Uitspraak Regionaal Tuchtcollege Amsterdam

07-05-2020

Over het beroepsgeheim

In deze zaak klaagt een vader, die geen wettelijk gezag heeft over zijn 14-jarige dochter, een gz-psycholoog aan, omdat hij haar (verweerster) verwijt dat zij ten opzichte van klager de vertrouwelijkheid, en daarmee haar beroepsgeheim, heeft geschonden door zijn verzoek om een gesprek te delen met klagers dochter en haar moeder.

Hoewel wordt onderkend dat vertrouwelijkheid een groot goed is, acht het college het gezien de positie van verweerster en de behandelrelatie met haar 14-jarige cliënte (de dochter van klager), zorgvuldig dat verweerster haar cliënte en de moeder in kennis heeft gesteld van klagers verzoek om een gesprek, die hier overigens voor openstonden. Dat dit schadelijk zou zijn geweest voor de dochter wordt door klager gesteld, maar dat dit het geval zou zijn geweest, heeft het college niet kunnen vaststellen. De klacht is dan ook ongegrond. Wel merkt het college op dat het beter was geweest als verweerster haar voornemen het verzoek te bespreken met cliënte en haar moeder eerst had voorgelegd aan klager. Verweerster ziet dat ook in.

Lees hier de volledige uitspraak.