SQ-48: nieuw kosteloos meetinstrument voor GGZ

02-07-2014

Op 1 juli is een nieuw meetinstrument voor de GGZ beschikbaar gekomen: de Symptom Questionnaire (SQ-48). De SQ-48 is ontwikkeld door de afdeling psychiatrie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), in opdracht van SynQuest, een samenwerkingsverband van tien GGZ-instellingen. De SQ-48 is erkend door SBG en kosteloos beschikbaar. Zij is onder andere ingebouwd in de testapplicatie van Telepsy, waarop NVGzP-leden zich met korting kunnen abonneren.  

Volgens de ontwerpers heeft de SQ-48 een grote meerwaarde voor de sector. De SQ-48 kan zowel gebruikt worden voor monitoring, benchmarking als voor onderzoeksdoeleinden. Het kan niet alleen gebruikt worden voor Routine Outcome Monitoring (ROM) maar gaat als een van de weinige vragenlijsten naast psychische klachten ook in op de vitaliteit en veerkracht van cliënten. Daarnaast zijn de vragen helder, kort en bondig, waardoor het voor de cliënt makkelijk in te vullen is. Na een positief advies van de Wetenschappelijke Raad van de Stichting Benchmark GGZ (SBG) en besluit van het SBG-bestuur is de vragenlijst nu voor alle instellingen beschikbaar om te gebruiken. 

SynQuest

Sinds 2008 werken tien GGZ-instellingen samen in SynQuest om de doorontwikkeling en implementatie van Routine Outcome Monitoring in de GGZ te stimuleren en faciliteren. Tot de deelnemers behoren onder andere Dimence, GGz Noord Holland Noord, Rivierduinen, InGeest en Mondriaan. Samen maken zij zich er sterk voor om de zorg inzichtelijk te maken, te evalueren en te verbeteren. Daarnaast biedt de samenwerking de instellingen inzicht in de behandeluitkomsten en de kans om per cliëntgroep gegevens te bewerken en interpreteren. Iris Bandhoe, voorzitter van SynQuest: “Wij willen alle cliënten die bij ons in behandeling komen zo goed mogelijk helpen. Om dat te kunnen doen, is het belangrijk om te weten of de behandeling ook echt werkt. Meten is weten en belangrijkste doel is om zowel voor de cliënt als de behandelaar inzichtelijk te maken hoe de behandeling verloopt en wat er al aan vooruitgang is bereikt. Veel cliënten vinden het fijn en waardevol om dit te weten, het geeft hen perspectief. Dit moet voor de zorg centraal staan”.