Arbeidsmarkt gezondheidszorg

In de verschillende sectoren binnen de gezondheidszorg zijn diverse beroepen actief. Sommige beroepen komen in alle sectoren voor, sommige beroepen zijn sector- of branche-specifiek. Hieronder wordt de arbeidsmarkt binnen de diverse branches kort aangegeven.

Arbeidsmarkt ggz

De zorgvraag stijgt door toenemende welvaart, technologische ontwikkelingen en demografische ontwikkelingen. Sommige prognoses gaan uit van een verdubbeling van de zorguitgaven in 2040. Tweederde van deze toename is toe te schrijven aan ontwikkelingen in de medische technologie en welvaartsstijging: een derde aan vergrijzing en bevolkingsgroei. Door de vergrijzing en het toenemende aantal ouderen met dementie neemt vooral de vraag naar klinisch neuropsychologen toe. Voor de psychotherapeuten krimpt het aantal patiënten, omdat het aantal 20-65-jarigen terugloopt. Psychotherapeuten behandelen namelijk relatief veel patiënten in deze leeftijdsgroep.

Internationaal gezien stijgen de zorguitgaven in Nederland sneller dan gemiddeld. Ook geeft Nederland meer dan gemiddeld uit aan zorg en relatief veel aan psychische zorg. Uit het Bestuurlijk Akkoord GGZ blijkt dat het landelijk beschikbare budgettair kader de komende jaren in absolute zin stijgt. De relatieve toename van het budget vlakt af. Al met al zal de toename van de zorgvraag bijdragen aan een stijging van de vraag naar de beroepen gz-psycholoog, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog.

De zorg voor de steeds complexere problematiek wordt ook verbeterd door het inzetten van hoger gekwalificeerde zorgprofessionals.  In de GGZ nam de inzet van medisch academisch, paramedisch en medisch assisterend personeel over 2010-2017 sterk af met respectievelijk 59%, 44% en 20%. In diezelfde periode steeg de inzet van gedragswetenschappers (WO en WO+) met 47%.

In lijn met de ontwikkelingen in de gezondheidszorg neemt het aantal BIG-geregistreerde psychologen toe. Gz-psychologen nemen een steeds groter deel van de zorgvraag op zich. Het aantal werkzame gz-psychologen is sinds 2010 vrijwel verdubbeld, met een grote toename vanaf 2015. Het aantal werkzame klinisch neuropsychologen en klinisch psychologen stijgt sinds 2010 met respectievelijk 85% en 5%.

Steeds meer zorgprofessionals verlaten ggz-instellingen
Van alle werkenden in de zorg en welzijn is 8 procent een zzp’er. Het aandeel zzp’ers is relatief groot  in de Geestelijke gezondheidszorg (14 procent). Dit blijkt uit onderzoek van AZW. Meer klinisch psychologen, psychotherapeuten en gz-psychologen gaan minder in de ggz-instellingen werken en meer als vrijgevestigde. Dit doen zij, omdat zij ontevreden zijn over de werkomstandigheden en werkdruk in ggz-instellingen. V Voor psychotherapeuten geldt daarnaast dat ze minder ruimte ervaren voor het uitvoeren van langer durende behandelingen. Gz-psychologen richten zich als vrijgevestigde vaker specifiek op de gb-ggz, waar ze in instellingen steeds vaker in zowel de gbggz als de g-ggz ingezet worden. Met name het vertrek van de klinisch psychologen uit de ggz-instellingen zal daar een tekort veroorzaken. Zeker omdat er al een tekort is, een leeftijdsgebonden uitstroom te verwachten is en de instroom in de opleidingen bij ggz-instellingen sterk achterblijft.

Vacatures ggz

Voor de – in de wet BIG-geregistreerde – beroepen in de ggz zijn het aantal vacatures hoog. De vacaturegraad voor de beroepen zijn:

  • gz-psycholoog                         11%
  • klinisch psycholoog:                15%
  • klinisch neuropsycholoog:     30%

Ter vergelijking: de vacaturegraad voor psychotherapeuten is 7% en voor psychiaters 15%.

Meer informatie over vacatures voor BIG-geregistreerde professionals kun je hier vinden.

Toewijzen opleidingsplaatsen

Het toewijzen van opleidingsplaatsen voor de opleidingen gz-psycholoog, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog word gedaan door de organisatie ‘TOP opleidingsplaatsen’. Op verzoek van het Ministerie van VWS stelt TOP Opleidingsplaatsen ieder jaar een toewijzingsvoorstel op voor de medische vervolgopleidingen  gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog  en voor de opleiding tot verpleegkundig specialist ggz.

