Zitting: Geen toegang voor bepaalde zorg voor cliënt met psychosegevoeligheid

03-11-2021

Op 16 december 2021 vindt een uitzonderlijke zitting plaats bij het College voor de Rechten van de Mens (Utrecht). Het College ziet toe op de gelijkebehandelingswetgeving en in individuele gevallen oordeelt hij of iemand gediscrimineerd is op het werk, in het onderwijs of als consument. In principe is de zitting publiekelijk, maar door coronamaatregelen kan de publieke toegankelijkheid beperkt zijn.

Aanklacht GGZ-instelling wegens discriminatie
Het proces die middag gaat over een cliënt met psychosegevoeligheid die een GGZ-instelling aanklaagt wegens discriminatie. Hij was op voorhand niet welkom met zijn hulpvraag voor hun zorg. Waarom? Vanwege zijn andere aandoening, waarvoor hij elders in behandeling was en zou blijven; zijn psychosegevoeligheid.

Recht op de best mogelijke zorg
De Nederlandse wetgeving beschermt mensen met chronische aandoeningen of handicaps tegen discriminatie. Mensen met psychosegevoeligheid hebben recht op de best mogelijke zorg, ook voor hun andere aandoeningen dan de psychose. Nederlandse richtlijnen geven ook aan dat mensen met psychose voor hun co-morbide aandoeningen gewoon behandeld moeten en kunnen worden. Maar helaas komt het in de praktijk veel voor dat cliënten met psychosegevoeligheid worden geweigerd door behandelaars. Zo ook deze cliënt.
Een veel genoemde reden hiervoor is de angst dat deze cliënten de (groeps)behandeling niet aankunnen, waarbij soms gerefereerd wordt naar andere cliënten waarbij het niet werkte of die tijdens de behandeling ontregelden. Uit onderzoek blijkt echter dat er geen causaliteit bestaat tussen een behandeling en psychotische ontregeling. Een ontregeling kan gebeuren, maar gebeurt net zo goed als de co-morbiditeit niet behandeld wordt. Ook vinden behandelaars dat zij te weinig kennis hebben over psychose of hebben weinig vertrouwen in de samenwerking met andere afdelingen, opvang, collega’s of disciplines.
Dit resulteert er helaas in dat cliënten met psychosegevoeligheid onderbehandeld blijven voor hun andere hulpvragen, met alle (ook maatschappelijke) gevolgen van dien. Mag dit? Of is dit een vorm van discriminatie, bij wet verboden? Daar moet het College over oordelen.

Cliënt afwijzen
Een zaak als deze heeft in de GGZ nooit eerder plaatsgevonden. De vraag is hoe het College voor de Rechten van de Mens hierover gaat oordelen. Indien ze oordelen dat dit discriminatie betreft, dan heeft het gevolgen voor het hele veld van de Nederlandse GGZ. GGZ-instellingen, hun afdelingen en kleinere praktijken voor verslaving, persoonlijkheid, trauma, depressie, angst, dwang, etc. zullen dan goed moeten kijken naar hoe ze omgaan met redenen om mensen geen zorg te bieden. Cliënten die een hulpvraag hebben, passend bij het betreffende zorgaanbod van die instelling of afdeling, mogen dan niet zomaar worden afgewezen, omdat ze daarnaast eveneens een psychosegevoeligheid hebben.

Andersoortige psychische hulp
Mensen met psychosegevoeligheid worden veel buitengesloten van andersoortige psychische hulp. Dit ondanks de vrijwel altijd aanwezige co-morbide aandoeningen, waarvoor ze vaak hulp zoeken. Het worden uitgesloten van behandeling hiervoor is ronduit schadelijk, want de problemen blijven bestaan en de kwaliteit van leven blijft laag. Dat terwijl de normale behandelingen voor de andere aandoeningen ook voor deze groep mensen gewoon werken en veilig zijn. Goede zorg zou iemands psychosegevoeligheid moeten erkennen, de behandeling voor bijvoorbeeld diens persoonlijkheidsproblematiek op maat moeten maken, en rekening moeten houden met eventuele ontregelingen. Dit kan dan in afstemming met een andere betrokken instelling die de psychosezorg blijft waarnemen.

In Nederland verdient iedereen goed zorg zonder uitsluiting op basis van religieuze overtuiging, geaardheid, geslacht, handicap of chronische aandoening. Zo staat het omschreven in de wetgeving en in richtlijnen en die hebben wij als zorgverleners te volgen!

Meer informatie?
De cliënt zelf blijft anoniem. Maar je kunt contact opnemen met ondergetekende die als expert deze cliënt bijstaat in het proces op 16 december. Hij staat je graag te woord.

Dr. Tonnie Staring
Klinisch psycholoog
tstaring@gmail.com