Psychologen: NZa-tarieven Basis GGZ te laag

16-10-2014

In een overleg met de NZA op 15 oktober hebben de NVGzP en andere beroepsverenigingen gevraagd om een onderzoek naar de prestaties en tarieven in de Basis GGZ. Er zijn veel aanwijzingen dat deze tarieven onvoldoende zijn om adequate zorg te kunnen bieden.

De huidige tarieven zijn gebaseerd op een rapport van bureau HHM, waarin vier producten worden omschreven: kort, middel, intensief en chronisch. Voor elk van deze producten heeft HHM een normtijd berekend, op basis waarvan de NZa het tarief heeft vastgesteld.

Bij de vaststelling van de tarieven bestonden al grote twijfels over de onderbouwing ervan. Zo gaat het grootste product uit van gemiddeld elf zittingen, terwijl in alle richtlijnen voor psychologische behandelingen sprake is van minstens 16 tot 20 zittingen. Ook was niet duidelijk hoe HHM tot zijn berekeningen was gekomen.

Inmiddels is duidelijk dat deze twijfels terecht zijn. Zo wordt het product ‘kort’ bijna niet gebruikt, en wordt bij het leeuwendeel van de patiënten het product intensief ingezet. Ook is bij de vaststelling een gedachtefout gemaakt: de tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten, maar ze zijn vastgesteld als maximale tarieven. Verzekeraars wijken hier bovendien in hun contractering op grote schaal vanaf.

De NVGzP en andere beroepsverenigingen vinden dat deze signalen moeten worden onderzocht. Als blijkt dat de producten te krap zijn begroot,  en moeten zij worden bijgesteld.

Juridisch bewaar

Zorgmakelaar Eldermans & Geerts heeft namens 128 gz-psychologen en psychotherapeuten een bezwaarschrift ingediend tegen de tariefbeschikking van de NZa. Ook zij betogen dat de tarieven niet voldoende onderbouwd zijn. Het aantal minuten per prestatie is onjuist en er is te weinig opslag berekend voor overhead. Verder is bij de vaststelling van praktijkkosten is geen rekening gehouden met vrijgevestigde (solo-)praktijken en wordt uitgegaan van inzet van lager geschoold hulppersoneel, terwijl verzekeraars dit juist verbieden of sterk beperken.  Ook is in de kostenberekening geen rekening gehouden met de investering die nodig is voor het oprichten van samenwerkingsverbanden. Volgens de opstellers van het bezwaarschrift is de tariefbeschikking daardoor onrechtmatig en moet zij worden herzien.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *