NVGzP congres: Inspiratie en ontmoetingen voor nu en de toekomst

20-09-2016

Op vrijdag 16 september vond het NVGzP congres ‘De veranderende wereld van de Gz- en klinisch (neuro) psycholoog’ plaats. Het was een dag vol inspirerende en kwalitatief goede bijdragen van gerespecteerde sprekers maar ook een dag vol ontmoetingen van ruim 180 collega’s onder elkaar. Er heerste een positieve sfeer en na afloop werden er vele waarderende reacties opgetekend. Het bestuur van de NVGzP kijkt dan ook terug op een mooie dag die voor herhaling vatbaar is.

Hieronder volgt een kort verslag van de bijdragen van de verschillende sprekers en de links naar de presentaties.
Klik hier voor een foto-impressie.

Na een warm welkom van mw. prof. dr. Anneloes van Baar sprak prof. dr. Marc Verbraak, voorzitter van de NVGzP het welkomstwoord. Marc gaf aan dat er reden is voor een feestje want de NVGzP bestaat uitgerekend dit weekend 4 jaar. De NVGzP is destijds gestart vanuit het idee dat er veel aan het veranderen was en dat de BIG-geregistreerde psychologen hier hun steentje aan bij konden dragen. Het is makkelijk om kritische geluiden te laten horen maar het is veel lastiger om met ideeën en oplossingen te komen. Dit ziet de NVGzP als haar taak. Vandaag worden de toekomstige veranderingen toegelicht; het is de uitdaging van de NVGzP om te zien wat deze veranderingen betekenen en zo nodig het voortouw te nemen. Tot nu toe heeft de NVGzP al veel bereikt, denk aan de inspanningen voor het regiebehandelaarschap en de herregistratie. Marc voorspelt dat er nog veel zal gaan veranderen, bijvoorbeeld als het gaat om DBC’s.

Om al het werk dat er ligt goed te doen, kan de NVGzP nog steeds meer leden gebruiken. Het doel voor dit jaar is om 3000 leden te krijgen; er zijn nu ruim 2700 leden. In 2017 zal er een lustrumcongres worden gehouden. Marc roept ieder lid op om collega’s uit te nodigen dit NVGzP-feestje mee te vieren.

Na deze wervende woorden, nam prof. dr. Jos de Keijser het stokje over: Volgens Jos staat het regiebehandelaarschap gelijk aan simultaan schaken op schuivende borden. Het werk van de regiebehandelaren wordt steeds ingewikkelder en zet aan tot het denken over de competenties die hiervoor nodig zijn. Jos vroeg de aanwezigen: denk aan uw competenties, op welke onderdelen bemerkt u hiaten? Deelnemers gaven aan op het gebied van diagnostiek en behandelingen meer kennis en vaardigheden te kunnen gebruiken.

Als regiebehandelaar worden o.a. de volgende vaardigheden verwacht: klinisch redeneren bij diagnosticeren, indiceren en behandelen, leidinggeven aan mede-behandelaren, lid zijn van een teamoverleg, betrekken van patiënten en familie bij besluitvorming.

Jos introduceerde zijn BIG-attitude:

B               staat voor Belangstellend, nieuwsgierig zijn naar complexiteit

I                 staat voor Ingetogen, “we weten dat we nog niet zoveel weten”.

G               staat voor Gedecideerd; leiderschap tonen.

Aan de hand van een casus, illustreerde Jos dat er veel mis gaat bij dossiervorming. Ook de besluitvorming bij MDO’s is vaak onderhevig aan het ‘Maatjessyndroom’: in de overleggen worden vooral vragen gesteld die het komende besluit ondersteunen. Zie ook het artikel van Paul E. Meehl. Jos’ advies is om tegen-denken te leren; wees blij met de collega die een andere mening heeft! Klinisch redeneren en debiasing strategieën zijn goede instrumenten hiervoor. Zie voor een nadere toelichting …. (link naar presentaties)

Jos de Keijser sloot af met de boodschap aan de deelnemers om vóór 1 januari 2017 goed na te gaan denken over de hiaten in de eigen competenties. Klik hier voor de presentatie van Jos.

Prof. dr. Denny Borsboom nam de aanwezigen mee in de psychometrie en wel de netwerkbenaderingen van de psychopathologie. Het standaard model momenteel is dat vanuit gedrag wordt afgeleid wat iemands positie is op een persoonlijkheidstrek of stoornis. Denny heeft zich afgevraagd of we er op deze wijze achter komen wat het construct dan is (bijv. depressie); veroorzaakt depressie de symptomen of is het denkbaar dat iemand aan depressie leidt zonder de symptomen (3 uit sheet invullen). Het alternatieve model is dat depressie een ecosysteem is van problemen; symptomen die elkaar beïnvloeden. Een stoornis is dan een complex systeem waar symptomen de entiteiten in het netwerk zijn, vanuit het idee dat ze elkaar beïnvloeden. Wat impliceert zo’n model over hoe je kunt nadenken over gezondheid en over stoornissen?
Door via computermodellen klinische stoornissen te simuleren, is er het inzicht gekomen dat mensen verschillen in connectiviteit tussen de knopen in het netwerk. Dit heeft grote consequenties: als er een sterk verbonden netwerk is, dan ‘zetten’ symptomen elkaar voortdurend aan (sterk verbonden symptomen): we zien dan een niet-lineaire disproportionele reactie op bijv. externe factoren zoals het overlijden van een naaste of drukte in het werk. Een zwak verbonden netwerk is gelijk aan een weerbaar systeem; een kwetsbaar systeem laat een zwaar verbonden netwerk zien.

Deze connectiviteit is meetbaar en zal mogelijk in de toekomst voorspelbare- en therapeutische toepassingsmogelijkheden hebben. Behandelen zal altijd nodig zijn maar door deze psychometrische technieken zijn in de toekomst diagnostiek en behandeling beter op elkaar aan te sluiten.

Klik hier voor meer informatie over netwerkbenaderingen van psychopathologie.

 

Na de koffiepauze vervolgde mw. drs. Remke van Staverden (psychiater), de dag met de vraag: Waarom doe je wat je doet? En waarom doe je het nu nog? Remke vertelde hoe een persoonlijke ervaring van 30 jaar geleden, haar ‘waarom’ heeft bepaald. Deze persoonlijke ervaring is de reden waarom ze doet wat ze doet; we kunnen allemaal ooit patiënt zijn dus “behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden” en wees open over psychische klachten. In de puinhoop van de GGZ en de enorme administratieve lasten, moeten we oppassen om nog toe te komen aan de kern; directe patiëntenzorg. Begin daarom met de waarom-vraag; je hebt leidraad nodig. Aan de hand van de Golden Circle van Simon Cimek, gaat Remke in op het waarom, hoe en wat. We willen bereiken dat de cliënt zo snel mogelijk en zo volledig mogelijk herstelt. Voor Remke is dit vanuit compassie.

Compassie is het vermogen om je betrokken te voelen bij pijn en lijden van zowel jezelf als van een ander en de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen om dat te helpen verlichten. Compassie is niet soft; bij compassie steek je de handen uit de mouwen; het is een werkwoord. Zorg zonder compassie is als een auto zonder brandstof. Compassie kan heel zwaar voelen; niet altijd resultaten opleverend. We kunnen een voorbeeld nemen aan de boeddhisten: ze voelen dezelfde compassie en doen dezelfde inspanningen om lijden en pijn te verminderen maar hechten minder aan het resultaat van hun inspanningen. Een niet gehechte vorm van compassie.

Ander belangrijk aspect: compassie begint met zelf-compassie (lief zijn voor jezelf). We zijn vaak te streng voor onszelf en daardoor te streng voor anderen. Van zelfcompassie word je een betere zorgverlener. Zorg eerst goed voor jezelf en zorg voor elkaar. Laten we zorgen voor de organisatie en de Raad van Bestuur en de receptioniste. Dus niet een patiëntgerichte organisatie maar een mensgerichte organisatie.

En dan nog Hoe? Wat is precies goede zorg? Het is als een stevige kruk op 3 poten; Zinnig (professionele zorg; evidence-based), Zuinig (efficiënt werken, duurzaam) en Zorgzaam. Remke illustreert dit aan de hand van een casus over no-shows in de verslavingszorg. Belangrijk is het patiëntenperspectief: vraag aan de patiënt, familie wat er beter zou kunnen in de instelling of gebruik je fantasie hoe je zelf behandeld zou willen worden.

Klik hier om te zien wat je vandaag al kunt doen.

Tot slot: Durf burgerlijk ongehoorzaam te zijn. Durf te kiezen voor goede patiëntenzorg. Kom in actie; vandaag nog en begin met ‘waarom’.

