P3NL-nieuws

De afgelopen weken heeft P3NL nieuwsberichten verstuurd over o.a.:

Regeerakkoord en de zorg (ingeslagen weg wordt doorgezet)
Opname van opzij (poëzie en evidence based werken)
Op de barricade voor bewijs (column op Skipr)
P3NL-verenigingen denken mee over bekostiging extramurale zorg
Meldpunt wachtlijsten ggz ingericht
GGZ-partijen presenteren gezamenlijke aanpak (publicatie door Zorgverzekeraars Nederland)

Regeerakkoord en de zorg (ingeslagen weg wordt doorgezet)

Een van de opvallende punten uit het regeerakkoord is dat er opnieuw hoofdlijnenakkoorden (2019-2022) zullen worden gesloten over medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging. Het kabinet wil zo een bezuiniging van 1,9 miljard euro per jaar realiseren. Een overzicht van de hoofdpunten die van belang zijn voor de aangesloten lidverenigingen van P3NL.

Er wordt naast een bezuiniging, meer geld vrijgemaakt voor de langdurige zorg, maar minder voor de curatieve zorg. Er is dus sprake van verschuivingen: meer inzet op preventie, de 1e lijn en ambulantisering. Verder staan op de agenda: de evaluatie van de Jeugdwet en het verminderen van administratieve lasten bij de zorginkoop. Onder de noemer ‘Vertrouwen in de toekomst’ van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie presenteert het regeerakkoord deze hoofdpunten. Daarbij zet het nieuwe kabinet in op het ondersteunen van werk voor ouderen en mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt en de integratie van nieuwkomers met een verblijfstatus. Nieuwe kansen voor psychologen, psychotherapeuten en pedagogen maar zeker ook aandachtspunten.

Nieuwe hervormingen in de zorg zijn niet nodig, wel verbeteringen. Dat staat in het gepresenteerde regeerakkoord. Beloofde investeringen in de ouderenzorg worden in de zorgparagraaf bevestigd, maar is er ook aandacht voor preventie en gezondheidsbevordering, innovatie en de kwaliteit van leven. Kwaliteit van zorg wordt verbeterd door een andere manier van werken en organiseren: kleinschalig, vraaggericht, innovatief, met minder regels en meer vertrouwen in de zorgprofessionals. Bestuurders worden daarop beoordeeld.

Om nieuwe werkwijzen, zoals e-health, te bevorderen wordt deze kabinetsperiode 40 miljoen euro beschikbaar gemaakt, daarna 5 miljoen per jaar. De komende regeerperiode gaat er extra geld, 54 miljoen euro, naar de jeugdhulp, met name om gesignaleerde knelpunten in de jeugd-ggz aan te pakken. Er wordt 145 miljoen euro voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, met name om de administratieve lasten die deze met zich meebrengt te verlagen.

P3NL volgt de ontwikkelingen van het nieuwe kabinetsbeleid kritisch en heeft de belangrijkste punten alvast op een rij gezet.

Het regeerakkoord is als link opgenomen als ook het document met de hoofdpunten: zie hier.

Opname van opzij (poëzie en evidence based werken)

Marnix Niemijer is naast directielid en bestuurder in organisaties op het terrein van internationale hulp aan vluchtelingen, welzijn en onderwijs, voor alles vader van onder andere een dochter. ‘Opname van opzij’ is de titel van een dichtbundel die is ontstaan in en uit een donkere tijd: de periode dat zijn oudste dochter enkele keren werd opgenomen in het UMC Utrecht vanwege zware psychotische klachten. Waarom vestigen we hier de aandacht op? Vanuit P3NL vertegenwoordigen we 20.000 professionals die werkzaam zijn binnen de GGZ en daarbij pleiten we voor evidence-based werken (zie ook Column op SKIPR). Dus om wetenschappelijke kennis hand in hand te laten gaan met de professionele deskundigheid van de zorgverlener en de ervaringsdeskundigheid van de patiënt.

Zorgverleners horen dagelijks de ervaringen van patiënten of hun naastbetrokkenen. Ze komen echter niet vanzelfsprekend op het pad van bestuurders en beleidmakers binnen de GGZ en juist met P3NL willen we ons bestuurlijk inspannen voor het maatschappelijk belang van professionals en hun patiënten. Daarbij is het van belang om ook bestuurders en beleidsmakers te doordringen van de drie aspecten van evidence-based werken. Als je daarvoor een toevallige mogelijkheid krijgt om een verhaal te delen, dan moet je die met beide handen aangrijpen.

