Positieve gezondheid als model binnen de eerstelijn

21-03-2022

Door: Dienie van Wijngaarden,
gz-psycholoog/hypnotherapeut 

“Gezondheid is het vermogen om met het leven om te gaan” (Huber, 2022). Voor sommige mensen klinkt dit erg gemakkelijk in de oren, beetje plat zelfs, maar positieve gezondheid biedt mijn inziens in de eerstelijns GGZ een verdiepende manier van analyseren en interveniëren: samen met de cliënt breed naar de klacht kijken, breed naar zichzelf kijken.

Positieve gezondheid is in 2012 door Machteld Huber geïntroduceerd als alternatief voor de definitie van gezondheid door de WHO (World Health Organization), origineel opgesteld voor gebruik binnen de huisartsenpraktijk. De definitie van positieve gezondheid is er één met de nadruk op veerkracht en niet op het uitblijven van ziekte. Veerkracht is per definitie het gespreksdomein van de psychologische hulp en dus loont het de moeite om naar dit model te kijken door de ogen van een psycholoog.

Zes dimensies
Binnen positieve gezondheid zijn zes dimensies te onderscheiden die met elkaar, middels een spinnenweb, een beeld geven van deze mens. Niet alleen de klacht wordt in kaart gebracht (binnen de GGZ vaak het domein ‘mentaal welbevinden’ genoemd), maar ook dimensies als dagelijks functioneren, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijk functioneren (‘meedoen’), lichaamsfuncties en zingeving (van Iersel en van Wijngaarden, 2018). Deze dimensies hangen met elkaar samen en vormen met elkaar de ‘veerkracht’ van de mens.

Volgens Huber (2022) is de essentie van positieve gezondheid dat de cliënt met behulp van de zes dimensies gaat nadenken over hoe het werkelijk met hem of haar gaat. Het ontdekken van iemands ‘levensmotief’ en het definiëren van de doelen. Van de Loo et al (2022) hebben onderzoek gedaan naar de waardering van de zes dimensies van positieve gezondheid binnen de GGZ. Uit dat onderzoek blijkt dat ook binnen de GGZ de zes dimensies worden gewaardeerd, zowel door behandelaars en beleidsmakers als door cliënten.

Meer oog voor de therapeutische relatie
Binnen de psychologische zorg kan het model van positieve gezondheid helpen om weg te blijven van de louter probleemgerichte analyses, een trend die we de laatste tijd meer zien. Er is weer meer oog voor de therapeutische relatie en de context waarin de cliënt zich beweegt. De cliënt kan een vragenlijst invullen op iph.nl, waarbij het spinnenweb van de domeinen er geautomatiseerd uitrolt. De domeinen op dat web geven een prima handvat voor de gesprekken. Het wordt zo vanzelfsprekender om uit te komen bij een holistische analyse waarbij alle dimensies in balans met elkaar in kaart worden gebracht. Ik zie het als een uitbreiding van het in de psychologische zorg veel gebruikte bio-psycho-sociaal-model en als goed bruikbaar gespreksinstrument om bijvoorbeeld een functie- en betekenisanalyse te kunnen maken, samen met de cliënt.

Valkuil bij dit model kan zijn dat de domeinen apart van elkaar worden besproken en zo leiden tot een ‘plat’ gesprek, of toch een klachtgerichte analyse van dat ene domein dat laag uitvalt. De domeinen vormen onderling een web en zijn ‘dus’ verbonden als in een balans model. Als het web gebruikt wordt als geheel, krijg je een gesprek over klachten èn over veerkracht. Dan kan een gesprek over bijvoorbeeld dagelijks functioneren, leiden tot een gesprek over lichaamsfuncties en zingeving, omdat deze voor een cliënt met elkaar verweven zijn. Mijn ervaring is dat we zo regelmatig tot verrassende inzichten en oplossingen kunnen komen voor de klacht waarmee de cliënt komt: de cliënt in zijn of haar kracht terug zetten.

Ook kritiek
Er is ook kritiek: zo betoogt Van der Stel (2016) dat er verwarring kan ontstaan bij het gebruik van het model positieve gezondheid, omdat “het woord ‘gezondheid’ gebruikt wordt voor een toestand èn voor het omgaan met die toestand. Deze dubbele betekenis houdt in dat mensen op een gezonde en ongezonde manier kunnen omgaan met hun gezondheid en hun ongezondheid.”  Dit kan volgens Van der Stel leiden tot een te grote claim op het maakbaarheids-mensbeeld: “als je maar genoeg je best doet en inzet toont…” Met deze onderliggende vooronderstelling kunnen behandelaars de plank flink misslaan en een groep cliënten tekortdoen. De meer systemische contextuele kijk op de mens (bijvoorbeeld de herstel-visie) wijst erop dat er altijd een gedeelde regie is, waarin de omgeving (systeem, maatschappij) de eigen leefomgeving beïnvloedt en ook de mogelijkheden in het ervaren van gezondheid.

Het gevoel regie te kunnen hebben over je leven is in mijn kamer vaak het hoofdthema. Niet vanuit het idee dat gebrek aan regie de cliënt schuldig maakt aan zijn problemen, dat is pertinente onzin, maar vanuit de ervaring dat juist regie (gevoel van veiligheid kunnen creëren in je leven) handvatten geeft om meer sturing te geven. Die regie zit vaak juist niet in het louter bestrijden van de klachten, maar in het vinden van een balans met de rest van de levensinvulling. De zes domeinen van positieve gezondheid gebruik ik daarbij vaak als handig gespreksinstrument, tot tevredenheid van mijzelf en de cliënt. Uiteraard is dat klein en anekdotisch bewijs, maar inmiddels gelukkig ook een beetje ondersteund door onderzoek als dat van Van de Loo et al. (2022).

Wil je reageren? Dat kan via bureau@nvgzp.nl.