Uitspraak Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg

15-03-2018



In deze tuchtrechtzaak blijkt dat je als gz-psycholoog uiterst terughoudend moet zijn met het afgeven van informatie aan derden. Ook als dit met instemming is van de betrokken cliënt en als de informatie aan de cliënt in briefvorm is meegegeven. In dit verband gelden de KNMG-richtlijnen daar de huidige beroepscodes hier niet in voorzien.

Het was verweerder bekend dat zijn cliënte was verwikkeld in een (complexe) echtscheidingsprocedure en dat zij was verwezen naar mediation. Hij had aldus redelijkerwijs moeten begrijpen dat zijn verklaring zou kunnen worden gebruikt in deze procedure. Sterker nog, hij heeft zijn brief persoonlijk gericht aan de mediator. Dat verweerder het aan zijn cliënte heeft overgelaten of zij de brief aan de mediator overhandigde, doet hier niet aan af. De goede bedoelingen van verweerder ten spijt, had hij deze verklaring niet aan cliënte ten behoeve van de mediation mogen geven. Het college is aldus van oordeel dat verweerder de bewuste verklaring, voor zover deze ziet op zijn cliënte, niet had mogen overleggen. Hij heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Klik hier voor de volledige tekst van deze zaak.