De gedichten van Niemeijer hebben kunstenaar Marcel Verbrugge geïnspireerd tot het maken van zo’n zeventig tekeningen. Een paar krijgen hun plek in de bundel. De gedichten en tekeningen vormen een weerslag van ingrijpend psychisch lijden en de impact die dat heeft. Verlies en dreiging gaan hand in hand, niet alleen voor de persoon in kwestie maar ook voor hen daarom heen. Lees ook de blog van Marnix Niemeijer op  https://www.psychosenet.nl/opname-van-opzij/

Op de barricade voor bewijs (column op Skipr)

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) bracht eerder dit jaar een rapport uit met de titel: “Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based werken in de zorg”. Klinkt sympathiek en is goed getimed gelet op alle lopende discussies binnen de GGZ, maar er zit toch een adder onder het gras en die bedreigt de waarde van bewezen zorg … De voorzitter van de VGCt en de directeur van P3NL springen op de barricade…

U vindt de column hier

P3NL-verenigingen denken mee over bekostiging extramurale zorg

De Nederlandse Zorgautoriteit gaat een advies uitbrengen aan het ministerie van VWS over de toekomstige bekostiging van aanvullende geneeskundige zorg voor specifieke doelgroepen in de eerste lijn, zoals zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en mensen met chronisch progressieve ziekten. Deze zorg werd vergoed uit de subsidieregeling extramurale zorg en zal per 1 januari 2019 worden bekostigd uit de zorgverzekeringswet. De NVO, NIP, NVVS en NVGzP hebben input gegeven voor dit advies.

Het NIP en de NVO hebben deelgenomen aan de projectgroep van de Nederlandse Zorgautoriteit en hebben een uitgebreide reactie gegeven op het consultatiedocument.
De NVO pleit ervoor dat, onafhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm, (ortho)pedagogen regie-en/of hoofdbehandelaar kunnen zijn in de multidisciplinaire setting zoals deze binnen de extramurale behandeling bestaat, zodra de behandeling van gedragsproblematiek of systeemproblematiek voorliggend is. De volledige reactie leest u hier.

Het NIP heeft ook een uitgebreide reactie gegeven. Op hoofdlijnen was de reactie van het NIP: Continueer voor de bekostiging op de korte termijn de Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling. Zo zorg je ervoor dat zorgaanbieders zich zo geleidelijk mogelijk kunnen aanpassen aan de nieuwe situatie, zowel op financieel, administratief en organisatorisch niveau.

Voor de lange termijn wil het NIP graag toewerken naar een vorm van bekostiging op basis van zorgprogramma’s (zoals bijvoorbeeld Huntington en NAH). Maatwerk blijft echter altijd noodzakelijk. Meer informatie en de volledige reactie leest u hier.

De NVVS en de NVGzP waren niet betrokken bij de projectgroep, maar hebben wel een reactie gegeven op het consultatiedocument. U kunt de reacties hier teruglezen. De NVVS benadrukt in haar reactie dat in het rapport te weinig aandacht wordt gegeven aan seksuologie, terwijl uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat aandacht voor relatievorming, intimiteit en seksualiteit belangrijk is bij zorg aan mensen met een beperking of chronische ziekte. De NVVS bepleit dat de zorg aan deze doelgroepen multidisciplinair wordt aangeboden, de seksuoloog moet onderdeel uitmaken van dit multidisciplinaire team.

De NVGzP heeft aangegeven dat ze voorstander is van het doortrekken van de multidisciplinaire aanpak van bekostiging van aanvullende geneeskundige zorg. Dit sluit optimaal aan bij de werkwijze die gangbaar en noodzakelijk is voor dit type zorg en beperkt voor zover mogelijk de administratieve belasting van zowel zorgaanbieders als cliënten. De NVGzP bepleit om niet in het algemeen te spreken over ‘psychologen’, maar over gz-psychologen en ‘ouderenpsychologen’.

De NZa verwerkt de reacties van alle partijen in het definitieve advies aan het ministerie van VWS. Zodra dat advies wordt uitgebracht, zullen P3NL en de afzonderlijke verenigingen hierover berichten.

