Advies Zorginstituut: "Andere gespecificeerde stoornis" DSM 5 niet langer vergoed

12-01-2015

Bij de overgang van DSM-IV naar DSM 5 komt de vergoeding voor zogenaamde ‘andere gespecificeerde stoornissen’ te vervallen, behalve als het gaat om schizofreniespectrumstoornissen en andere psychotische stoornissen. Aldus een  advies van het Zorginstituut Nederland aan de Minister. 

Met dit advies gaat het Zorginstituut (voorheen CVZ) lijnrecht in tegen het standpunt van de NVGzP en andere beroepsverenigingen. De Nederlandse Vereniging, het NIP, de NVGzP en een aantal andere verenigingen bereiden een gezamenlijke reactie voor.

Grote groep patiënten gedupeerd

De classificatie “andere gespecificeerde stoornis” komt in de plaats van de aanduiding “niet anders omschreven” (NAO) uit de DSM-IV. De classificatie wordt onder andere veel gebruikt bij persoonlijkheidsstoornissen. In totaal gaat het om meer dan honderdduizend patiënten, die voor hun behandeling geen aanspraak meer zouden kunnen maken op vergoeding.

In een eerder concept had het Zorginstituut voorgesteld de “andere gespecificeerde stoornissen” alleen bij uitzondering te vergoeden, en zorgverleners te verplichten om bij het gebruik van deze classificatie nadere uitleg te geven waardoor zorgverzekeraars controle uit konden oefenen. Dit voorstel stuitte op veel verzet van zowel zorgverleners als zorgverzekeraars: zorgverleners vonden de regeling te beperkend, en in strijd met de privacy. Zorgverzekeraars meenden dat de regeling onuitvoerbaar was.

Op basis van deze reacties heeft het Zorginstituut nu besloten de vergoeding bij “andere gespecificeerde stoornissen” helemaal te schrappen. Daarbij maakt men alleen een uitzondering voor  schizofreniespectrumstoornissen en andere psychotische stoornissen. Daar is het volgens het Zorginstituut ‘evident’ dat wel zo snel mogelijk een beroep gedaan moet kunnen worden op GGZ.

Reacties

Michiel van Vreeswijk, directeur van G-Kracht en lid van de NVGzP Task Force Vergoedingen betreurt het besluit van het Zorginstituut om ‘andere gespecificeerde stoornissen’ niet te vergoeden. “Vooral bij persoonlijkheidsstoornissen zijn er veel patiënten met een ernstige stoornis, die niet valt onder één van de specifieke persoonlijkheidsstoornissen. Deze mensen zullen nu  niet meer voor vergoeding in aanmerking komen. NVGzP-voorzitter Marc Verbraak is dit met hem eens: “Juist bij de persoonlijkheidsstoornissen gaat het vaak om mengbeelden omdat er meerdere criteria uit verschillende persoonlijkheidscategorieën te herkennen zijn bij één patiënt. Deze stoornissen zijn ernstig genoeg om niet uit te sluiten van vergoeding. Lijden en last van deze classificatie staat buiten kijf. Met uitsluiting wordt de patiënt, maar zeker ook de maatschappij, geen dienst bewezen.”

‘DSM niet heilig, maar er is geen alternatief’

In het rapport toont het Zorginstituut zich wel ontvankelijk voor kritiek op de DSM als basis voor beslissingen over vergoeding van zorg. In navolging van onder andere  de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en de gezamenlijke psychologische verenigingen stelt men dat zorgbehoefte leidend moet zijn, en niet een DSM-classificatie. Volgens het Zorginstituut is er echter geen breedgedragen instrument voorhanden om de zorgbehoefte op een objectieve, consistente en toetsbare manier vast te stellen. Het Instituut roept veldpartijen op  om met voorstellen te komen voor zo’n instrument. Zolang dat er nog niet is, kiest men voor de DSM 5 als instrument voor afbakening van verzekerde zorg.

Op andere punten toont het Zorginstituut zich niet gevoelig voor reacties van beroepsbeoefenaren op het eerdere concept. Zo gaat men niet in op de suggestie om eerdere uitsluitingen uit het pakket van verzekerde GGZ te evalueren en te herzien als blijkt dat deze ten koste gaan van de kwaliteit van zorg. Hier gaat het bij voorbeeld om enkelvoudige fobieën, seksuele stoornissen en aanpassingsstoornissen.

Wat vind jij van het standpunt van het Zorginstituut? Geef ook je reactie.

Klik hier  voor de integrale tekst van het advies, inclusief aanbiedingsbrief aan de Minister.

