'Professionals vervreemd van beleid' – een must read voor Edith Schippers

14-06-2013

Veel professionals kunnen zich niet  identificeren met het beleid dat ze moeten uitvoeren: ze ervaren ‘beleidsvervreemding’. Bestuurswetenschapper Lars Tummers schreef een boek over de vraag hoe dit komt en wat eraan te doen valt.

Vorig jaar is Lars Tummers aan de EUR gepromoveerd op een proefschrift getiteld ‘Beleidsvervreemding: Een analyse van de ervaringen van publieke professionals met nieuw beleid’. Inmiddels heeft hij het proefschrift omgewerkt naar een boek, dat onlangs is verschenen: Policy Alienation and the Power of the Professional.

Op basis van ervaringen van professionals in de GGZ, gecombineerd met ervaringen van artsen, docenten en verloskundigen, heeft Tummers een  model ontwikkeld om de problemen van professionals met overheidsbeleid te analyseren.

Degenen die op de werkvloer beleid van de regering moeten uitvoeren, kunnen zich daarmee niet identificeren. Uit het onderzoek blijkt dat niet het gebrek aan participatie, onbegrip van economische doelen of de persoonlijkheid van de professional de weerstand bepalen, maar de opvatting van de professionals dat het beleid niet zal zorgen dat de  doelen bereikt worden.  Zij zien niet hoe de maatschappij of hun eigen cliënten erop vooruitgaan door de invoering van nieuw overheidsbeleid. Zij beseffen wel degelijk dat er moet worden bezuinigd. Zo was bijvoorbeeld 75 procent van de zorgprofessionals in de GGz het (zeer) eens met de stelling “Ik vind het bevorderen van efficiëntie in de geestelijke gezondheidszorg een heel goed doel”.

Op basis van de analyses doet Tummers aanbevelingen om te zorgen dat nieuw beleid beter past bij de professionals die het moeten uitvoeren en de cliënten die het treft. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van een gevalideerde vragenlijst om te analyseren of nieuw beleid draagvlak heeft bij professionals.

Dit is een korte lijst met vragen op vijf verschillende dimensies van beleidsvervreemding:

1. Strategische machteloosheid –> In hoeverre hebben de professionals het gevoel dat ze het beleid zoals vastgesteld op nationaal niveau (2e Kamer) kunnen beïnvloeden (b.v. via professionele verenigingen?

2. Tactische machteloosheid –> In hoeverre hebben de professionals het gevoel dat ze het beleid zoals vastgesteld binnen hun eigen organisatie kunnen beïnvloeden (b.v. via werkgroepen)?

3. Operationele machteloosheid –> Hoeveel vrijheid ervaren de professionals als ze het beleid uitvoeren (mogen ze zelf beslissingen maken of is alles in regels vastgelegd?)

4. Zinloosheid voor de maatschappij –> In hoeverre hebben de professionals het gevoel dat het beleid waardevol is voor de samenleving (bijvoorbeeld: leiden DBC’s echt tot meer transparantie en efficiëntie?)?

5. Zinloosheid voor de cliënten –> In hoeverre hebben de professionals het gevoel dat het beleid waardevol is voor hun eigen cliënten (bijvoorbeeld: worden patiënten echt beter geholpen door de invoering van de DBC-regelgeving?)?

De mate van Operationele machteloosheid beïnvloedt in sterke mate de bereidheid om het beleid in te voeren.  Professionals willen de mogelijkheid hebben om het beleid aan te passen op de specifieke situatie van hun cliënten. Daarnaast spelen de dimensies van zinloosheid een grote rol bij acceptatie van beleid.

Professionals zijn niet geinteresseerd in strategische of tactische macht als zodanig. Participatie bij beleidsontwikkeling is voor hen alleen van belang als dit leidt tot operationele macht en zinvol beleid.

Zie voor een korte samenvatting: Sociale Vraagstukken

Meer info over boek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *