Uitspraak Regionaal Tuchtcollege Zwolle

19-10-2021

In deze casus verwijt klaagster onder meer vier behandelaars en een gz-psycholoog dat deze haar pijnklachten niet serieus hebben genomen vanaf juni 2020. Toen is zij besproken in het MDO van de pijnpoli waar zij onder behandeling was. De gz-psycholoog is naar haar mening ten onrechte betrokken bij de behandeling.

Op 7 april 2021 heeft klaagster laten weten dat zij in afwachting was van de resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van een hersentumor. Bij brief van 4 mei 2021 heeft klaagster de uitslag van haar MRI-scan aan het tuchtcollege gestuurd. Daaruit blijkt een verdenking op een hersentumor.

Naar het oordeel van het College, bestond er voor de behandelaren van de pijnpolikliniek geen aanleiding om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van klaagsters pijn. Klaagster was vóór verwijzing immers al door meerdere specialisten gezien en deze konden geen verklaring voor haar pijnklachten vinden. Het College verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

Het College wijst erop dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

Lees de hele casus via deze link.