NVGzP-leden vragen aandacht VWS voor privacy in de GGZ

14-07-2014

Begin mei stuurde NVGzP-lid Marloes de Jong een brief aan de minister van VWS over de gevaren van schijnprivacy in de ggz. De brief werd tevens gepubliceerd in NRC-Next en als Blog op onze website. Dit leverde De Jong een persoonlijke uitnodiging op voor een gesprek op 1 juli jl. met twee leden van de Directie Curatieve Zorg van het Ministerie van VWS.

Kees Jan van der Boom, klinisch psycholoog in de Specialistische GGZ en lid van de klachtencommissie van de NVGzP,  en Rosalinde Visser, stafmedewerker beroepsethiek van het NIP, sloten zich,  ook op persoonlijke titel, aan.

Aanleiding

Aanleiding voor de bief van De Jong was de recente uitzending van Zembla over de bedreigingen voor de privacy van cliënten in de ggz. De verplichting om cliëntgegevens aan zorgverzekeraars aan te leveren en de zeer gedetailleerde vragenlijsten in het kader van ROM stellen behandelend psychologen voor problemen: de anonimiteit en veiligheid van cliëntgegevens lijken niet voldoende gewaarborgd.
Lees verder onder het infographic schema.  

infographics

Beroepsethisch spanningsveld

De Jong, Van der Boom en Visser hebben het gesprek met VWS vooral aangegrepen om het beroepsethische spanningsveld te schetsen van het dag-in-dag-uit cliëntgegevens te moeten verzamelen en uitleveren, zonder dat privacy voldoende geborgd is.  Dit spanningsveld werd geïllustreerd met een concreet voorbeeld van een ROM-vragenlijst en een uitdraai van de gegevens die worden verzonden naar DIS. Het door cliënten gebruik kunnen maken van een opt-out regeling in de vorm van een privacyverklaring heeft alleen betrekking op de diagnose en niet op de overige persoonsgegevens. Ook dat is bezwaarlijk uit het oogpunt van privacy.

Het aanleveren van vragenlijsten in het kader van ROM dwingt behandelaars bijna tot het houden van een dubbele boekhouding: het is in de praktijk ondoenlijk de verplichte gegevens gescheiden te houden van de optionele, niet verplicht aan te leveren cliëntgegevens. De behandelaar staat voor een dilemma: de vertrouwensrelatie vraagt om openheid tegenover de cliënt, maar tegelijkertijd levert diezelfde openheid ook een kans op weigering van toestemming door cliënten, het uit behandeling gaan van cliënten en het door de behandelend psycholoog niet kunnen voldoen aan eisen van zorgverzekeraars. Met gevaar voor het voortbestaan van eigen praktijk of instelling.

Dit alles betekent ook een bedreiging voor de vertrouwensrelatie en het beroepsgeheim van de behandelaar. De vraag drong zich nadrukkelijk op of psychologen zich in deze context nog wel aan hun beroepscode kunnen houden.

Beroepscode

Volgens de beroepscode van het NIP, die tevens als uitgangspunt wordt gebruikt voor toetsing van het professioneel handelen in het kader van het wettelijke tuchtrecht, gaat de psycholoog een vertrouwensrelatie aan met de cliënt (artikel III.3.3.1). Deze vormt de grondslag voor de professionele relatie. Dat betekent dat de (behandelend) psycholoog de vertrouwelijkheid van de cliëntgegevens moet kunnen garanderen, d.w.z. dat deze alleen met expliciete toestemming van de cliënt aan derden, zoals bijvoorbeeld zorgverzekeraars mag verstrekken.

Een van de legitieme gronden waarop de geheimhouding kan worden doorbroken is het bestaan van een wettelijke verplichting voor de psycholoog. Voorbeelden die met VWS zijn besproken zijn de verplichting tot het vermelden van diagnose-informatie op de factuur aan de zorgverzekeraar, het verplicht aanleveren van gegevens in ROM bij SBG en de recente verplichte vermelding van de zorgvraagzwaarte op de factuur.

In zulke gevallen dient er in de visie van het NIP sprake te zijn van een kwalitatief goede wettelijke regeling die als grondslag kan dienen voor een verantwoorde doorbreking van het beroepsgeheim en de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de cliënt. Een dergelijke grondslag dient (o.g.v.de Wet bescherming persoonsgegevens) altijd gebaseerd te zijn op de noodzaak om bepaalde persoons- en cliëntgegevens te verstrekken voor het gerechtvaardigde doel. Het verstrekken van gegevens dient ook proportioneel te zijn, d.w.z. in verhouding tot het doel waarvoor de gegevens worden verwerkt. Tenslotte is ook het beginsel van subsidiariteit van toepassing: er kan niet worden volstaan met een kleinere, minder ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Een volledige privacyverklaring biedt cliënten weliswaar een legitieme ‘ontsnappingsroute’ maar zou in feit niet nodig moeten zijn, omdat de privacy al voldoende gewaarborgd moet zijn.

Wat de veiligheid van datasystemen betreft, dient volgens De Jong, Van der Boom en Visser als uitgangspunt de internationale norm van ‘Privacy-by-Design’ te worden gehanteerd: privacy-waarborging zou al zoveel mogelijk in het data-verzamelingssysteem zelf ingebouwd moeten zijn. Zolang dit niet het geval is heeft de overheid een belangrijke rol.

Rol van VWS

In de visie van het ministerie zouden, in het kader van de marktwerking, privacy-voorwaarden zoveel mogelijk door zorgverzekeraars en psychologen zelf met elkaar moeten worden uitgezocht. Door De Jong, Van der Boom en Visser werd sterk benadrukt dat behandelaars wat dat betreft in een lastige, van zorgverzekeraars afhankelijke positie verkeren.  Het ministerie erkent dit probleem en ziet voor zichzelf een belangrijke rol in het kader van het borgen van privacy en de veiligheid van cliëntgegevens. De Jong, Van der Boom en Visser benadrukten desgevraagd er veel belang aan te hechten dat er in het kader van wetgeving en beleidsregels voldoende tijd is om een gedegen afweging te maken tussen inbreuk op en bescherming van privacy. Ook is het wenselijk om alternatieve instrumenten te gebruiken of te ontwikkelen, waarbij zo min mogelijk inbreuk op de privacy van de cliënt wordt gemaakt.

One thought on “NVGzP-leden vragen aandacht VWS voor privacy in de GGZ

  1. Het is fantastisch om te lezen dat deze discussie tussen diagnost/behandelaar en politiek op actieve wijze doorgaat.
    Er zitten zeer veel gaten in de bewaking van privacy voor behandelaar en client . Er lijkt in de praktijk door deze nauwelijks meer te begrijpen diffusie van stromen patiënt gegevens een laissez faire houding te ontstaan …
    Het is goed dat van de Boom ,Visser en de Jong deze discussie gaande houdt in het belang van werkers en clientèle
    Ook goed dat de overheid hiervoor meer oor heeft !! J.Grootenboer psychiater in ruste na een lange historie met steeds en op nieuw weer aankaarten van bovengenoemde discussie,want dit blijft een permanent aandachtsgebied !!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *