Niet alles van waarde is meetbaar. Niet alles wat meetbaar is, is van waarde

12-04-2018



Vol trots brengt GGZ Nederland het laatste nieuws: dit voorjaar nog wordt er een nieuw kwaliteitsinstituut voor de geestelijke gezondheidszorg opgericht. Hierin worden het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGZ (NKO) en de Stichting Benchmark GGZ (SBG) samen ondergebracht.

Pilots
Het gebruik van ROM-uitkomsten in de behandelpraktijk en voor kwaliteitsdoelen zal ‘grondig worden herzien en omgevormd tot een kwaliteitssystematiek waarvoor een breed draagvlak bestaat’. Licht triomfantelijk benadrukt de brancheorganisatie dat zorgverzekeraars geen rol krijgen rol in de besturing van het instituut. Helemaal buitenspel gezet worden de zorgverzekeraars niet, er komen pilots om te onderzoeken hoe ook keuze-informatie voor de patiënt en zijn naasten gegenereerd kan worden en op welke wijze zorgaanbieders vergeleken kunnen worden, om op basis hiervan zorginkoop mogelijk te maken door zorgverzekeraars.

De boel bij elkaar houden
Of NKO en SBG de aangewezen instituten  zijn om het beoogde brede draagvlak te creëren waag ik te betwijfelen. NKO staat model voor zorgstandaarden, richtlijnen en generieke modules, die zo algemeen en breed zijn geformuleerd dat de meeste behandelaars er allesbehalve richting aan kunnen ontlenen. En SBG is de afgelopen jaren zowel inhoudelijk, methodologisch als beroepsethisch vanuit zo’n beetje elk denkbare richting op de korrel genomen. Niet alleen uit academische en klinische kringen, maar recent zelfs door de Algemene Rekenkamer.
In de berichtgeving was wat mij betreft de grootste verrassing dat GGZ Nederland Alexander Rinnooy Kan naar voren schoof om leiding te geven aan dit ambitieuze proces. Voor wie hem niet mocht kennen: Rinnooy Kan, Eerste Kamerlid voor D66, was onder meer voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW en voorzitter van de SER. Zijn website telt niet minder dan 28 nevenfuncties. Voor de millenniumwisseling polderde hij als werkgeversvoorzitter jarenlang uiterst succesvol met de sympathieke, veel te jong overleden FNV-voorzitter Johan Stekelenburg.
GGZ Nederland is zelf een club van geboren polderaars, die “de boel bij elkaar houden” als ongeschreven stelregel heeft. In het tot op het bot verdeelde GGZ-landschap zoeken de grote GGZ-concerns, de conglomeraten van zorgverzekeraars, de patiëntenverenigingen, de beroepsorganisaties en andere ‘stakeholders’ al jaren krampachtig naar een gedeelde taal. Die taal is nodig om te voorkomen dat de sector desintegreert en vechtend ten onder gaat. Tot nu toe is “kwaliteit” het toverwoord dat keer op keer redding moet brengen. “Kwaliteit” is namelijk een woord dat in ieders brein positief is gerepresenteerd. Dit containerbegrip wordt pas controversieel wanneer het aan komt op precisering. Want wat onder “kwaliteit” moet worden verstaan is sterk afhankelijk van de strijdige deelbelangen, die de brancheorganisatie moet zien te verbinden.

Moeizaam polderen
Dat polderen ging de brancheorganisatie de afgelopen jaren maar moeizaam af. In 2010 sloot GGZ Nederland, onder leiding van toenmalig voorzitter Marleen Barth, een Bestuurlijk Akkoord met onder meer Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Deze overeenkomst werd destijds bejubeld als een uniek initiatief, dat alle doelen van ROM op gelijkwaardige wijze aan bod zou laten komen “doordat zorgaanbieders de gegevens kunnen gebruiken voor interne sturing, zorgverzekeraars voor zorginkoop en patiënten voor keuze-informatie”. Zie deze link. De nationale ROM werd een debacle. Zowel het Bestuurlijk Akkoord als Marleen Barth zijn inmiddels gesneuveld. De flamboyante Barth was PvdA-collega van Rinnooy Kan in de Eerste Kamer, totdat zij afgelopen februari onder grote druk aftrad. Diverse controversiële gedragingen hadden haar toch al geplaagde partij te zeer beschaamd. André Rouvoet, voorzitter van ZN en medeondertekenaar van het Bestuurlijk Akkoord, heeft -met de uitdagende en ferme aankondiging van GGZ Nederland om de zorgverzekeraars op afstand te zullen zetten- best reden om zich door de brancheorganisatie stevig bekocht te voelen. Net als Rinnooy Kan is Rouvoet echter een gematigd en beschaafd mens. Je zult hem er niet op  betrappen om de beuk erin te gooien.

Meesterlijke zet door GGZ Nederland
Hoe zit dat met mijzelf? Met mensen als Philippe Delespaul, Jim van Os en Menno Oosterhoff behoor ik volgens SBG-vertegenwoordigers tot de critici die de discussie over de zin en onzin van benchmarking en SBG zouden polariseren en er op uit zouden zijn om van het systeem een karikatuur te maken. De SBG-coryfeeën hebben daar wel een beetje een punt. Kritiek wordt door hen in het slechtste geval genegeerd en in het beste geval ‘dood geknuffeld’ (zie deze link). Dat vraagt soms inderdaad om duidelijke taal, teneinde de discussie niet volledig te laten te verzanden in de voorspelbare schijnconclusie, dat we het in wezen eigenlijk allemaal met elkaar eens zijn in de polder. Toch voel ik mij per saldo altijd het meest thuis bij gematigde en beschaafde polderaars, zoals Rouvoet en Rinnooy Kan.  Met het binnenhalen van Rinnooy Kan doet GGZ Nederland wat mij betreft een meesterlijke zet. Niet alleen vanwege zijn ongeëvenaarde vermogen tot polderen en verbinden. Maar ook omdat zijn statuur afrekent met het wat zielige imago van de GGZ. Hier is een man die maar liefst drie keer achtereen tot Meest Invloedrijke Nederlander werd uitgeroepen. Op dit persoonlijke succes kan de sector in één klap ‘gratis’ mee liften. Dat hij zijn status volledig buiten de GGZ heeft verdiend, lijkt mij van ondergeschikt belang. Wie weet kent hij het veld van binnenuit als ervaringsdeskundige, maar terecht gaat ons buitenstaanders dat niks aan!

Experts op het gebied van routine monitoren
Over een andere ervaringsdeskundigheid is Rinnooy Kan openhartig: net als ik ‘lijdt’ hij aan type 1-diabetes. Hij en ik prikken dagelijks meerdere malen in onze vingertoppen om onze bloedsuikerwaarden te bepalen: Rinnooy Kan en Hafkenscheid: beiden experts op het gebied van routine monitoren!

En geen enkele twijfel over de noodzaak ervan: ‘meten is weten’ voor diabeten. Elke diabeet en diabetoloog weet tegelijkertijd dat bloedsuikerwaarden slechts een losse en beperkte indicator zijn voor kwaliteit van leven, en zelfs voor behandelkwaliteit. Ik ben benieuwd wat bèta -man (emeritus-hoogleraar wiskunde) Rinnooy Kan vindt van een uitspraak van een nog veel beroemdere bèta-man (Albert Einstein):  “Niet alles van waarde is meetbaar. Niet alles wat meetbaar is, is van waarde”. Ik zie zijn antwoord met vertrouwen tegemoet. Let op mijn woorden: met Rinnooy Kan gaan we afrekenen met de illusie van de benchmark. Leve de polder!

Anton Hafkenscheid
klinisch psycholoog/psychotherapeut