P3NL-nieuws

15-12-2017

 

Rapportage wachttijden GGZ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa); P3NL reageert kritisch en opbouwend

De eerste monitor-rapportage van de NZa wordt binnenkort gepubliceerd. P3NL vindt het belangrijk dat de verschillende initiatieven voor de aanpak van de wachttijden goed gemonitord worden. In het overleg over de conceptrapportage van de NZa heeft P3NL nadrukkelijk gepleit voor het krachtiger benutten van wachtlijstbemiddeling omdat dit direct resultaat heeft voor patiënten en zorgverleners. Daarnaast heeft P3NL een uitgebreide reactie ingebracht. De belangrijkste punten zijn:

  • Regionale activiteiten
  • Capaciteit van GGZ-behandelaren
  • Zorgcontractering
  • 18-/18+ problematiek
  • Samenloop met andere domeinen
  • Transparantie, wachttijden en administratieve belasting
  • Kansen voor e-health

Deze punten zijn hieronder kort toegelicht. Daarnaast is er nog een reeks punten aangegeven die ook belangrijk zijn voor een verdere aanpak.

Regionale activiteiten
Oorzaken van de wachttijden zijn structureel en hangen veel samen met de complexiteit van het zorgstelsel, de verdeling over verschillende domeinen, en de systematiek van zorginkoop waarbij eenmaal per jaar afspraken tussen verzekeraars en zorgaanbieders plaatsvindt. Het zou naïef zijn te verwachten dat de wachtlijsten in een periode van 5 maanden merkbaar terug zouden lopen, alleen omdat er op landelijk niveau hierover intenties zijn uitgesproken. P3NL onderschrijft dat er regionaal nog flinke stappen gezet moeten worden maar ook landelijk zijn er nog wel stappen te zetten en zal met name de inzet en aanpak van zorgverzekeraars van cruciaal belang zijn om meer ruimte te geven aan aanbieders om concreet te werken aan vermindering van de wachttijden.

Capaciteit van GGZ-behandelaren|
T.a.v. de effectieve inzet van beschikbare capaciteit van GGZ-behandelaren (en de uitbreiding daarvan), zien we dat er door zorginkoopbeleid van zorgverzekeraars op diverse fronten weinig tot geen beweging komt. Sterker nog, de ruimte om beschikbare inzet te vergroten, wordt beperkt (denk aan: wel of niet kunnen/mogen werken met mede-behandelaren).

Zorgcontractering
Terecht schetst de NZa dat de wachtlijsten niet eenzijdig door geldgebrek worden veroorzaakt maar de zeer zuinige zorginkoop van verzekeraars met te lage budgetten (bijvoorbeeld door CZ) draagt daar wel substantieel aan bij.

Door het groeiend aantal verzekeraars dat contracten met omzetplafonds voor gb-GGZ en g-GGZ aanbiedt, en de harde handhaving van deze financiële begrenzing door zorgverzekeraars, dienen aanbieders steeds harder te sturen op het bewaken van het omzetplafond, met alle gevolgen van dien: meer of minder klanten heeft altijd financiële gevolgen voor de langere termijn.

Ook is er geen ruimte voor groepsaanbod terwijl dit een efficiënter gebruik van GGZ-behandelaren mogelijk maakt.

18-/18+ problematiek
Voor cliënten in de Jeugdwet die na hun 18e verjaardag in zorg moeten blijven, is doorbehandeling bij dezelfde behandelaar nog één jaar mogelijk. Zorgverzekeraars kunnen meer worden gestimuleerd deze zorg te vergoeden om uitval en wachtlijsten te voorkomen. Contractering van de jeugdhulp is bovendien zeer frustrerend voor aanbieders wat leidt tot afnemende opnamecapaciteit in dit domein met grotere wachtlijsten.

E.e.a. heeft te maken met het feit dat zorgverzekeraars in hun inkoopbeleid er niet voor kiezen om psychologen K&J en orthopedagogen generalisten volgens de overgangsregeling zoals die bij het Kwaliteitsstatuut (KS) is afgesproken, te contracteren, of in ieder geval ruimte hiervoor te geven om als ‘regiebehandelaar’ inzetbaar te zijn. Deze professionals zijn inhoudelijk wel verantwoordelijk voor de zorg tot 18 jaar, maar bij overgang op de 18e verjaardag moeten zij ruimte maken voor een regiebehandelaar met een BIG-registratie zoals die in het KS wordt genoemd.  Hiervoor ruimte bieden zou effectievere inzet van de gz-psychologen en andere KS-regiebehandelaren bewerkstellingen. Overigens zou ook VWS hier aan kunnen bijdragen door het BIG-proces voor orthopedagogen generalisten en K&J-psychologen te versnellen; iets waar P3NL al langere tijd voor pleit.

