Reactie Hoogleraar ROM en Benchmarken op Rapport Rekenkamer en STOPROM

Duidelijk is dat de ROM-discussie de gemoederen erg bezig houdt. Eerder heeft het bestuur van de NVGzP laten weten dat zij een actie, gericht op ‘Stop het gebruik van benchmarkgegevens voor zorginkoop’, zou ondersteunen. Echter, de actie ‘Stop ROM als benchmark in de GGZ’ zoals die nu wordt gevoerd, gaat in de huidige discussie veel verder dan dat.

Allerlei argumenten worden aangevoerd waarom we niet zouden moeten ROM-men en benchmarken. Daarbij zijn argumenten niet altijd even genuanceerd. Daarom plaatsen wij deze link in deze nieuwsbrief om u ook te voorzien van andere of tegenargumenten. Het artikel waar deze link naar verwijst, is een artikel van de hand van prof. dr. Edwin de Beurs, hoogleraar ROM en Benchmarken aan de Universiteit leiden, en ja, hoofd van het wetenschappelijk onderzoek SBG.

In de hele discussie rondom ROM en benchmarken wil de NVGzP een duidelijk standpunt innemen. Daarom schaart ze zich niet achter de huidige actie ‘Stop ROM’ omdat daarin de nuance zoek is. De NVGzP is een voorstander van Routine Outcome Monitoring (ROM), is zeker niet tegen het benchmarken als instrument om van elkaar te kunnen leren, maar vindt inkoop van zorg op basis van benchmarkgegevens onwenselijk want zeker momenteel, in de huidige presentatie van benchmarkgegevens, niet mogelijk. Of anders gesteld: Het huidige instrumentarium van ROM en benchmarken is niet slecht, duidelijk nog niet optimaal, maar zeker niet geschikt voor zorginkoop. De beste manier om het te verbeteren is het toe te passen om van daaruit de verbeteringen te kunnen maken.

9 thoughts on “Reactie Hoogleraar ROM en Benchmarken op Rapport Rekenkamer en STOPROM

  1. Als een van de initiatiefnemers van de oproep stoprom.com wil ik graag reageren. Ik zie niet zozeer waarin wij ongenuanceerd zijn. Wij zijn voorstander van ROMgebruik ter ondersteuning van de behandeling, voorstander van meten van kwaliteit maar tegen het ten onrechte gebruiken van ROMdata voor benchmarking, omdat dat wetenschappelijk onverantwoord is en omdat het verplichte aanleveren het klinisch gebruik van de ROM heeft verdrongen. Verder vind ik naief te denken dat het doel niet zal zijn om te gaan inkopen op basis van deze cijfers. waarom zou de verzekeraar anders de stichting benchmark betalen. Verder vinden we onjuist dat de patiënt geen toestemming wordt gevraagd en dat er geen sprake is van informed consent. Ik vraag me ten zeerts af of jullie standpunt een afspiegeling is van het standpunt van jullie leden. Doe eens een ledenraadpleging zou ik zeggen.

  2. Ik ben het eens met Menno Oosterhof. De SBG geeft aan ‘liever data met ruis dan geen data’. Dat is een vals argument, want het is geen data met ruis, het is data die niet geschikt is voor het beoogde doel. Het is daarmee, vooralsnog, eenvoudigweg onbruikbare data. Daar zijn de meeste veldpartijen, ook P3NL, het volgens mij wel over eens. En blijkbaar denkt het SBG door lippendienst te bewijzen aan dit methodologisch probleem voldoende in te gaan op de kritiek om zo de ruimte te scheppen vervolgens toch te gaan benchmarken. Dan moet je wakker zijn.
    Voorts, als je die data dan toch zonder informed consent verstrekt en vanuit je professie weet dat er niet op verantwoorde wijze gebruik van gemaakt wordt, ga je wellicht in tegen bestaande regelgeving (WGBO, privacy wetgeving, onze Beroepscode). Het is maar de vraag of die overruled wordt door de afspraak cq plicht tot aanleveren. Dat is een juridisch vraagstuk wat ik nog niet beantwoord heb gezien. Kortom, nuance is goed, maar de vraag is of P3NL deze kwestie zelf wel voldoende genuanceerd benadert. De NVvP, NVP en LVVP scharen zich achter StopRom en ik had graag gezien dat P3NL dat ook had gedaan.

  3. De naïviteit van deze beroepsvereniging doet mij denken aan de rol van ‘burgemeesters in oorlogstijd’. Deze beschrijving werd enkele jaren geleden gebruikt in de protesten tegen de houding van beroepsverenigingen toen de staat bezig was om de marktwerking (en toename van de bureaucratie) in de zorg er door drukte. De reactie van de vereniging op de kritiek over de ROM toepassingen stemt mij niet hoopvol dat er iets gaat veranderen. Ik overweeg ernstig om mijn lidmaatschap op te zeggen. Het spijt me.

