Na enkele jaren van relatieve rust staat er weer een hoop te gebeuren in de GGZ – deel 2

13-10-2020

De afgelopen jaren is het qua ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving in de GGZ relatief rustig. Na de introductie van het kwaliteitsstatuut, waarin een algemeen kwaliteitskader ontwikkeld is, zijn grote wijzigingen uitgebleven. De GGZ heeft echter niet stilgestaan; zo heeft het kwaliteitsstatuut zich doorontwikkeld en was er veel aandacht voor de houdbaarheid van het verwerken van ROM-data. Bovenal lag de focus de afgelopen jaren op het (voldoende) beschikbaar houden van de geestelijke gezondheidszorg en het terugdringen van de wachtlijsten. Ondanks deze ontwikkelingen durf ik te stellen dat de afgelopen periode op het gebied van wet- en regelgeving, een periode van relatieve rust is geweest.

Vanuit verschillende hoeken doen zich nu echter ontwikkelingen voor die (forse) impact zullen hebben op de GGZ-aanbieders en de manier waarop zij georganiseerd zijn. In een serie van drie blogs ga ik in op een aantal van deze ontwikkelingen, waarbij op voorhand gezegd moet worden dat de impact van de ontwikkelingen nog niet volledig kan worden overzien. Dit zorgt voor onzekerheden in de markt waardoor de komende tijd extra alertheid van GGZ-aanbieders vereist is. In de eerste blog werd ingegaan op de wijziging van het bekostigingsmodel en het effect dat dit met zich mee kan gaan brengen. In dit tweede deel gaat het over het regiebehandelaarschap.

Doorzettingsmacht Zorginstituut ten aanzien van regiebehandelaarschap
Los van de eerder genoemde onzekerheid en de mogelijke consequenties die dit gaat hebben voor de contractering 2021, geldt dat ook ten aanzien van de uitvoering van de behandeling de nodige onzekerheid bestaat.

De financiering van de GGZ zal bij de inwerkingtreding van het nieuwe bekostigingssysteem afhankelijk worden gesteld van welke behandelaar welk deel van de zorg uitvoert. Er zullen verschillende tarieven gaan gelden voor de verschillende zorgprofessionals binnen de GGZ. Juist over de inzet van de zorgprofessionals en de taken en kwalificaties van de regiebehandelaar is discussie. De effecten van wijziging van de bekostigingsstructuur gaat mogelijk hand in hand met deze discussie. De partijen die betrokken zijn bij de doorontwikkeling van het kwaliteitsstatuut zitten immers niet op één lijn voor wat betreft de kwalificaties, taken en bevoegdheden van de regiebehandelaar. Waar de regiebehandelaar op dit moment een zeer prominente rol bekleedt in de behandeling is niet uitgesloten dat dit takenpakket gaat wijzingen en daarmee ook de verhouding van besteedde  tijd in de behandeling. In hoeverre het takenpakket van de regiebehandelaar gaat wijzigen en of dit effect gaat hebben voor de inrichting van de behandeling is afhankelijk van het Zorginstituut.

Aangezien partijen geen consensus konden bereiken over een eenduidige omschrijving van het regiebehandelaarschap, heeft het Zorginstituut de zogeheten doorzettingsmacht ingezet. Daarbij neemt het Zorginstituut de regie van partijen als het ware over. Dit zorgt ervoor dat er ook op dit punt onzekerheid in de GGZ-sector geldt. Hoewel nog niet duidelijk is welke kwalificaties, taken en bevoegdheden de regiebehandelaar krijgt, zal  ook dit mogelijk effect hebben op de inrichting van de zorginstellingen maar mogelijk ook op de bekostigingsstructuur die op haar beurt ook nog in ontwikkeling is.

Het is van belang dat deze beide aspecten in samenhang worden bekeken en op elkaar worden afgestemd. Desalniettemin bestaat het risico dat instellingen zich nu al gaan voorbereiden op de aangekondigde wijzigingen maar door één van beide ontwikkelingen overvallen zullen worden.

In de volgende blog komt de ongecontracteerde zorg aan bod.

Céline Peersman,
juridisch specialist voor de zorg
Eldermans|Geerts