Meldpunt wachtlijsten ggz ingericht

Steeds meer leden, werkzaam in de curatieve ggz onder de ZVW, trekken aan de bel over hun problemen met wachtlijsten. Nieuwe cliënten (met huisartsverwijzing) kunnen daardoor niet in behandeling worden genomen waardoor problemen verergeren. De oorzaken lopen uiteen zoals onvoldoende capaciteit bij instellingen en gebrekkige informatie waar nog ruimte is. Het bereiken van het budgetplafond van de verzekeraar is steeds vaker een oorzaak; dan is er wel capaciteit, maar geen mogelijkheid om cliënten in behandeling te nemen.

Alle GGZ-partijen vinden het onwenselijk dat mensen te lang moeten wachten op ggz-zorg en hebben afgesproken om per 1 juli 2018 de behandelingen in de ggz weer binnen aanvaardbare normen (Treeknormen) te brengen. Regionale taskforces en verdiepend onderzoek aanvullend op de contracteringsafspraken tussen verzekeraars en aanbieders moeten deze knelpunten in de wachttijden oplossen.

Uw hulp om de urgentie van dit probleem in beeld te brengen is dringend gewenst, zodat het NIP/P3NL de problematiek inzichtelijk kan maken. Verleent u zorg in de curatieve ggz onder de zorgverzekeringswet en heeft u problemen met wachtlijsten? Meld het bij het NIP-meldpunt

Wat gebeurt er met uw melding?
De meldingen worden geanonimiseerd verzameld en geanalyseerd. Deze informatie nemen we vervolgens mee in de gesprekken met verzekeraars over de zorginkoop, en in de landelijke werkgroepen die de wachtlijstproblematiek moeten oplossen. Hoe meer concrete meldingen we krijgen, des te sterker het NIP en P3NL de problematiek onder de aandacht kan brengen.

GGZ-partijen presenteren gezamenlijke aanpak (publicatie door Zorgverzekeraars Nederland)

GGZ-partijen vinden het onwenselijk dat mensen te lang moeten wachten op ggz-zorg en bundelen daarom de krachten. Recent zijn afspraken gemaakt met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om per 1 juli 2018 de behandelingen in de ggz weer binnen de Treeknormen voor aanvaardbare wachttijden te brengen. Deze gezamenlijke aanpak, aanvullend op de contracteringsafspraken tussen verzekeraars en aanbieders, is vandaag (3-10) gestart met het lanceren van regionale taskforces en de start van verdiepend onderzoek met het doel om knelpunten in de wachttijden op te lossen.

Bij de afspraken met VWS zijn GGZ Nederland, MIND, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), P3NL, de Landelijke Vereniging voor Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP), Verzorgenden en Verpleegkundigen Nederland (V&VN) en MeerGGZ betrokken. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat de voortgang op de gemaakte afspraken monitoren.

Regionale taskforces 
GGZ Nederland, MIND en Zorgverzekeraars Nederland hebben adviesbureau KPMG Health gevraagd om acht taskforces in te richten in de regio’s Noord Limburg , Zuid Limburg, Utrecht, Zuid-Holland Noord, Friesland, Groningen, West-Brabant en Midden-Brabant. De regionale taskforces starten gefaseerd, om optimaal de leereffecten tussen regio’s te kunnen benutten en bestaan uit cliënten- en familieorganisaties, huisartsen,  zorgaanbieders (zoals ggz-instellingen en vrijgevestigde psychiaters, psychologen en psychotherapeuten), zorgverzekeraars, gemeenten en sociale wijkteams. Afhankelijk van de regionale situatie worden ook andere belanghebbenden betrokken. Het doel van de taskforces is om, na een gezamenlijke probleemanalyse, zo snel mogelijk tot concrete oplossingen te komen die bijdragen aan het verminderen van de wachttijden. De regionale taskforces mogen geen extra administratieve lasten veroorzaken, maar zullen deze waar mogelijk juist moeten verminderen.

Verdiepend onderzoek
Naast het instellen van de acht regionale taskforces is advies- en onderzoeksbureau Significant gevraagd om in drie andere regio’s (Amsterdam, Rotterdam en Midden-IJssel) een analyse te doen aan de hand van concrete praktijkervaringen. Tijdens dit onderzoek staan de ervaringen van individuele patiënten centraal. Regionale cliëntenorganisaties, zorgprofessionals, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, huisartsen, wijkteams en woningbouwcorporaties worden gevraagd om relevante casuïstiek aan te leveren.