De regels voor het proces zijn vastgelegd in een toewijzingsprotocol dat jaarlijks wordt vastgesteld in overleg met VWS en getoetst aan het door VWS opgestelde spelregeldocument.

De toewijzing van opleidingsplaatsen gebeurt in verschillende stappen:

  1. VWS stelt een spelregeldocument op. Dit is het uitgangspunt waarop de gehele toewijzing plaats vindt. Hierin staan spelregels en aandachtspunten in voor het toewijzen van de opleidingsplaatsen.
  2. TOP Opleidingsplaatsen  stelt op basis van het spelregeldocument een concept toewijzingsvoorstel op voor de verdeling van de opleidingsplaatsen over de praktijkinstellingen op basis van het Historische OpleidingsVolume (HOV). Het HOV wordt bepaald door het aantal opleidelingen van een praktijkopleidingsinstelling (POI) te vermenigvuldigen met het aantal kalenderdagen dat deze opleidelingen in opleiding waren gedurende de afgelopen drie kalenderjaren. Kort gezegd: praktijkopleidingsinstellingen die veel opleidelingen hebben opgeleid, hebben een hoog HOV en maken meer kans op het verkrijgen van gesubsidieerde opleidingsplaatsen.
  3. Praktijkinstellingen zijn vervolgens in de gelegenheid hun zienswijze te geven op dit concept toewijzingsvoorstel.
  4. Het bestuur van  TOP Opleidingsplaatsen beoordeelt de zienswijzen en bekijkt of dit leidt tot aanpassing van het concept toewijzingsvoorstel
  5. Het bestuur van TOP Opleidingsplaatsen stelt het definitief toewijzingsvoorstel op en stuurt deze naar het ministerie van VWS
  6. Het ministerie van VWS stelt op basis van het toewijzingsvoorstel het verdeelplan op.
  7. De praktijkopleidingsinstellingen  kunnen  vervolgens op basis van het verdeelplan  een beschikbaarheidsbijdrage aanvragen bij de NZa.

Capaciteitsorgaan

Naast dat het ministerie van VWS het spelregeldocument opstelt, bepalen zij ook per jaar het aantal instroomplaatsen per opleiding. Dit doen ze op basis van het capaciteitsplan van het capaciteitsorgaan. Het capaciteitsorgaan stelt ramingen op met betrekking tot de toekomstige benodigde capaciteit aan professionals in de zorg. Op basis van deze ramingen stelt zij ook een advies op over het aantal instroomplaatsen voor de opleidingen, zoals die voor gz-psycholoog, klinische psychologie en klinische neuropsychologie.

Het huidige aantal instroomplaatsen is gebaseerd op het capaciteitsplan Beroepen GG 2020-2024, die hier is in te zien.

FGzPT

De Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPT) is het overkoepelend orgaan voor de beroepen gz-psycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog op het gebied van opleiding, erkenning, registratie en toezicht. De FGzPT heeft verschillende taken:

  • Het College Specialismen gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut (CSGP) stelt regels voor de opleidingen, erkenningen voor (praktijk)opleidersinstellingen en opleiders. Daarnaast stelt dit college regels op voor klinisch (neuro)psychologen ten aanzien van (her)registratie en herintreding.
  • De Commissie Registratie en Toezicht (CRT) besluit over de inschrijving en herregistratie of doorhaling van klinisch (neuro)psychologen. Het CRT adviseert het ministerie van VWS over de erkenning van opleidingsinstellingen voor de opleiding gz-psycholoog en erkent zelf de opleidingsinstellingen voor de specialismen. Daarnaast besluit de CRT over de erkenning van hoofdopleiders en praktijkopleidersinstellingen. Daarnaast beheert het CRT het opleidingsregister.
  • De accreditatiecommissie accrediteert bij- en nascholing voor de herregistratie van specialisten.
  • De opleidingsraad stelt adviezen op op het gebied van opleidingsregelgeving, inhoudelijke vernieuwingen van opleidingen en andere vragen op het gebied van beroepen en opleidingen.

Willen praktijkopleidingsinstellingen in aanmerking komen voor gesubsidieerde opleidingsplaatsen van TOP opleidingen, dan dienen ze erkend te worden door de FGzPT.