afgestudeerde psychologen als pedagogen kunnen instromen.

Overlap te lijf

De opname van de gz-psycholoog en de psychotherapeut als artikel 3 beroep in de Wet BIG heeft de identiteit van deze beroepen aanzienlijk versterkt. Vooral de gz-psycholoog heeft zich de afgelopen 17 jaar ontwikkeld tot een succesvol beroep, met een bloeiende opleiding, meer dan 16.500 beoefenaren en twee specialismen.

Het probleem van de overlap blijft echter spelen. Dit blijkt bij voorbeeld uit het rapport van de tweede evaluatie van de wet BIG die in 2013 plaatsvond:  “Opmerkelijk is de geconstateerde overlap tussen de domeinen van de gezondheidszorgpsycholoog (artikel 3), de klinisch psycholoog (artikel 14) en de psychotherapeut (artikel 3). Dit leidt zowel voor patiënten als voor verwijzers tot onduidelijkheden.”  (blz.78).

Waar de medische beroepsgroep de onaantastbare eenheid van het artsenberoep kent en alle specialisaties en differentiaties pas daarna plaatsvinden, staan gz-psychologen en psychotherapeuten steeds opnieuw voor de lastige opgave om aannemelijk te maken dat zij voldoende van elkaar verschillen om twee aparte BIG-registraties te rechtvaardigen.

Gelukkig lijkt er na jarenlange domeinstrijd eindelijk een gedeeld streven te ontstaan om het beroepengebouw van de psychologische beroepen te vereenvoudigen. Aan de “Tafel Beroepengebouw” spreken alle psychologische beroepsverenigingen (P3NL plus NVP en LVVP) met elkaar over een noodzakelijke vereenvoudiging van de beroepenstructuur (zie ook het essay van Giel Hutschemaekers in De Psycholoog van oktober 2015). Net als bij de medici wordt daarbij gedacht aan één basisberoep (de gz-psycholoog), met daarna specialisaties en differentiaties waarin klinisch (neuro)psychologen, psychotherapeuten, orthopedagogen, kinder- en jeugdpsychologen en mogelijk nog andere beroepstitels een plaats krijgen.

Ruwe verstoring

Dit streven wordt ruw verstoord door de voorstellen van NVO en NIP om tot aparte BIG-registers voor orthopedagogen en kinder- en jeugdpsychologen te komen. Minister Schippers heeft de Tweede Kamer afgelopen juni meegedeeld dat ze een wetswijziging gaat voorbereiden om de orthopedagoog-generalist op te nemen in artikel 3 van de Wet BIG. En het NIP heeft daarna van de weeromstuit aan de minister gevraagd om hetzelfde te doen voor het beroep kinder- en jeugdpsycholoog.

Zo zullen er binnenkort dus mogelijk vier psychologische artikel 3 beroepen. Dit zal leiden tot een vergruizing van het gehele beroepsveld en ons terugwerpen in de ongeloofwaardige veelvuldigheid van voor de invoering van de Wet BIG. Als de afbakening tussen gz-psychologen en psychotherapeuten al problematisch is, hoe valt dan aan de buitenwereld uit te leggen wat het verschil is tussen een orthopedagoog, een kinder- en jeugdpsycholoog en een gz-psycholoog? Psychologen hebben al de naam het nooit ergens over eens te kunnen worden, en vier psychologische beroepen in de wet BIG zullen hun imago binnen de gezondheidszorg geen goed doen.

De praktische consequenties van opname van de orthopedagoog en de kinder- en jeugdpsycholoog zullen bovendien niet te overzien zijn. Elk beroep zal de behoefte hebben om zich te profileren, waardoor de stammenstrijd weer zal worden aangewakkerd. Individuele beroepsbeoefenaren komen voor de vraag te staan of zij één, twee, drie of zelfs vier registraties willen voeren, met alle bijbehorende registratie- en herregistratieverplichtingen van dien. En wat gaat er gebeuren met de specialismen? Krijgen we straks naast de klinisch psycholoog en de klinisch neuropsycholoog ook nog aparte specialismen van de orthopedagoog en de kinder- en jeugdpsycholoog?

Tovenaarsleerling

Dit alles doet denken aan de ballade van de tovenaarsleerling. In afwezigheid van de tovenaar hakt de leerling de toverbezem doormidden en daarna nog eens en nog eens, maar hij kan hem niet meer terugtoveren. Vlak voordat het hele huis ten onder gaat, komt de tovenaar thuis en herstelt de orde.

Deze ballade van Goethe gaat over volwassen worden. Ik hoop dat ook onze beroepsgroep zo’n goede afloop gegeven zal zijn. Tovenaarsleerlingen hebben we als beroepsgroep genoeg. Maar hebben we ook een tovenaar in huis?

Cees van der Staak is oud-hoogleraar klinische psychologie en oud-hoofdopleider gz-psychologie, psychotherapie en klinische psychologie. Hij is vanaf 1995 nauw betrokken geweest bij de introductie van de psychologische beroepen in de wet BIG.

Overgenomen uit NVGzP Ledenkrant november 2015