Onderzoek Basis GGZ: veel knelpunten

13-08-2014

De instroom naar de Basis GGZ blijft achter, vooral bij instellingen. Verwijzingen zijn een groot probleem, en het product Kort wordt niet of nauwelijks ingezet, en het product Intensief is te beperkt om de zwaardere doelgroep te kunnen behandelen.

Dit zijn enkele conclusies uit de Monitor Basis GGZ,  die KPMG Plexus in juni publiceerde. De Monitor is gebaseerd op (interview-)onderzoek in drie representatieve regio’s,  waarbij in totaal negen instellingen betrokken waren.

Instroom

De problemen in de instroom in de Basis GGZ doen zich vooral voor bij instellingen. Vrijgevestigden en kleine aanbieders signaleren minder problemen op dit punt.

Verwijzingen

Zowel huisartsen als GGZ-aanbieders ervaren problemen met de verwijzing. Huisartsen hebben geen vertrouwen in beschikbare screenings- en triageinstrumenten en gebruiken deze slechts beperkt. Daarnaast vinden huisartsen het lastig om de juiste verwijsroute te vinden. GGZ-aanbieders en verzekeraars signaleren dat verwijsbrieven vaak niet voldoen, met als gevolg veel bureaucratisch nawerk.

Ook binnen de Basis GGZ bestaat veel verschil in werkwijze bij de keuze tussen Basis GGZ en specialistische GGZ en de bepaling van het juiste product  binnen de Basis GGZ.

Producten te beperkt

De producten in de Basis GGZ worden als te beperkt ervaren. Door de inzet van de POH wordt het product Kort in de Basis GZ weinig gebruikt. Voor zwaardere patiënten biedt het product Intensief te weinig mogelijkheden  om volgens richtlijnen te behandelen. Dit leidt ertoe dat protocolleen niet worden afgemaakt, of deze patiënten bij vorbaat al worden verwezen naar de specialistische GGZ. Gepleit wordt voor de ontwikkeling van een omvangrijker product, bijv. 1.200 minuten, om het gat tussen GB-GGZ en S-GGZ op te vullen.

Klik hier voor het hele onderzoek

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *