Uitspraak Regionaal Tuchtcollege Amsterdam

16-09-2020

In dit oordeel van het regionaal tuchtcollege komt wederom aan de orde dat het bij de tuchtrechtelijke beoordeling van beroepsmatig handelen niet gaat om de vraag of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de aangeklaagde beroepsbeoefenaar binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in zijn beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard.

De volgende criteria moeten in aanmerking worden genomen bij de beoordeling en de betreffende rapportage moet voldoen aan de volgende eisen:

  1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
  2. Het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden;
  3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;
  4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
  5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.

Met inachtneming van deze uitgangspunten is het college van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten van verweerder. De door verweerder geschreven brieven zijn in lijn met wat er van een gz-psycholoog in een eerstelijns praktijk verwacht wordt. Klaagster heeft (direct en/of korte tijd later) kopieën van de brieven ontvangen en nergens blijkt uit dat zij indertijd bezwaren tegen de inhoud daarvan had. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

In de geschetste casus  verwijt klaagster verweerder dat hij met de zin “Haar vermogen tot het toetsen van haar ervaring met de realiteit krijgt de aandacht” heeft gesteld dat bij klaagster sprake was van paranoïde wanen en dat hij (telefonisch) negatieve informatie over klaagster aan psychiaters heeft verstrekt, waardoor die psychiaters dat hebben overgenomen en klaagster levenslang handelingsonbekwaam is verklaard.

Lees hier de volledige uitspraak.