ROM: van ’taseki’ naar ‘jiseki’

14-09-2014


Senne Pol

Bij de 44e editie van de  European Association for Behavioural & Cognitive Therapies viel weer veel te beleven. Een enorme congreslocatie (World Forum Den Haag) bood van 10 tot 13 september huisvesting aan bijna 2000 deelnemers uit heel  Europa. Het gaat natuurlijk vooral over cognitieve gedragstherapie en zustervereniging VGCT heeft een grote rol gehad in de organisatie van dit congres. Toch komen er ook andere thema’s aan bod. Bezuinigingen, basale vragen over wat wel/niet onder hulpverlening mag worden verstaan en natuurlijk het hete hangijzer in heel Europa: ‘ROM’.

Mijn eigen instelling GGzE scoort helaas niet zo goed wat ROM betreft. Onze percentages behoren tot de laagste in Nederland. Oorzaak? Daar is geen duidelijk antwoord op te geven en waarschijnlijk zijn er meerdere redenen. Toch bieden de internationale sprekers van onze buurlanden enige hoop en verzachting. Het blijkt namelijk overal moeilijk te zijn om hoge ROM-percentages te halen. Al snel blijkt dat Europese landen rond een gemiddelde van 30-40% zitten wat betreft volledige ROM trajecten (in ieder geval een voor- en nameting).  De overige 60-70% bevat trajecten waar ROM  niet wordt bijgehouden, of trajecten met onvolledige metingen.

Inspiratie uit Duitsland

Een inspirerend verhaal van onze oosterburen leert ons dat wanneer organisaties ROM omarmen er leuke dingen kunnen gebeuren.  Uit onderzoek blijkt dat wanneer je als afdeling structureel met ROM werkt (en je er als team in gelooft) ongeveer 70% van de medewerkers ook daadwerkelijk iets gaat doen met de informatie uit de ROM-metingen.  Voorbeelden daarvan zijn:

  1. De antwoorden van de cliënt bespreken in de volgende sessie
  2. Therapeutische interventies aanpassen
  3. Het einde van de behandeling voorbereiden (omdat de meting aangeeft dat er voldoende reductie is van klachten)
  4. Motivatie verbeteren, of in ieder geval bespreken
  5. Therapeutische alliantie (de mate van samenwerking) wordt gespreksonderwerp

ROM blijkt dus niet alleen een controlemiddel van de ‘boze’ zorgverzekeraars, maar zou in theorie ook een ondersteuning kunnen zijn voor de behandeling en het contact tussen cliënten en medewerkers.

Te mooi om waar te zijn? Om wat evenwicht te brengen aan dit verhaal zijn er ook andere geluiden. ROM is namelijk nog verre van perfect. Stichting Benchmark GGZ geeft aan dat de instrumenten met zorg zijn gekozen, maar niet in alle situaties perfect of toepasbaar zijn. Het blijkt een hele klus om instrumenten te kiezen die voor de hele gezondheidszorg toepasbaar zijn. Toch is dat een belangrijke doelstelling om uiteindelijk de resultaten tussen zorginstellingen te kunnen vergelijken. Dat klinkt in eerste aanleg heel vervelend. De angst om afgerekend te worden op een slecht punt schiet bij deze schrijver snel naar boven. Tegelijk zijn er ook voordelen om tegen een norm gehouden te worden. Het houdt je scherp, stimuleert verandering en zet aan tot nadenken.

Van ’taseki’ naar ‘jiseki’

In Europa wordt er nog flink geworsteld met ROM. Het laatste woord is er nog zeker niet over gevallen. Toch geeft een frisse jonge spreekster, Susan Oudejans van Stichting Benchmark GGZ, een leuke tip, ontleend aan het Japans. We moeten van ‘Taseki’ naar ‘Jiseki’. ‘Taseki’ staat daarbij voor ‘niet mijn probleem’. ‘Jiseki’ betekent zo ongeveer: ‘ik pak het op’.

Volgens Susan Oudejans kun je vier fasen onderscheiden wat betreft ROM en wat medewerkers ermee doen.

  1. Men accepteert ROM niet, de data kloppen niet!
  2. De data klopt wel, maar er is geen probleem. We hoeven er niets mee.
  3. Je geeft toe dat er een probleem is, maar het is niet jouw probleem. Het is een probleem van de organisatie, of van Nederland.
  4. De laatste fase: je geeft toe dat er een probleem is en dat het tevens jouw probleem is. Je bent onderdeel van de oplossing.

Volgens Susan hangen we in Nederland al geruime tijd in de eerste fase. De data kloppen niet! Ze hoopt dat we als gezondheidszorg een Oosters denkrandje kunnen krijgen. Er is een probleem….en de vraag voor deze lezer: Is dat ook jouw probleem?

Senne Pol is gz-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog en werkzaam bij GGzE. Hij is tevens lid van het bestuur van de NVGzP

One thought on “ROM: van ’taseki’ naar ‘jiseki’

  1. Even voor de duidelijkheid.

    ROM is principieel een manier van monitoren van de client in zijn behandeling. Een aantal metingen wordt gedurende het behandelproces verricht om de respons van de client mede van invloed op de therapie te laten zijn. In bovenstaand artikel lijkt gesuggereerd te worden dat het toepassen van ROM als controlemiddel bedoeld is en toevallig, als een soort van positieve bijwerking, ondersteunend kan zijn voor behandeling. Hier wordt dus volkomen de plank misgeslagen!
    Daarenboven is ROM (voor- en eindmeting) als middel om het effect van een therapie te meten principieel een dwaling. Hiermee wordt dan immers verondersteld dat een therapie a.h.w. wordt losgelaten op een client, waarmee de client aldus buiten het behandelproces is gezet, er zelf niet mede vorm aan geeft. Terwijl de client m.i. nu juist centraal staat,
    Ook het meten van ‘resultaten tussen zorginstellingen’ en de kwaliteit op geleide van deze data te beoordelen is een gruwelijke misvatting. Iedereen die ook maar enigszins is ingeleid in de grondbeginselen van statistiek en methodologie en kennis heeft van de propositie- en predicaatlogica, kan niet anders concluderen dat de conclusies wel vals moeten zijn, met een realiteitswaarde gelijk NUL. Drogredeneringen dus, maar die echter wel gaan bepalen wie wel of niet een vergoeding voor de behandeling gaat krijgen. En mocht men die al krijgen, dan wordt ook nog eens de hoogte van de vergoeding bepaalt door deze Onzin. Hoe kunnen wij als deskundigen deze dwazen stoppen!!

Comments zijn gesloten