Opinie: Op naar nog meer enthousiasme in het vak en het onderwijs!

17-05-2018


Gerben Beldman

De afgelopen jaren zijn in toenemende mate competenties vastgesteld waar afgestudeerde psychologen en psychotherapeuten aan moeten voldoen. Zo werkt een afgestudeerde gz-psycholoog volgens het Opleidingsplan [1] onder meer ‘zoveel mogelijk evidence-based en maakt hij gebruik van de multidisciplinaire richtlijnen’. Een psychotherapeut gebruikt ‘zijn kennis over de pathologische en niet-pathologische kenmerken van de patiënt en vertaalt deze in een op maat gesneden behandeling’ [2]. En is een klinisch psycholoog in staat tot ‘het geven van leiding aan onderdelen van de organisatie en het verrichten van managementtaken’ [3]. Deze competenties tezamen komen tot uiting in helder omschreven beroepsprofielen van de gz-psycholoog [4] en klinisch psycholoog. [5]

Competentie: ‘Is enthousiast over het uitoefenen van zijn vak’
In het onderwijs krijgen bovenstaande competenties in toenemende mate een belangrijke rol. Zo is het competentiegericht onderwijs met ‘kenmerkende beroepssituaties’ tegenwoordig de standaard. Voor alle duidelijkheid: ik ben voorstander van het behouden van een kwaliteitsstandaard, het ons onderscheiden van anders geschoolde beroepsbeoefenaren en dit duidelijk te communiceren naar stakeholders, zoals verwijzers en financiers. Wat me echter verrast, is dat ik in geen van die competenties ‘is enthousiast over het uitoefenen van zijn vak’ terug kan vinden.

Nu zou je zeggen dat dit vanzelfsprekend is. Dat dacht ik ook, maar dat blijkt tegen te vallen. Zo noemt Scholing [6] in haar oratie een aantal aantoonbare therapeut-factoren die een deel van de verbetering bij patiënten lijken te verklaren. Eén daarvan is ‘oprechte interesse in het helpen van patiënten’, wat vertaald kan worden als ‘is enthousiast over het uitoefenen van zijn vak’. Ook Bateman & Krawitz [7] sommen in hun boek een aantal mogelijke therapeut-factoren op die verbetering bij patiënten lijken te verklaren en ook zij noemen enthousiasme als een van de belangrijke factoren. Dit impliceert dat er therapeuten zijn die hun vak met minder enthousiasme uitoefenen en die daardoor mogelijk een minder goede verbetering bij hun patiënten verwezenlijken. Hieruit kan worden afgeleid dat ‘de psychotherapeut is enthousiast over zijn vak’ niet zo’n vanzelfsprekende kerncompetentie is als we bij voorbaat zouden kunnen denken.

Aandacht in onderwijs voor enthousiasmeren van therapeuten
Als dat enthousiasme bij therapeuten zo belangrijk is en als dat kennelijk niet zo vanzelfsprekend is, zou er dan in het onderwijs en het opleiden van therapeuten niet veel meer aandacht voor het enthousiasmeren van therapeuten moeten bestaan? In student-evaluaties merken studenten met grote regelmaat het volgende op: ‘de docent heeft mij geënthousiasmeerd voor het vak.’ Kennelijk willen studenten ook ‘geënthousiasmeerd’ worden.

Overigens wil ik hiermee niet beweren dat het aanleren van kennis, vaardigheden en technieken daarmee onbelangrijker zou zijn. Integendeel, ik laat mijn huis liever ook niet bouwen door een enthousiaste timmerman die slecht gereedschap bij zich heeft. Wel denk ik dat het enthousiasmeren van therapeuten zowel in het onderwijs als op de werkplek meer aandacht zou moeten krijgen.

Wanneer werd jij tijdens een cursus of opleiding geënthousiasmeerd voor het vak?
Denk jij dat ook? Dan kunnen we daar samen een eerste stap voor zetten. Als eerste kleine stap wil ik onderzoeken hoe we in het postacademisch onderwijs het enthousiasme onder behandelaren kunnen vergroten. Daarbij ben ik benieuwd naar jouw ervaringen. Oftewel: wanneer werd jij tijdens een cursus of opleiding geënthousiasmeerd voor het vak? Waar kwam dat door? En wat kan een docent doen om jou te enthousiasmeren? Als voorbeeld hiervan kan ik een live-demonstratie door een docent noemen, van een ervaringsgerichte interventie. Ander voorbeeld: een heldere uiteenzetting van hoe de meest recente wetenschappelijke inzichten van belang zijn voor de klinische praktijk. En zoals ik in een vorige opiniebijdrage in GZ-psychologie al eerder aangaf, hebben langdurende PowerPointpresentaties mij bijvoorbeeld altijd weinig geënthousiasmeerd. [8]

Ik ben erg benieuwd naar jouw ervaringen. Deze zijn welkom via gerben@beldmanopleidingen.nl.

Op naar nog meer enthousiasme!

Referenties
1. Opleidingsplan GZ-psycholoog. Werkgroep Modernisering Psy-opleidingen, herziene versie, vastgesteld op 5 november 2015.
2. Opleidingsplan psychotherapeut, Werkgroep Stuurgroep Modernisering Psy-opleidingen, 2013.
3. Opleidingsplan klinisch psycholoog. Stuurgroep Modernisering Psy-opleidingen, 2013.
4. De gz-psycholoog: beroepsprofiel, 2017.
5. De klinisch psycholoog: beroepsprofiel, 2015.
6. Scholing, A. (2016). Over de Psychotherapeut en de Buurvrouw. Tijdschrift voor Psychotherapie, 42, 274-290.
7. Bateman, A. W. & Krawitz, R. (2013). Borderline Personality Disorder, an evidence-based guide for generalist mental health professionals. Oxford: Oxford University Press.
8. Beldman, G. (2017). Over opleiden: een powerpoint-presentatie met 133 sheets. GZ-psychologie, nr 7-8, p. 32.

Gerben Beldman is klinisch psycholoog, Supervisor VGCt en Hoofddocent Angst & Stemming aan de gz-opleiding in Nijmegen. Hij geeft behandelingen en heeft een eigen opleidingsbureau: Beldman Opleidingen (www.beldmanopleidingen.nl). Vanuit dat bureau geeft hij enthousiasmerende cursussen in de Cognitieve Gedragstherapie.