NZa-nieuws

15-12-2019

NZa start experiment declarabel maken aanvullende beroepen

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) start een experiment waarin de beroepen die kunnen helpen bij het verkorten van wachttijden declarabel worden. Het experiment vindt plaats binnen de dbc-systematiek voor de ggz en fz (dus alleen in de gespecialiseerde ggz) en binnen de gecontracteerde zorg. De inzet moet vallen onder de supervisie van een regiebehandelaar in de gespecialiseerde ggz, zodat de kwaliteit van zorg geborgd is. Wil je aan dit experiment deelnemen, dan sluit je met alle zorgverzekeraars een overeenkomst af. Lees er alles over in de beleidsregel en de nadere regel over het bekostigingsexperiment.

Het doel van het experiment is het mogelijk maken van bekostiging van de inzet van beroepen waarvan de tijd niet afleidt naar een db(b)c. De beroepen dragen bij aan het verkorten van de wachttijden en het verhelpen van capaciteitstekorten in de ggz of het verminderen van personeelstekorten in de fz.

De reikwijdte van het experiment is beperkt tot de gespecialiseerde ggz en de fz. Daarnaast is de reikwijdte nog verder beperkt tot die beroepen waarvan de tijd niet afleidt naar een db(b)c (zie de beroepentabel). Normaal gesproken geldt alleen voor die beroepen in de tabel die onder ‘Tijd leidt af’ een ‘ja’ hebben staan, dat deze tijd afleidt naar een prestatie. Binnen het experiment is het mogelijk om van beroepen in deze tabel onder ‘Tijd leidt af’ een ‘nee’ hebben staan, de tijd wel af te leiden naar een dbc of dbbc.

Zorgaanbieders en verzekeraars moeten onderling bepalen welke beroepen daadwerkelijk zorg kunnen leveren in het kader van dit experiment. De taken die door de aanvullende beroepsbeoefenaren worden uitgevoerd, dienen te vallen onder de verzekerde zorg zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet.

Voor deelname is noodzakelijk dat:

  • Je een experimenteerovereenkomst sluit met de zorgverzekeraar
  • Je een melding doet bij de NZa via een mail naar info@nza.nl, onder vermelding van ‘deelname experiment aanvullende beroepen gespecialiseerde ggz en fz’
  • Na bevestiging van je melding, stuur je een kopie van de experimenteerovereenkomst naar de NZa

Meer informatie

Publicatie hoofdlijnen nieuwe regels voor de GGZ

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de hoofdlijnen van de nieuwe regels voor de geestelijke gezondheidszorg gepubliceerd. De wijzigingen zijn minimaal, omdat de sector in 2022 overgaat op een nieuwe bekostiging: het zorgprestatiemodel. De belangrijkste wijziging voor vrijgevestigden betreft de tarieven. Verder licht de NZa de systematiek bij het onvolledig behandeltraject in de gb-ggz (ozp’s) duidelijker toe.

Nieuwe tarieven 2020
Op basis van het kostprijsonderzoek dat eind 2018 plaatsvond, heeft de NZa nieuwe tarieven voor 2020 vastgesteld.
• De tarieven voor de generalistische basis-ggz vind je hier
• De tarieven voor de gespecialiseerde ggz vind je hier

Onvolledig behandeltraject gb-ggz (ozp’s)
Zorgverzekeraars en aanbieders hebben vragen gesteld over Onvolledige behandeltrajecten in de gb-ggz met meer dan 120 minuten tijdsbesteding. Daarom licht de NZa de systematiek van de gb-ggz toe.

In de gb-ggz zijn er vier integrale prestaties:

  • Kort (BK)
  • Middel (BM)
  • Intensief (BI)
  • Chronisch (BC)

De zorgaanbieder declareert de prestatie met het patiëntprofiel dat aansluit bij de zorgvraagzwaarte van de patiënt. Het uitgangspunt is dat – bij aanwezigheid van een DSM-stoornis – de ingeschatte zorgvraagzwaarte leidend is, waarbij het niet uitmaakt hoe lang de behandeling duurt.

Voor uitzonderlijk korte trajecten die minder dan 120 minuten duren, geldt in specifieke gevallen een uitzondering. Die specifieke gevallen zijn:

  • doorverwijzing naar g-ggz
  • beëindiging behandeling
  • overlijden patiënt

In die gevallen mag de zorgaanbieder een onvolledig behandeltraject (ozp) in rekening brengen. Dit mag ook als het langer dan 120 minuten duurt om te concluderen dat géén DSM-stoornis kan worden vastgesteld.

Als het langer dan 120 minuten duurt om vast te stellen dat de cliënt in de g-ggz thuishoort (in plaats van de gb-ggz), dan geldt dus het volgende:

  • als er (nog) geen DSM-stoornis is vastgesteld, dan kan de prestatie onvolledig behandeltraject worden gedeclareerd
  • als er wel een DSM-stoornis is vastgesteld, dan dient op basis van de criteria uit de prestatieomschrijvingen gb-ggz de best passende prestatie in rekening gebracht te worden (en dus niet het onvolledig behandeltraject).

NZa gaat algemene kortingspercentages door zorgverzekeraars onderzoeken

In augustus 2019 maakte de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de nieuwe tarieven 2020 bekend voor de GGZ en FZ. Deze tarieven zijn gebaseerd op het kostprijsonderzoek dat de NZa eind 2018 uitvoerde. Bij publicatie van de nieuwe tarieven heeft de NZa zorgverzekeraars opgeroepen om niet langer algemene kortingspercentages (tot wel 20% voor vrijgevestigden!) voor de hele sector toe te passen.

Dit gebeurt echter toch, zo constateerde de LVVP. Hiermee wordt contracteren wel heel erg onaantrekkelijk gemaakt. De LVVP heeft dan ook de NZa hierover geïnformeerd. Deze was not amused en gaf aan hier werk van te gaan maken. Dat gebeurt nu: de NZa heeft bij alle zorgverzekeraars informatie opgevraagd waaruit moet blijken hoe zorgverzekeraars tot passende vergoedingen voor GGZ-zorg komen.

De NZa: “Het borgen van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van onze geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is een gezamenlijke opgave. Een gezamenlijke opgave die ook is vastgelegd in bijvoorbeeld het hoofdlijnenakkoord. Een belangrijk onderdeel van de gezamenlijk opgave is het komen tot passende vergoedingen. Deze verantwoordelijkheid is verdeeld over verschillende partijen. Zo is het belangrijk dat er meer inzicht komt in de kwaliteit van zorg. Hiervoor zijn primair de zorgaanbieders aan zet. Als Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) staan wij aan de lat voor het vaststellen van goede tarieven. In het geval van de GGZ gaat het dan om maximumtarieven. Vanwege onder andere de invoering van de generalistische basis-GGZ en het kwaliteitsstatuut, en de inwerkingtreding van de Jeugdwet waren de oude GGZ-tarieven niet altijd meer passend. De nieuwe tarieven zijn gebaseerd op uitgebreid en gedegen onderzoek.

De nieuwe tarieven zijn, zoals gezegd, maximumtarieven. Het doel van deze maximumtarieven is het vaststellen van een bovengrens. De nadere invulling van de contractering is uiteraard aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Partijen moeten er onderling voor zorgen dat goede GGZ beschikbaar is en blijft voor iedereen die deze zorg nodig heeft. Bij het vaststellen van de nieuwe GGZ-tarieven heeft de NZa aangegeven dat zij van zorgverzekeraars verwacht dat zij de nieuwe tarieven als vertrekpunt nemen om te komen tot passende vergoedingen. Een vergoeding is naar het idee van de LVVP passend als het de zorgaanbieder in staat stelt patiënten tijdig de zorg te bieden die zij nodig hebben en tegelijkertijd voldoende prikkel geeft om doelmatig te werken. Wat passend is, is niet in algemene zin vooraf te bepalen. De LVVP verwacht dat zorgverzekeraars bij het bepalen van passende vergoedingen de specifieke situatie van zorgaanbieders in ogenschouw nemen. Dit betekent niet dat zij maatwerkafspraken maken met iedere individuele zorgaanbieder (gezien het grote aantal GGZ-aanbieders is dit simpelweg niet haalbaar), maar wel dat zij goed kunnen onderbouwen waarom voor specifieke (groepen) zorgaanbieders een bepaalde vergoeding passend is. Sectorbrede/generieke afslagen, die ook nog eens ongewijzigd zijn ten opzichte van het voorgaande jaar, verhouden zich hiertoe in beginsel niet.

In het bestuurlijk overleg met partijen over de tarieven in de GGZ en FZ op 15 oktober 2019, benadrukte de LVVP het belang van een nieuwe koers voor de bekostiging van de GGZ. Destijds lieten zij ook weten open te staan voor signalen uit het veld over generieke afslagen en daarover in gesprek te zullen gaan met de desbetreffende zorgverzekeraar(s). Inmiddels heeft de LVVP signalen ontvangen van individuele zorgaanbieders, branchepartijen en instellingen. Naar aanleiding van deze signalen heeft de LVVP informatievorderingen naar alle zorgverzekeraars gestuurd. De LVVP wil graag onderzoeken hoe zorgverzekeraars tot passende vergoedingen voor GGZ-zorg komen.”