Samenloop met andere domeinen
Een punt dat hier aan raakt is dat GGZ en voorzieningen in het sociaal domein (Wmo 2015, werk, zinvolle dagbesteding, passende huisvesting, respijtzorg, mantelzorg etc.) in de praktijk ‘communicerende vaten’ zijn: stagnatie in het ene domein leidt tot overloop in het andere. In de rapportage staat nu alleen dat er een probleem is over wie wat moet bepalenen en dat is wat P3NL betreft maar één aspect van de specifieke problematiek die dit oproept. Anders gezegd: de afbakening van het rapport is niet expliciet Zvw en dus pleit P3NL er voor om bewust een ‘zijsprong’ te maken naar met name de Jeugdwet. De wachtlijsten daar zijn momenteel zeer actueel. NB: in de Wlz en Wmo zijn natuurlijk vergelijkbare problemen, maar die in het jeugddomein ervaren we als het meest urgent.

Transparantie, wachttijden en administratieve belasting
Inzake meer transparantie van de wachttijden, maar vooral t.a.v. de inzet van behandeltrajecten, stimuleert P3NL de ontwikkeling en implementatie van de nieuwe zorgstandaarden. Gepast gebruikt zal leiden tot effectievere inzet van behandelaren. Behandeling op de juiste plek, door de juiste behandelaar, met de juiste intensiteit op het goede moment.

Echter, dit betekent ook dat het door- en/of terugverwijzen op basis van goede normen mogelijk moet zijn. Dit hangt ook af van de afspraken die met inkopende partijen gemaakt kunnen worden. Niet door- en/of terugverwijzen vanwege inkoopafspraken met zorgverzekeraars is voor niemand acceptabel.

P3NL is voor het vergroten van transparantie en het verplicht publiceren van wachttijden maar een verplichting tot centraal aanleveren bij een landelijk aanleverpunt is ons inziens dermate administratief belastend en kostenopdrijvend dat er gekeken moet worden hoe dit voor met name kleine aanbieders gecompenseerd kan worden.

Kansen voor e-health 
T.a.v. de inzet van e-health, geldt wat ons betreft globaal hetzelfde als voor de inzet van groepsbehandelingen. De financiële prikkel is nu niet goed gericht. Enerzijds kost het systematisch inzetten van e-healthzorg veel energie en investeringskosten die zich anderzijds niet vertalen naar extra inkomsten/vergoeding. En dit is jammer aangezien er inmiddels al vele e-health programma’s zijn die tot evidence-based medicine behoren en die door behandelaren actiever ingezet zouden kunnen worden (shared decision making) en daarmee tot kwalitatief betere behandelingstrajecten zouden kunnen leiden, die ook nog korter zijn en beter kunnen beklijven. Zowel in de NZa-regelgeving als in de zorgcontractering zou hiervoor andere/betere prikkels voor kunnen worden ingebouwd.

Tenslotte
Vanuit P3NL hebben we verder aangegeven dat we ons aansluiten bij de actieplannen die de NZa zelf aangeeft en hebben we nog een reeks van belangrijke aandachtspunten benoemd:

  • De opleidingscapaciteit en onvervulbare vacatures
  • Effectievere en meer laagdrempelige zorgbemiddeling door verzekeraars
  • Inkoop op genoemde doelgroepen (autisme, persoonlijkheidsstoornis, LVB)
  • Integrale domeinoverschrijdende bekostiging
  • Wachtlijstbemiddeling
  • Opbouw van acute GGZ en ambulante GGZ
  • De toenemende takenlast bij vooral de regiebehandelaar
  • De wachtlijstadministratie
  • Zorgaanbieders die nog behandelruimte hebben maar die al aan het maximum van hun verzekerde zorg zijn gekomen

Weg van de wachtlijst; P3NL sluit ook aan

In oktober lanceerden GGZ Nederland, koepel van cliënten- en familieorganisaties MIND en Zorgverzekeraars Nederland de campagne ‘Weg van de wachtlijst’. De campagne attendeert patiënten die lang moeten wachten op specialistische GGZ-zorg op wat zij zelf kunnen doen als ze op een wachtlijst staan, bij wie ze terechtkunnen en waar ze recht op hebben. Hiervoor is een speciale toolbox met voorlichtingsmateriaal ontwikkeld voor in de wachtkamers. Uiteraard ondersteunen wij vanuit P3NL deze campagne!

Eén van de speerpunten is de zogeheten wachtkamercampagne. Er is veel materiaal ontwikkeld en direct beschikbaar. Dat zijn flyers en posters maar ook digitale informatie voor op de monitoren in de wachtruimtes. Op www.wegvandewachtlijst.nl kan al dit materiaal worden besteld. Een goede tip is om tijdens nieuwjaarsborrels, congressen of andere evenementen, toolboxen uit te delen. Deze zijn kosteloos te bestellen via communicatie@ggznederland.nl

Heb oog voor de psychische gezondheid van onze ouderen

De ouderenzorg staat meer dan ooit in de spotlights. Het kabinet Rutte III toont met het regeerakkoord en de aanstelling van een minister met Ouderenzorg als speerpunt, aan de urgentie te voelen. Niet alleen het lichamelijke welzijn van de oudere hoort daarbij de aandacht te krijgen. Hoogleraar Langdurige Zorg en Dementie Anne-Mei The wijst terecht op het belang van psychosociale zorg voor mensen met dementie en hun mantelzorgers.

Mentale veerkracht
We blijven langer leven en het aantal ouderen neemt toe. Ouderen blijven langer thuis wonen en dat heeft een keerzijde. Het leven wordt soms eenzamer. Mensen worden afhankelijk van de hulp van anderen. De zorgvragen in de thuissituatie worden complexer. Erkenning en herkenning van psychische problemen sneeuwen in dit proces vaak onder, zeker als er sprake is van beginnende dementie. Tijdige psychosociale hulp is voor de patiënt zelf noodzakelijk, maar ook voor de mantelzorger. Die is vaak 24/7 met de zorgtaak bezig en stuit op de eigen grenzen waardoor psychische problemen ontstaan of toenemen.

De complexe zorgvraag van een oudere vraagt kwaliteit en deskundigheid. Daarvoor is de ouderenpsycholoog de aangewezen persoon. Deze psycholoog is in staat om de zorgen van ouderen en hun naasten in goede banen te leiden. Van dementie kun je niet genezen maar je kunt wel zorgen dat de patiënt zich prettiger voelt doordat er naar hem of haar wordt geluisterd en wordt ingespeeld op specifieke wensen. Het leven voor patiënt én mantelzorger kan dus met tijdige inzet van psychosociale hulp sterk verbeteren door niet alleen te kijken naar de fysieke zorg, maar ook naar het mentale welbevinden.

Tijdig
Deze hulp moet dan wel tijdig worden ingeschakeld . P3NL, waaronder ook het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP), signaleert steeds vaker onderbehandelde patiënten waarbij de psycholoog laat wordt ingeschakeld. Onderzoek van De Monitor (KRO-NCRV) en Trouw naar de verpleeghuiszorg bevestigde dat beeld en toonde bovendien aan dat dementerende ouderen die op een wachtlijst staan voor een verpleeghuis, mindere zorg krijgen? Onbestaanbaar!

De zorgvraag kan daardoor verergeren of complexer worden. Er moet dus een verschuiving komen van nazorg naar voorzorg of vroege interventie. Goede zorg op maat met de juiste professional op de juiste plaats in een zo vroeg mogelijk stadium, voorkomt bovendien het beroep op dure gespecialiseerde zorg. Hoogleraar The stelt dat tussen de diagnose dementie en een eventuele opname in een verpleeghuis vaak tien tot vijftien jaar zit. “Het gaat erom dat je in die periode kijkt welke psychosociale hulp mensen nodig hebben om het thuis zo lang mogelijk vol te houden.” Ze wijst erop dat dat geld kost maar ook snel terugverdiend is. “Er zijn 270.000 mensen met dementie waarvan een kwart naar het verpleeghuis gaat. Een jaar in een verpleeghuis kost 60.000 euro. Als mensen dus twee tot drie maanden later naar een verpleeghuis gaan, bespaar je honderden miljoenen.”

Opleiden en inzetten
Zo kan psychosociale hulp zorgen voor lagere kosten maar belangrijker nog; voor hogere kwaliteit van leven voor patiënt en mantelzorger. Het kabinet maakt terecht een prioriteit van de ouderenzorg. Het wordt daarmee ook tijd om prioriteit te stellen aan de psychosociale zorg voor ouderen. Concreet betekent dit:

  • Investeren in opleidingsplaatsen en het wegnemen van belemmeringen in de sfeer van vergoedingen.
  • Werken over de schotten van wettelijke domeinen heen waarbij de financiële prikkels de patiënt centraal stellen. Iemand die de diagnose dementie heeft gekregen, maakt het niet uit of de hulp uit de Wmo, de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg wordt bekostigd. Als de juiste hulp er maar komt. Wet- en regelgeving zal daarom het werken over de wettelijke domeinen heen moeten ondersteunen.

Genoeg uitdagingen dus voor de nieuwe minister die we als professionals graag samen met hem te lijf gaan. Het artikel in Trouw vindt u hier.

Linde Gonggrijp, directeur van het Nederlands Instituut voor Psychologen
Marnix de Romph, directeur P3NL, federatie van psychologen, psychotherapeuten en pedagogen