  4. Ik vind het nogal flauw om de argumenten van de initiatiefnemers achter de actie stoprom.com af te doen als ongenuanceerd. Zeg gewoon dat je het er niet mee eens bent. Neem zelf stelling en neem het risico dat het je leden kost. Nu wordt verwezen naar het betoog van de baas van SBG. Van hem valt al helemaal geen nuance te verwachten. Ik hoop dat de NVGzP het mij niet kwalijk neemt dat ik meer vertrouwen heb ik de gerespecteerde vakgenoten die achter stoprom.com zitten. Maar wat is nu eigenlijk het standpunt van de NVGzP? Als ik het goed begrijp zijn ze voorstander van het optuigen van een geldverslindend en privacyschendend databestand maar is men tegen het gebruik van dat databestand voor zorginkoop? Misschien handig om hierover duidelijk te zijn richting zorgverzekeraars. Wat gaat de NVGzP doen als blijkt dat zorgverzekeraars het bestand toch gaan gebruiken voor zorginkoop? De benadering van de NVGzP komt op mij nogal naief over. Alsof je de wapenindustrie steunt zolang de wapens niet worden gebruikt. Als het echt alleen maar zou gaan om invoering van ROM als kwaliteitsinstrument, stel het dan desnoods verplicht als je dat perse wilt maar laat die landelijke database en benchmark weg. Scheelt een hoop geld en gedoe en we kunnen weer fijn met zijn allen aan het werk.

  5. Reactie van het bestuur:
    Als je de website van de petitie StopRom bekijkt en de reacties op de NVGzP website leest, dan wordt duidelijk dat mensen om allerlei verschillende redenen deze actie steunen. Als je deze redenen categoriseert, dan valt een aantal zaken op.

    Er zijn mensen die overduidelijk niet houden van ‘meten is weten’ en die niks moet hebben van de wetenschap en een al te rationele benadering van ons vak. Er zijn mensen die de ROM zien als een instrument van de verzekeraars of van managers, en niet van onszelf, die veel te veel macht hebben gekregen en waar we ons tegen moeten verzetten. Daarnaast is er een groep mensen die de ROM ziet als ultieme bureaucratische verspilling en wetenschappelijk onverantwoord: een ‘luguber datakerkhof’ in de woorden van Jim van Os. Er zijn er ook die vinden dat we wel de opbrengsten van ons werk moeten willen meten, maar dat de ROM die we momenteel gebruiken, niet heel erg geschikt is. Men zegt dat we de verkeerde dingen meten, op de verkeerde momenten en dat de huidige ROM zijn doel voorbij geschoten is. Al deze mensen tekenen omdat ze hopen dat de petitie een doorbraak kan forceren in een voor hen meer gewenste richting.

    Het ontkennen van nut en noodzaak om uitkomsten van ons werk te willen meten, het framen van de ROM als instrument van verzekeraars en de hyperbole uitspraken over bureaucratische verspilling en wetenschappelijke onverantwoordelijkheid, zijn naar onze mening onjuist en schadelijk voor ons vak. Het waarom wordt voor een groot deel uitgelegd in de op de NVGzP-site geplaatste reactie van de hoogleraar ROM en benchmarken op het rapport van de Algemene Rekenkamer en de actie StopROM. Dit is de reden waarom het bestuur van de NVGzP meent de petitie niet te ondertekenen, hoewel ze de uitspraak dat zorginkoop niet plaats kan vinden op basis van de huidige benchmark, van harte ondersteunt. Daarmee neemt ze hetzelfde standpunt in als de andere verenigingen die de petitie wel ondersteunen. Verenigingen die zich in hun ondersteuning wel erg breed uitmeten in uitleggen wat ze wel en wat ze niet bedoelen met deze steun. Daarmee voelen zij blijkbaar ook de noodzaak om nuance aan te brengen. En dat laatste is voor het bestuur van de NVGzP de weloverwogen reden om juist niet te tekenen en op die manier de petitie te ondersteunen. Hiermee voorkomen wij dat er later allerlei misverstanden gaan ontstaan. Dat veronderstelde verwachtingen van leden niet waargemaakt gaan worden. De boodschap van de ondersteuning van de petitie is op te veel verschillende manieren uit te leggen.

    Het grote aantal ondertekenaars laat duidelijk zien dat er veel onvrede is over de huidige gang van zaken en wij delen de mening dat de ROM verbeterd moet worden. Daar maken wij ons als vereniging, onder andere via P3NL, vanuit de toekomstagenda GGZ Gepast gebruik en transparantie sterk voor!

    Bestuur NVGzP

  6. De face validity (klinische blik) bij de beoordeling van (de voortgang van een behandeling bij) een patient – door diens behandelaar – is erg zwak. Dit vinden de meeste behandelaren vervelend om te horen (ego kwestie), maar dat is wel een feit (wat uit veel onderzoek komt). Hoe bepaal je dat dan, die voortgang in de behandeling (na gedegen diagnostiek met vragenlijsten)? En, hoe bepaal je als verzekeraar goede GGZ instellingen? Je kunt het verzekeringsgeld – dat niet van de behandelaren is – maar 1x uitgeven. Met ROM en Benchmark. SBG heeft het aantal gevalideerde ROM-vragenlijsten in aantal teruggebracht (naar 3: volwassenen cure) om de vergelijking – landelijke Benchmark – te optimaliseren, onderbouwd door wetenschappelijke argumenten en advisering door hun wetenschappelijke raad. In de somatiek wordt hier niet moeilijk over gedaan (ROM en Benchmark). Als Nederlander wil je toch ook de beste behandeling krijgen?

