Trimbosinstituut: angst- en stemmingsstoornissen gaan vaak ook zonder hulp over

16-10-2014

Een op de drie volwassenen met een angst- of stemmingsstoornis maakt geen gebruik van professionele zorg. Bij het grootste deel van hen is de stoornis na vier jaar verdwenen. Aldus een rapport van het Trimbosinstituut naar het gebruik van zorg bij angst- of stemmingsstoornissen. Het onderzoek is  dinsdag 14 oktober aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het onderzoek baseert zich op gegevens afkomstig van NEMESIS-2, een representatief bevolkingsonderzoek naar de psychische gezondheid van volwassen Nederlanders. Uitgegaan werd van gegevens verzameld tijdens de nulmeting (november 2007 – juli
2009) en de eerste vervolgmeting drie jaar later (november 2010 – juni 2012).

Het onderzoek richtte zich op langdurige niet-zorggebruikers, dat wil zeggen mensen met een angst- of stemmingsstoornis die gedurende een periode van vier jaar geen beroep deden op zorg. Zeven van de acht langdurige niet-zorggebruikers voldeed na drie jaar niet meer  aan de criteria voor een angst- of stemmingsstoornis. Bij de meesten was dit herstel al na één jaar bereikt. Ook was hun sociaal functioneren en hun psychisch rolfunctioneren (op het werk en andere levensgebieden) na drie jaar niet lager dan het algemeen landelijk gemiddelde in de Nederlandse volwassen bevolking.

Van de mensen die wel professionele hulp zoeken heeft 40% na drie jaar nog steeds een stemmings- of angststoornis, vaak matig ernstig of ernstig van aard. Volgens het Trimbosinstituut zou dat kunnen komen doordat deze zorggebruikers vaker  dat niet-zorggebruikers te kampen hebben met ernstiger stoornissen
met een ongunstiger beloop.

Klik hier voor het hele rapport

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *