Prinsjesdag 2022: Plannen voor zorg, gezondheid en sport

21-09-2022

Op Prinsjesdag (20 september jl.) heeft de regering de beleidsplannen voor komend jaar bekendgemaakt. Je vindt hier de plannen voor zorg, gezondheid en sport.

Ook in de toekomst moet iedereen gebruik kunnen maken van de zorg. Het is een grote opgave om de zorg betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Onder meer omdat mensen steeds ouder worden en dus langer een beroep doen op de zorg. Alleen meer geld of meer zorgpersoneel is niet de oplossing. Nu gaat namelijk al 13% van het nationale inkomen naar de zorg. En 1 op de 6 mensen werkt in deze sector. Daarom wil het kabinet dat de zorgpartijen meer gaan samenwerken, en de beperkte capaciteit van de zorg beter verdelen. De afspraken hierover staan in het onlangs afgesloten Integraal Zorgakkoord (IZA).

In 2023 trekt het kabinet € 300 miljoen uit voor het uitvoeren van de afspraken in het IZA en worden specifieke middelen beschikbaar gesteld voor verschillende thema’s uit het IZA en de betrokkenheid van gemeenten. In het IZA staan afspraken met zorgpartijen over onder andere:

  • (regionale) samenwerking tussen gemeenten en onder meer de huisartsenzorg en de geestelijke gezondheidszorg;
  • het verbeteren van de organisatie van de basiszorg, waaronder de wijkzorg;
  • digitalisering en betere uitwisseling van patiëntgegevens.

Zorgpremie en zorgtoeslag gaan omhoog
In 2023 gaat de premie van de basisverzekering met ongeveer € 11 per maand omhoog. Hierdoor wordt de totale zorgpremie in 2023 gemiddeld € 137 per maand. Dit is nodig omdat de kosten van de zorg ook stijgen. Onder meer door loonstijgingen, inflatie en meer vraag naar zorg. Deze stijging heeft geen gevolgen voor de toegankelijkheid van de zorg. Uiterlijk in november 2022 stellen de zorgverzekeraars hun definitieve premie vast.

Om lage- en middeninkomens te compenseren voor de hogere kosten, stijgt de zorgtoeslag naar € 154 per maand. Het kabinet heeft voor 2023 de zorgtoeslag voor een keer extra verhoogd om de algemene koopkracht te verbeteren.

Beter voorbereid zijn op een volgende pandemie
Een van de belangrijkste plannen van het kabinet is om klaar te zijn voor een eventuele pandemie. Om dat voor elkaar te krijgen, zijn er verschillende maatregelen. Hiervoor is in 2023 € 200 miljoen beschikbaar. De belangrijkste maatregelen zijn:

  • Meer opleidingsplekken voor infectieziektebestrijdingsartsen bij de GGD.
  • Oprichting van de Landelijke Functionaliteit Infectiebestrijding (LFI), die bij een (volgende) pandemie de coördinerende rol op zich kan nemen bij de bestrijding.
  • Kennis- en innovatieprogramma’s op het gebied van virusverspreiding en ventilatie.
  • Investeren in ICT en informatievoorziening, om goed zicht te kunnen houden op (potentiële) pandemieën.

Subsidie voor opleiding acute zorg
Als de nood hoog is, is er snel extra zorgpersoneel nodig. Daarom moeten er voldoende flexibel inzetbare medewerkers zijn. In 2022 is er nog voor 800 studenten plek om de opleiding Basis Acute Zorg te volgen, die zij dan in 2023 afronden.

Meer aandacht voor (mentale) gezondheid, preventie en sport
Het kabinet wil een gezonde leefomgeving en leefstijl stimuleren. Doel is om een fitte en veerkrachtige samenleving te krijgen, waarin mensen minder snel ziek worden. En ouderen lang gezond blijven. Hiervoor maakt het kabinet in 2023 € 90 miljoen vrij.

Via het Nationaal Preventieakkoord streeft het kabinet naar de Gezonde Generatie in 2040. Dit wil het kabinet onder meer bereiken door:

  • extra in te zetten op het tegengaan van overgewicht;
  • het aantal rokers te verminderen;
  • problematisch alcoholgebruik terug te dringen.

Daarnaast komt er extra aandacht voor mentale gezondheid en meer focus op sport en bewegen. Doel is dat in 2040 75% van de mensen minstens 2,5 uur per week beweegt. Nu is dat minder dan 50%. Om dit te bereiken, wil het kabinet onder andere meer doelgroepen bereiken en sporten en bewegen voor iedereen toegankelijk maken. Bijvoorbeeld via buurtsportcoaches. Daarnaast zet het kabinet in op:

  • het versterken en behouden van een sterke sportsector;
  • het bevorderen van kansengelijkheid in de sport;
  • het vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport.

Vanuit het Nationaal Sportakkoord worden hierover afspraken gemaakt met de sportsector en gemeenten. Mensen die dat nu al doen, kunnen zo blijven sporten en bewegen. En een nieuwe groep mensen wordt hierdoor gestimuleerd om te gaan sporten en bewegen.

Klik hier voor het volledige bericht.

De Nederlandse ggz heeft gereageerd op de plannen. Lees hier hun reactie.