4 thoughts on “Advies Zorginstituut: "Andere gespecificeerde stoornis" DSM 5 niet langer vergoed

  1. Vooral zo doorgaan – dan zit dadelijk een groot deel van deze groep de rest van zijn leven werkloos thuis met een uitkering / bijstand, wat behoorlijk wat meer geld kost dan een vorm van behandeling waarmee mensen vaak weer een heel stuk beter kunnen functioneren en een alsnog weer aan het werk kunnen of een diploma kunnen halen. Nog even los van de kwaliteit van leven.
    En dan ook consequent zijn en iedereen met lichamelijke klachten die nog niet acuut levensbedreigend zijn de behandeling zelf laten betalen. Een ontstoken blindedarm die nog niet is geklapt.
    Hoezo langetermijndenken en kostenbesparing?!

  2. Wat Els Graafsma zegt klopt volgens mij: Er is al sprake van een persoonlijkheidsstoornis – ook in DSM-5 – als er voldaan wordt aan de algemene criteria. (Daarna kan gespecifeerd worden op basis van de inkleuring van deze criteria).
    Hoe kunnen we dat in beleid vertaald krijgen? Anneke Vinke doet een paar interessante suggesties.

  3. Deze richtlijn getuigt wederom van het feit dat zorgverzekeraars zich niet door inhoudelijke kennis laten leiden en ik kan niet anders dan mijmeren wat er nou zou gebeuren als het veld unaniem besluit om geen enkele DSM classificatie meer door te sluizen naar zorgverzekeraars….

    Daar waar vorm en geld inhoud gaan bepalen en waar het veld geleid wordt door spreadsheetspecialisten meer dan door inhoudsdeskundigen, kunnen we alleen maar concluderen dat grote groepen mensen die zorg nodig hebben, hiervan uitgesloten worden.

    Twee wegen zijn er dan nog: de rechter waarmee behandelen wordt afgedwongen of het veld dat zelf de regie neemt waarbij uiteindelijk de zorgverzekeraar helemaal verdwijnt. Dat laatste model wordt geschetst door Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, in zijn column https://www.ftm.nl/column/waarom-breekt-er-geen-opstand-uit-de-zorg/. Als dat gebeurt, komen er ook geen inhoudsloze regels meer van bovenaf het veld in en krijgt de patiënt waar hij of zij recht op heeft: de bij hem/haar passende zorg. Daar gaat het toch uiteindelijk om?

    Anneke Vinke is vrijgevestigd Kinder-en Jeugdpsychologe, gespecialiseerd in adoptie, pleegzorg, trauma en gehechtheid.

  4. Het niet vergoeden van de Andere Gespecificeerde Persoonlijkheidsstoornis (in DSM-IV Persoonlijkheidsstoornis NAO) is een slechte zaak. Veel patiënten met een persoonlijkheidsstoornis voldoen niet aan de criteria van een van de specifieke persoonlijkheidsstoornissen, en hebben wel een persoonlijkheidsstoornis.

    In tegenstelling tot andere stoornisgebieden geldt voor de Persoonlijkheidsstoornissen dat er sprake is van getrapte criteria. De algemene criteria die voor persoonlijkheidsstoornissen gelden, staan in geen enkel ander hoofdstuk.

    1. Voordat er van een persoonlijkheidsstoornis mag worden gesproken, voldaan moet worden aan ALGEMENE CRITERIA (zie pag 849 Handboek DSM-5). Deze zijn kort samengevat:
    A. Een duurzaam patroon van cognities, affectiviteit, interpersoonlijk functioneren en/of impulsbeheersing dat
    B. Inflexibel is en tot breed tot uiting komt in persoonlijke en sociale situaties
    C. Lijdt tot significant lijden of beperkingen in het sociale en beroepsmatig functioneren
    D. Een stabiel patroon is dat al speelt vanaf de adolescentie of vroege volwassenheid
    E. Niet verklaard kan worden door een andere psychische stoornis, het gebruik van een middel of een somatische aandoening

    2. Pas als iemand voldoet aan deze algemene criteria, kan bepaald worden of de persoon voldoet aan criteria van een (of meerdere) specifieke persoonlijkheidsstoornis(sen).

    De Andere Gespecificeerde Persoonlijkheidsstoornis is van toepassing als er, zoals gezegd, voldaan is aan de algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis, en niet voldaan wordt aan de criteria van een van de specifieke persoonlijkheidsstoornissen. Vaak zijn dit mengbeelden van specifieke persoonlijkheidspersoonlijkheidsstoornissen. Vooral ook bij ouderen is vaker van een persoonlijkheidsstoornis anders gespecificeerd, persoonlijkheidsstoornissen hebben het kenmerk in de loop van het leven wat diffuser te worden, terwijl er toch ernstig lijden en disfunctioneren is.

    Het niet vergoeden van Andere Gespecificeerde Persoonlijkheidsstoornis sluit veel patiënten die ernstig lijden uit van noodzakelijke zorg!

    Els Graafsma is als klinisch psycholoog en P-opleider werkzaam bij GGZ Noord Holland-Noord.

Comments zijn gesloten