Zorgopleidingen moeten fors meer studenten afleveren

10-01-2020

 

Verreweg de meeste opleidingen voor de gezondheidszorg moeten de komende jaren hun instroom verhogen. De afgelopen jaren zijn er namelijk in veel beroepen te weinig zorgprofessionals opgeleid, waardoor er nu al tekorten zijn. Zorgverleners gaan bovendien naar verwachting de komende jaren minder uren werken. Dat schetst het Capaciteitsorgaan in zijn Capaciteitsplan voor de periode 2021-2024.

Het Capaciteitsorgaan raamt sinds 2000 op regelmatige basis welke instroom in de opleidingen nodig is om aan de zorgbehoefte te kunnen voldoen. Dat doet het orgaan op basis van de verwachte ontwikkelingen in de zorgvraag. Daarvoor kijkt het Capaciteitsorgaan onder meer naar het aantal onvervulde vacatures bij de medische specialismen en de wachttijden voor het eerste poliklinische bezoek. Het aantal vacatures en de wachttijden nemen toe door verschillende ontwikkelingen. Dat kunnen demografische ontwikkelingen zijn, zoals de vergrijzing die de vraag naar ouderengeneeskunde doet stijgen, maar ook de pensionering van een grote groep zorgverleners of veranderend beleid, zoals substitutie naar de eerstelijnszorg.

Onvervulde vacatures
De gemiddelde wachttijd voor eerste polikliniekbezoek is sinds 2014 onder alle medisch specialismen, maar ook onder huisartsen aan het toenemen. De sociale geneeskunde heeft opnieuw de meeste onvervulde vacatures; bij het profiel jeugdarts. Dit heeft vooral te maken met het vertrek van jeugdartsen door pensionering plus een tegenvallende instroom in de opleiding. In de ggz is de onvervulde zorgvraag over de hele linie toegenomen ten opzichte van 2016. Dat wijst er volgens het Capaciteitsorgaan op dat zich in de voorgaande jaren te weinig studenten voor de opleidingen hebben gemeld.  Bij de verpleegkundige beroepen zijn extreem veel onvervulde vacatures, met name bij de gespecialiseerd verpleegkundige beroepen, zoals verpleegkundigen die zich bezighouden met kinderen en pasgeborenen.

Verpleegkundigen
De grootste discrepanties tussen zorgvraag en zorgaanbod doen zich, zoals gezegd, voor bij een aantal verpleegkundige beroepen. Het gaat met name om IC-verpleegkundigen, operatieassistenten, SEH-verpleegkundigen, anesthesiemedewerkers en Kinderverpleegkundigen. Voor alle verpleegkundige beroepen bij elkaar adviseert het Capaciteitsorgaan daarom een 63 procent hogere instroom dan het voorkeursadvies van 2016.

Fors meer huisartsen nodig
Om aan deze toegenomen zorgvraag te voldoen, adviseer het nieuwe Capaciteitsplan heel veel opleidingen om mensen op te leiden. Voor de opleiding tot huisarts is het instroomadvies fors hoger dan het vorige advies uit 2016. Huisartsen hebben steeds meer werk door hun veranderende rol in zorgnetwerken, veel huisartsen gaan de komende tijd met pensioen en de jongere lichting gaat in de toekomst naar verwachting minder uren werken.  Vanaf 2015 is de jaarlijks toegestane instroom in de opleiding tot huisarts door VWS vastgesteld op 750, maar dat werd nooit gehaald. Het Capaciteitsorgaan adviseert nu een jaarlijkse instroom per 2021 van minimaal 822 artsen in opleiding (aios) en maximaal 935 aios.

Ouderengeneeskunde
Het grote tekort aan specialisten ouderengeneeskunde is volgens het Capaciteitsprobleem een zeer urgent probleem. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de dubbele vergrijzing en daarmee de groei van de groep kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen. Er is een groeiende behoefte aan specialisten ouderengeneeskunde in de intramurale én de extramurale ouderenzorg. De instroom in de opleiding is daarnaast niet op peil, terwijl ook in deze beroepsgroep veel oudere professionals de komende jaren gaan uitstromen. Het Capaciteitsorgaan spreekt daarom een voorkeur uit voor een instroom van 260 aios per jaar, tegen maximaal 186 in 2016.

Extra maatregelen geestelijke gezondheidszorg
In de geestelijke gezondheidszorg heeft zich sinds het vorige ramingsadvies in 2015 omslag voorgedaan op de arbeidsmarkt. In 2015 waren zorgaanbieders nog voorzichtig met het uitzetten van vacatures vanwege de onzekerheden over de effecten van de stelselwijziging en de toenmalige discussie over het hoofd- en regiebehandelaarschap. Nu is er sprake van oplopende tekorten op de arbeidsmarkt. Met name de vraag naar klinisch neuropsychologen, klinisch psychologen, verpleegkundig specialisten-ggz en gz-psychologen is groter dan het huidige aanbod.

Het Capaciteitsorgaan heeft in 2018 al een advies uitgebracht voor de sector, met een flink hogere instroom voor gz-psychologen, klinisch psychologen en ggz-verpleegkundigen. De instroom op de opleidingen blijft hierbij echter achter. “Het subsidiëren van opleidingsplaatsen volgens het huidige kader, blijkt onvoldoende stimulans om de benodigde instroom te realiseren. Aanvullende maatregelen op het verhogen van de instroom in deze opleiding lijken noodzakelijk om grote tekorten te voorkomen”

Imagoprobleem
Sommige beroepen kampen naar een toenemende zorgvraag ook met een imagoprobleem dat de instroom vertraagt. Het Capaciteitsorgaan ziet dat bij de sociaal geneeskundigen, zoals jeugdartsen en bedrijfs- en verzekeringsartsen, bij specialisten ouderengeneeskunde en bij Artsen Verstandelijk Gehandicapten. “Mogelijk hebben deze beroepen baat bij een gezamenlijke aanpak van een deel van de onderliggende oorzaken voor de impopulariteit van het vak”, schrijft het Capaciteitsorgaan. “Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de positionering van deze beroepen in het Raamplan, imagocampagnes, onderzoek naar de primaire arbeidsvoorwaarden tijdens en na de opleiding, regionale spreiding van de opleidingsmogelijkheden, stimuleren van zij-instroom en (verdere) academisering van het beroep. Momenteel is er al een gezamenlijke aanpak van de geringe belangstelling voor de bedrijfsartsen en de verzekeringsartsen. De instrumenten die hiervoor ontwikkeld worden, kunnen misschien ook voor de andere genoemde beroepen bruikbaar zijn of bruikbaar gemaakt worden.”