“Succes ermee, hè” – stigma’s en stigmabestrijding in de GGZ

30-06-2014


Kim Helmus

Vier onbekende gezichten kijken me vragend aan.

Nieuwe collega’s. Eén van hen leunt tegen de muur. We staan in een smalle gang van het Trimbos Instituut, bij Kenniscentrum Phrenos. Phrenos is het kennis- en expertisecentrum op het gebied van ernstige psychiatrische aandoeningen.

De koffieautomaat pruttelt.

“Wat ga je doen, nu je terug bent?”

Ik voel dat ik bloos. “Ik wil stigmatisering aanpakken, vooral onder hulpverleners.”

Een collega glimlacht. “Dat krijg je er nooit uit joh, het zit in hun aard.” Ze plaatst een nieuw koffiebekertje en we horen een laag zoemend geluid. De koffie ruikt lekker.

“Stigma bestrijden is vooral iets wat de mensen met de aandoening zelf moeten doen, toch?” vraagt iemand.

Ik knik.

In 2012 begon ik aan een missie. Ik bezocht mooie anti-stigmaprojecten op allerlei plekken in de wereld om hun ervaringen in Nederland te kunnen inzetten. Omdat ik zag dat er in de GGZ veroordeling, schaamte, buitensluiting en onbegrip was. Omdat ik zag dat wij, ggz-medewerkers, in stoffige en weinig transparante instellingen werken. Met een enorm slecht imago.

Maar ze heeft gelijk. De vaandeldragers van emancipatie zijn de mensen die willen emanciperen. Ik zou me óók ergeren aan Emile Roemer als woordvoerder van de vrouwenbeweging.

In gedachten zit ik weer in een houten bank bij een college sociale psychologie. In de grote zaal van het statige academiegebouw in Groningen. Het galmt. Op het scherm staan Prochaska en DiClemente en hun model voor stadia van gedragsverandering.

Ze bedachten het om hulpverleners te laten aansluiten bij het stadium waarin hun cliënt zich bevindt. Zodat ze hun cliënt kunnen begeleiden bij het bewust worden van de problematiek, bij het nemen van beslissingen en bij het uitvoeren en volhouden van de ingezette verandering.

Ik realiseer me dat mijn doelgroep, de ggz, zich in de eerste fase van verandering bevindt. De voorfase. Bekende afweermechanismen in deze fase zijn: ontkennen, rationaliseren, het goed praten van het eigen gedrag, confrontaties met problemen ontwijken, problemen inslikken.

Ik neem een slok van mijn koffie.

Eén van de gezichten kijkt over mijn schouder en knikt naar iemand in de gang. Ze loopt weg:  “Succes ermee hè!”

Een ander vraagt door. “Hoe ga je dat doen? Dat is super moeilijk.”

Onze blikken kruisen elkaar. Neutraal.

Overal waar ik heen reisde hebben mensen me voorbeelden laten zien van mooie projecten die stigma tegengaan. Mijn plan is niet om een vaandel te dragen, maar om best practices, als paardjes van Troje, in instellingen binnen te brengen.

Die voorbeelden gaan medewerkers bewust maken en helpen hun gedrag te veranderen. Zodat er juist ruimte ontstaat voor emancipatie.

Ik roer in mijn kartonnen bekertje.

“Eerst wil ik mensen bewust maken van stigma,” zeg ik aarzelend, “daarna wil ik ze stimuleren er wat aan te doen. Ik wil ze helpen met een plan van aanpak en dan is het een kwestie van volhouden.”

“Stigma bestrijden is namelijk niet moeilijk. Het enige wat je hoeft te doen is je er bewust van te zijn, zelf destigmatiserend te zijn en te zorgen voor een eerlijke beeldvorming. Een gesprek op een feestjes, over hoe mooi je vak is en hoeveel talent je ziet bij cliënten, kan al wat doen.

Of zelf open zijn over je kwetsbaarheid tegenover cliënten, op momenten waar dat past. Maar ook helpen mooie projecten op te zetten die contact tussen mensen bevorderen, werkt.”

Een mannelijke collega denkt na. “Dat klopt op zich wel.”

Hij recht zijn rug. “Als ik tijdens opleidingsdagen positief ben over mijn vak merk ik dat opleidelingen eerder geïnteresseerd zijn om bij ons te komen werken. Daarnaast heb ik zelf een beetje ADHD, en cliënten vinden dat geweldig om te horen.”

“Precies”, zeg ik “nobody’s perfect.”

Iedereen knikt. Ik merk dat we gaan opbreken om de dag te beginnen.

“Zeg, wanneer zijn die best practices af?” vraagt een nieuwe collega.

“In de zomer van dit jaar.”

Ik glimlach. Zij glimlacht terug. “Ik ben benieuwd. Mooi. We gaan aan het werk. We moeten de zorg verbeteren!”

Kim Helmus is gz-psycholoog en initiatiefnemer van de Wegwijzer Stigmabestrijding in de GGZ, die afgelopen maand verscheen. De Wegwijzer is een gezamenlijke uitgave Stichting Samen Sterk zonder Stigma, Kenniscentrum Phrenos en GGZ Drenthe. Het document richt zich op GGZ-professionals en biedt handvatten voor interventies die destigmatisering en de weerbaarheid tegen stigma helpen versterken.  

Klik hier om de Wegwijzer te downloaden 

One thought on ““Succes ermee, hè” – stigma’s en stigmabestrijding in de GGZ

  1. Er zijn zat behandelaars die zelf een psychiatrische stoornis hebben of gehad hebben. Als je stigmatisering wilt aanpakken is de beste optie dat bespreekbaar maken. Als hulpverleners zelf niet meer bang hoeven te zijn afgeserveerd te worden als ze open zijn over wat ze zelf aan ervaringsdeskundigheid in huis hebben, dan zullen diegenen in de hulpverlening die nog denken dat clenten heel andere levensvormen zijn dan zijzelf, daar vanzelf anders tegen aan gaan kijken. Want die collega blijkt toch ook gewoon een collega te zijn met wie je niet alleen normaal kunt praten en samenwerken, maar die ook nog eens veel inzichten heeft in hoe je met een dergelijke ziekte toch een goed leven kunt leiden. Zodra je mensen kent uit een bepaalde groepering wordt de neiging om die als ‘anders’ en ‘minder’ te zien een stuk minder.

    En en passant wordt het er ook veel prettiger op voor al die ervaringsdeskundige collega’s, die niet meer bang hoeven te zijn dat iemand achter hun verleden als client komt, of achter het feit dat ze medicatie moeten nemen om geen nieuwe episodes te krijgen, of dat ze het doelwit van getreiter zullen worden, omdat ze een makkelijk doelwit lijken.

    Er komt langzamerhand een beetje verandering in, maar ik kan je verzekeren dat de studie, het vinden van werk en de gz-opleiding doen, erg veel overeenkomsten heeft met in leven moeten blijven in vijandig gebied, als een lid van de 5e colonne. Ik heb tijdens mijn studie, en later mijn werk, de afweging moeten maken in hoeverre ik er open over ben en in hoeverre ik dingen verzwijg. Ik schaam mij nergens voor, maar ik ben niet helemaal naïef. Ik wist heel goed dat mijn kansen op een carriere binnen de ggz een stuk kleiner zouden worden als ik al te open was. Ik heb dus een soort gulden middenweg bewandeld, waarbij ik gelukkig meestal goede inschattingen gemaakt heb, maar het is wel eens mis gegaan met als gevolg dat iemand mij een mes in de rug probeerde te steken.

    Ik heb veel mensen meegemaakt die mij er niet op afrekenden, in tegendeel, maar het kan zo omslaan. Maar ik heb zeker ook meegemaakt dat ik er wel op aangekeken werd. Ik kan zo de instellingen opnoemen waar ze mij nooit zullen aannemen, juist daarom. Ik heb dus ook nooit de moeite genomen om daar te solliciteren. Gelukkig voor mij waren er anderen die er anders over dachten. Ik geloof niet dat ze daar ooit spijt van gehad hebben, en ik vermoed dat de betreffende mensen zelf ook ervaringsdeskundig waren op een of ander gebied, reden waarom ze waarschijnlijk geen moeite met mij hadden.

    Een tweede is, dat er binnen de GGZ enorm veel geblaat wordt over hoe belangrijk het is dat er ervaringswerkers zijn, maar dat de realiteit is dat die mensen heel slecht behandeld worden. Verbetering van de opleiding, begeleiding, betaling en bejegening van ervaringswerkers (en dus niet alleen psychologen, psychiaters en spv-ers met een psychiatrisch verleden of heden) lijkt mij een belangrijk speerpunt. Want blijkbaar hoeft dat momenteel niet. Die client mag dankbaar zijn dat iemand hem of haar wil aannemen en moet verder alles voor lief nemen. Als je zo over je eigen werknemers denkt, dan moet je niet verbaasd zijn dat de niet-ervaringsdeskundige werknemers ook gaan vinden dat die mensen blijkbaar toch een paar treden lager staan dan zijzelf en daarnaar gaan handelen.

    Dus: de GGZ moet wat mij betreft beginnen met de stigmatisering van ervaringsdeskundige werknemers binnen de GGZ aan te pakken. Dan gaat de destigmatisering van cliënten in 1 moeite door. En ik heb het niet over leuke symposiumpjes die een hoop geld kosten, waar de gemiddelde client sowieso geen geld voor heeft. Ik heb het gewoon over concrete maatregelen, die maken dat mensen met een ervaringsdeskundige achtergrond als waardevolle bronnen van inzicht gezien worden, die zich niet schuil hoeven te houden, ipv als mensen die eigenlijk niet goed genoeg zijn om binnen de GGZ te mogen werken en waar je geen vertrouwen in kunt hebben.

    En oh ja, vraag die ervaringsdeskundige behandelaars eens naar hoe zij indertijd als client behandeld zijn. Ik kan je zo een waslijst geven van alles waarvan ik aan het begin van mijn studie al voornam:
    – dat ga ik dus NOOOOIIIT zo doen.
    – zo’n therapeut wil ik ABSOLUUt niet worden.
    – dit werkt dus echt 100 procent absoluut niet, kan me niet schelen of er een theorie achter zit of niet, dus dat ga ik ook niet zo doen.
    – Daarentegen ga ik x, y en z absoluut wel doen.

    Veel succes,

    Jan
    misschien verandert het nog tijdens mijn werkzame leven en kan ik er dus ook nog van genieten. Sorry als ik enigszins cynisch klink.

Comments zijn gesloten