Klik hier voor de presentatie van Remke van Staveren.

Het boek van mw. drs. Remke van Staveren ‘HART voor de GGZ’ is als geschenk aan alle deelnemers van het congres uitgereikt door CCD (Cure & Care Development).

 

Drs. Joost Walraven sloot de ochtend af met zijn presentatie over “de GGz heeft te veel visionairs en te weinig afmakers”. Joost is in zijn dagelijks werk, als leidinggevende, actief met de positionering van psychologen en wil zijn verbazing delen over wat hij ziet: er zijn veel visies die de laatste tijd opkomen, zoals: HART voor de GGZ en De Goede GGZ. Ons probleem is dat we zaken niet afmaken. Voor dit betoog gebruikt hij als voorbeeld de zelfsturende teams. Zelfsturende teams gaan namelijk vaak zonder zwemles het diepe in. Er is niets mis met de visie op zelfsturende teams. Maar we moeten ons realiseren dat maar 8% van de managers goed zijn in het bedenken van ideeën en het implementeren ervan. ‘Zelfsturende teams’ zijn niet nieuw; het is al 65 jaar oud. Er is een review met 30 jaar onderzoek (klik hier).

De manager moet voorwaardenscheppend zijn, dingen regelen, resultaatgerichte sturing en feedback geven, teamontwikkeling leiden, mede vormgeven aan het product/proces/organisatieverbeteringen en meedenken over vernieuwingen. Veel instellingen nemen er te weinig tijd voor. Vaak wordt een hele managementlaag weggehaald.
Zelfsturing is geen doel maar een middel. Er zijn vier fasen van zelfsturing en de voorbereiding kost minimaal 2 jaar. De conclusie is dat delen van een organisatie profijt kunnen hebben van zelfsturing; een goed implementatieplan is een voorwaarde en volledige zelfsturing heeft alleen zin als een bedrijf zich voortdurend aanpast.
Zelfsturing in de zorg kan een goed idee zijn als er rekening wordt gehouden met een flink aantal factoren en vragen die men zich dient te stellen (zie de presentatie van Joost). Daarbij draait het dus om de implementatie. Verandering draait om het veranderen van mensen. Er is een parallel tussen principes uit de verslavingszorg en verandermanagement. Het doel is vooruitgang en niet perfectie.

De boodschap van Joost aan managers, is: zoek wetenschappelijk uit hoe het zit, vraag collega’s naar ervaringen en maak een implementatieplan!

Klik hier voor de presentatie van Joost.

Dagvoorzitter Anneloes van Baar bedankte de sprekers voor hun inspirerende presentaties en de deelnemers voor de bijna ademloze luisterhouding. Tijdens de lunch was in een aparte zaal onder leiding van prof. dr. Marc Verbraak, een goedbezochte bespreking van het concept-beroepsprofiel gz-psycholoog. Dit profiel is opgesteld door het bestuur van de NVGzP waarbij mw. drs. Els Graafsma het voortouw heeft genomen. Na een commentaarronde van een expertpanel was het nu tijd om het aan de gz-psychologen zelf voor te leggen. De aanwezigen gaven aan het een heldere, krachtige en duidelijke tekst te vinden. Ook is er tijdens de bespreking waardevol commentaar geleverd die mee wordt genomen in de verdere ontwikkeling van het beroepsprofiel.

Na de lunch was er gelegenheid om vier workshops te bezoeken.

 

  • Van de DSM-IV naar de DSM-V: Wat iedere behandelaar daarover moet weten. Workshopleider: Ton van Heugten. Klik hier voor de presentatie.

 

  • Workshopleider: drs. Joost Walraven. Klik hier voor een leesbare samenvatting van 8 pagina’s voor behandelaren van het kwaliteitsstatuut.

 

  • Op weg naar duurzame gepersonaliseerde GGZ: van diagnostisch classificeren naar prognostisch modelleren. Workshopleider: dr. Marc van der Gaag. U kunt de presentatie hier vinden.

 

  • De veranderende wereld van de zorgverzekeraar….de wereld van de dialoog.
    Workshopleider: Jelke Sloterdijk. Klik hier voor de presentatie.

Om 17.00 uur zat het programma er op en was het tijd voor een informele borrel.

Het congres is georganiseerd in samenwerking met CCD (Cure&Care development). We bedanken CCD voor de goede en prettige samenwerking.

[cd_text]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *