Van het front

03-09-2020

 

Zorg
Een opmerkelijk feit is dat veel hulpverleners die in de geriatrische zorg werken momenteel hulp zoeken, hoofdzakelijk in de vorm van psychologische hulpverlening. Een verpleegkundige die mijn polikliniek bezocht, beschrijft zeer aangrijpende verhalen vanuit haar werkveld van wat zij heeft meegemaakt tijdens de eerste coronagolf in Brabant. In een kwestie van 3 weken tijd was een derde van de populatie overleden van mensen die zij maandenlang liefdevol had verzorgd. Ook de manier van overlijden, het stikken van haar cliënten, was voor haar iets wat zij niet van haar netvlies los kon laten. Deze verpleegkundige toont een beeld van complete uitputting met angstige herbelevingen. Ook hetzelfde verhaal van artsen, die compleet ‘out of the blue’ met een nieuw ziektefenomeen werden geconfronteerd waarbij ze eigenlijk met houtje–touwtjeswerk een enorme golf aan nieuwe problematieken te verduren kregen. Een bevriend neuroloog vertelde me dat, naast de longschade / longproblematiek het COVID-19 virus zich ook manifesteerde als een complexe hersenaandoening waarbij men in het begin geen enkel idee had wat de oorzaak was van de neurologische problematiek. Dat er naast hersen- en longschade ook nierproblematiek ontstond bij mensen die er ernstig aan toe waren, maakte de medische zorg nog complexer.

Ook viel de reguliere zorg voor een maand compleet stil waarbij ook veel artsen en verpleegkundigen hun normale routinematige werkzaamheden niet konden uitvoeren. Veel mensen vinden hun baan deels leuk omdat het onderdelen van routine bevat. We zijn gewoontedieren en die routine was geheel voor de duur van twee tot drie maanden weggevallen. Men moest constant inspringen op nieuwe situaties en nieuwe omstandigheden. Nog maar niet te noemen het feit dat een groot deel van de verpleegkundigen in de geriatrische zorg geen bescherming hadden tegen het virus wat hun werkomgeving tot een angstige / gevaarlijke plek maakte. ‘Saskia’, geriatrieverpleegkundige, beschrijft dat COVID-19 zich als een ‘ontploffende bom’ manifesteerde wanneer het zich op de afdeling openbaarde in de periode maart-april 2020. De voorbeelden geven aan dat de mensen in de zorg onder extreme druk hebben gestaan en de verhalen die ik van hen hoor, zijn ontzagwekkend. Wat hebben deze mensen aan extreme stress blootgestaan. Een bevriend anesthesioloog beschreef de situatie: ‘Erik, ik heb traumageneeskunde van het front in Bastogne kerst 1944 gelezen;  dit was net zo erg’. We weten allemaal dat mensen niet direct omvallen in cognitieve en energetische zin maar dat een stressperiode zich opbouwt. Na 3 tot 6 maanden uit deze problematiek zich in uitputting. De problematiek die ik schets, kan niet anders leiden dan tot aanzienlijke gezondheidsproblemen van mensen in de zorg.

De patiënten: C19-CVS
Bij tal van COVID-patiënten openbaart de infectie zich niet als een verkoudheid maar hebben zij maandenlang last van ernstig hinderende klachten. Dit wat betreft het cognitieve presteren en de energie. Onderzoek laat zien dat 5 dagen IC-opname al leidt tot intensieve revalidatie. Wat te denken van 3 weken IC, hersen-, long-, nierschade en door moeten in het leven. Ook mensen die flink ziek thuis hebben gezeten, ervaren de lange nasleep van een COVID-19 infectie. In mijn praktijk lijkt het beeld veel op wat ik bij Q-koortspatiënten waarneem. De mensen hebben last van uitputting, herstellen traag en geven aan moeite te hebben om aandachtstaken uit te voeren en er is sprake van geheugenzwakte. Ik denk dat het beeld dat we nu waarnemen bij deze mensen, C19-CVS moeten noemen. Een complex ziektebeeld wat langdurende multidisciplinaire behandeling vereist en waar momenteel te weinig ruimte voor is. Ook pleit ik voor internationale samenwerking om diagnostiek en behandeling eenduidig te maken voor collegae die werken in de psychologische hulpverlening. Het is een complex beeld en we hebben duidelijke richtlijnen en elkaar nodig om COVID-19 patiënten optimaal te behandelen.

Economie
Als laatste de groep de mensen die hun bestaansmiddelen als zand door hun vingers weg zien glijden. In januari nog een financieel krachtig bedrijf en enkele maanden later ernstige financiële problematiek wat het voortbestaan van bedrijf of baan in gevaar brengt. Hier hebben momenteel honderdduizenden mensen last van in Nederland. Wat de situatie ernstig maakt, is dat de reden van de economische ellende een nieuw fenomeen is. Een rotvirus en geen omvallende economie wat we blijkbaar beter kunnen begrijpen. Het onbegrijpelijke van de huidige situatie maakt het probleem wat betreft de stress groter door ook toevoeging van onverwerkte rouwelementen (dit door het onbegrip).

De Coda
COVID-19 is behalve een levensgevaarlijk virus, ook een krijtlijn in de moderne geschiedenis. Twee zaken springen daarbij het meest in het oog: de grote sociale veranderingen en het weer kunnen luisteren naar de codes die de natuur ons aanreikt.

Tal van processen zullen na de COVID-crisis nooit meer zijn als voorheen. Werkplekken, de digitale wereld, het verkeer, de bestuurskunde en de sociale omgang hebben een metamorfose doorgemaakt, die op veel gebieden onomkeerbaar zal zijn. Zoals de Tweede Wereldoorlog de mensheid in beroering bracht in de zestiger jaren, zo zal ook de COVID-19 crisis de mensheid in beweging brengen en haar lot veranderen. Deze heftige periode blijkt namelijk het grootste sociale experiment ooit te zijn geworden.

Ook is snoeihard duidelijk geworden dat we de codes uit de natuur weer moeten her- en erkennen. Op microniveau zien we dat de extreme uitputting door het beleven van vermoeidheid en cognitieve verandering een alarmbel is. Veel te veel mensen ervaren hun wereld als onveilig en staan bloot aan angst en onzekerheid. Uitputting is de gesel van deze tijd en dat vraagt om een diepgaande herbezinning. We moeten de codes van de menselijke natuur weer plaatsen op de plek waar zij hoort.

Dr. Erik Matser,
klinisch neuropsycholoog