Psychodiagnostiek, hoe staat het daar mee?

20-01-2018

Vaker horen wij kritische vragen over wat nu de kenmerkende verschillen zijn tussen de geregistreerde psychologische beroepsgroepen in de Wet BIG. Bevoegd èn bekwaam zijn om psychologisch onderzoek te doen bij cliënten in verschillende leeftijdsfasen, van zeer jong tot op hoge leeftijd, is een onmiskenbare en onderscheidende competentie van de gz-psycholoog en klinisch (neuro)psycholoog.

Je kunt zeggen: dat is het altijd al geweest, vanaf tenminste de zestiger jaren van de vorige eeuw, en misschien daarom had de titel van psycholoog destijds een wettelijke erkenning. Maar betekent dit dat er voldoende geregeld is in termen van kwaliteit, behoud van deze bekwaamheid, het bieden van voldoende bij- en nascholing, het in stand houden van een opleidingskader (docenten en supervisoren), inzicht in de uitoefening van de functie psychodiagnostiek in de (geestelijke) gezondheidszorg?

Het antwoord op al deze vragen moet helaas ontkennend luiden. Als we de stand van zaken in dit opzicht vergelijken met het verrichten van behandelingen en psychotherapie, dan ontstaat er een schril contrast. We moeten constateren dat ná het behalen van de gz-beroepskwalificatie er hoegenaamd niets meer geregeld is waar het gaat om de competentie psychodiagnostiek. Eén van de gevolgen is dat veel beroepsbeoefenaren zich na enige tijd onvoldoende meer bekwaam voelen. Daarnaast is er sprake van een sterke time preference; de gevoelde noodzaak beschikbare tijd zoveel mogelijk in te zetten voor behandeling. Onvoldoende verdiepende diagnostiek kan leiden tot zowel over- als onderbehandeling, mede als gevolg van uitgestelde beantwoording van vragen.

De commissie Kwaliteit kon instemmen met het in het leven roepen van een Commissie Psychodiagnostiek, die inmiddels door het bestuur is ingesteld. Deze commissie gaat het bestuur adviseren naar aanleiding van een opgestelde Taakopdracht, waarin bovenstaande en andere kwesties zijn geformuleerd.

Eén van de punten betreft het nagaan van de mogelijkheid en inhoud van een te verrichten veldonderzoek, om een goed beeld te krijgen hoe de functie kwalitatief en kwantitatief is ingebed in de werkzaamheden op de werkvloer.

In de commissie zijn (hoofd-)opleiders, docenten, supervisoren en geregistreerde beroepsbeoefenaren gevraagd op persoonlijke titel zitting te nemen. Daarop is overwegend heel positief gereageerd. In de commissie wordt gewerkt met een agenda- en voorbereidingscommissie en een klankbordgroep. Adviezen en rapportage aan het bestuur zullen steeds in de voltallige commissie door besluitvorming worden vastgesteld.

De commissie kan op dit moment haar werkzaamheden beginnen en wordt ondersteund door Liedeke Boekhorst, beleidsmedewerker bij de NVGzP. Wij hopen op betrokkenheid van leden wanneer we een beroep op jullie doen. Reageren op dit bericht kan ook: lboekhorst@nvgzp.nl.

Bert van Rossum, klinisch psycholoog en voorzitter.