    ROM en Benchmarken zijn wel twee verschillende zaken. ROM is voor de patient en diens behandelaar tijdens de behandeling (frequente metingen): is de voortgang zoals verwacht, of moet er bijgestuurd worden. Met ROM kunnen GGZ instellingen ook een interne Benchmark opzetten: zo kan men van elkaar leren (wat doe jij als behandelaar anders/beter – zoals het CGT protocol op de juiste wijze volgen – waardoor de behandeling wel progressie vertoont c.q. de patient minder klachten heeft en een betere kwaliteit van leven heeft (uiteraard binnen dezelfde patientenpopulatie (casemix)).

    Benchmarken is om landlijk vergelijkingen tussen GGZ instellingen te maken, gecorrigeerd voor de zorgzwaarte (casemix correctie en andere indicatoren). Wat is hier tegen? Wil je als GGZ instelling niet ‘scoren’ op je optimale behandelresultaat en daar trots op zijn? Of dat je juist met een andere GGZ instelling gaat praten: waarom doen jullie het beter? De wetenschap van de ROM en Benchmark is voortschrijdend inzicht, zoals alle wetenschappelijke onderzoeken dat is (ook in de somatiek). Als patient wil je toch weten waar je de beste zorg/behandeling krijgt? Dan vergelijk je een instelling met de landelijke Benchmark (ook in de somatiek doet men dit). Als je een nieuwe auto koopt ga je ook vergelijken, om zo je geld goed te besteden (‘auto-benchmark’). HSK ROMt al jaren, waar de delta T (wel o.b.v. een casemix correctie cf. de werkwijze zoals SBG die doet) nog altijd minstens 10 is (landelijke Benchmark: 5-6). Dat zorgverzekeraars hier notie van willen hebben, vind ik niet vreemd. Dit kan ook een stimulans zijn om beter te presteren (= behandelen).

    De hele discussie over ROM en Benchmarken is ‘beyond all reason’. Emoties (ook over ego) spelen een te grote rol en niet – zoals het zou moeten – de kwaliteit van zorg en de patient.

  7. Ik begrijp de discussie rondom het gebruiken van ROM data heel goed. Het is inderdaad data die niet voor onderzoeksdoeleinden wordt verzameld en veel ruis bevat. Daarnaast heerst er onder de professionals een angst dat deze data tegen hen gebruikt zal worden, dat men er uiteindelijk op afgerekend wordt door de machtige zorgverzekeraars. Kritisch blijven is altijd goed maar kan echter ook doorslaan.

    Ik kan me vinden in de reactie van het bestuur van de NVGzP. In plaats van de ROM te bestrijden lijkt het mij veel waardevoller om te kijken naar verbeteringen. Het is namelijk een feit dat de samenleving veranderd is, en er meer transparantie wordt gevraagd. Vanwege de stelselwijziging door de zorgverzekeraar, maar niet in de laatste plaats ook door de client. En daar kan ik het niet mee oneens zijn. Ook ik wil als professional meer inzicht in wat ik doe om hiermee de client steeds beter te kunnen helpen. Door antwoord te vinden op bijvoorbeeld de vragen “Wat heeft effect?”, “Bij wie heeft deze behandeling vooral effect en bij wie niet?”, “Waarom duren de behandelingen van mijn collega over het algemeen korter dan die van mij?” en “waarom scoren andere instellingen beter op bepaalde onderdelen?”. Helaas zijn we hier nog lang niet maar het is wel van belang om stappen te zetten in deze richting om daar uiteindelijk te komen. En ons voordeel hiermee te kunnen doen in ons vakgebied. Mijn ervaring is dat wij allen graag zo goed mogelijke zorg willen leveren en ons graag willen blijven ontwikkelen, en dit is iets dat we daarvoor kunnen aangrijpen.

    Laten we dus vooral kijken naar hoe we deze ontwikkeling goed kunnen doormaken. Het gebruik van ROM data kan zeer waardevol zijn bij het vinden van bijvoorbeeld verbanden. Verbanden waar vervolgens verder onderzoek naar gedaan kan worden.

    Kortom, zorgvuldig omgaan met deze data en ons samen inspannen voor verbetering. Angst is een slechte raadgever.

  8. Beste mensen,

    De platte dataverzameling ten behoeve van SBG is niet hetzelfde als ROM en wordt in de GGZ dan ook nauwelijks gebruikt in de behandeling. Anton Hafkenscheid, klinisch psycholoog bij Arkin, heeft uitgebreid geschreven over wat ROM wel is (namelijk een persoonlijke en flexibele forward feedback loop in de behandeling op basis waarvan diagnose en behandeling voortdurend bijgestuurd worden) . Heb de indruk dat maar weinig mensen deze literatuur kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *