Medebehandelaren

08-03-2018



De spagaat waarin vrijgevestigde zorgaanbieders zich binnen de GGZ bevinden

Inleiding
Met de komst van het kwaliteitsstatuut, is er binnen de GGZ-sector één kwaliteitsregister. Het kwaliteitsstatuut is opgenomen in het register voor kwaliteitsstandaarden, waardoor alle zorgaanbieders hieraan moeten voldoen. Een van de doelen van het kwaliteitsstatuut was om de kwaliteitseisen, die eerder nog per verzekeraar verschilden, voor de gehele sector gelijk te stellen. Dit zou moeten leiden tot meer transparantie en duidelijkheid binnen de GGZ. De komst van het kwaliteitsstatuut heeft echter op bepaalde punten ook geleid tot onduidelijkheid. Eén van de punten die nog onduidelijk is, is de mogelijkheid om een deel van de behandeling uit te laten voeren door medebehandelaren.

Medebehandelaar
Het onderscheid tussen de vrijgevestigde zorgaanbieder en de instelling is opgenomen in het kwaliteitsstatuut. Hoewel deze definities niet helemaal corresponderen met de definities die zorgverzekeraars hanteren, blijkt hieruit dat het met name van belang is dat:

  1. de regiebehandelaar persoonlijk zorginhoudelijk verantwoordelijk is, levert de zorg zelfstandig, tenzij er sprake is van een opleidingssituatie (een opleiding wordt niet beschouwd als medebehandelaar) of waarneming;
  2. de bepaling van de vrijgevestigde aanbieder of instelling gebeurt aan de hand van de AGB-code van de praktijk.

Specifiek de bepaling dat de vrijgevestigde zorgaanbieder de zorg zelfstandig levert, leidt tot de discussie of een vrijgevestigde zorgaanbieder medebehandelaren in mag zetten. Hoewel het kwaliteitsstatuut mogelijkheden biedt om andere aanbieders te betrekken bij de behandeling, lijkt de vrijgevestigde zorgaanbieder hierin te worden beperkt.

De discussie over dit onderwerp wordt verder aangewakkerd omdat de NZa-regelgeving en de overeenkomsten van de diverse zorgverzekeraars de inzet van medebehandelaren wel toe lijken te staan. Contractueel wordt tussen de zorgverzekeraar en zorgaanbieder vaak wel afgesproken in welke verhouding medebehandelaren ingezet mogen worden. Het inzetten van medebehandelaren wordt echter bijna nooit volledig uitgesloten.

Wat is nu de consequentie van deze wijziging?
Met de komst van het kwaliteitsstatuut zitten zorgaanbieders in een spagaat. Enerzijds moeten zij zich houden aan het kwaliteitsstatuut, anderzijds hebben zij vanuit het verleden nog diverse gemotiveerde en bekwame medebehandelaren in dienst die op grond van het kwaliteitsstatuut op dit moment geen werkzaamheden kunnen verrichten.

Het is de vraag of het, bij de totstandkoming van het kwaliteitsstatuut, een bewuste keuze is geweest om de inzet van medebehandelaren uit te sluiten. Gevolg hiervan is dat er onduidelijkheid is over de uitleg van deze bepaling. Het Zorginstituut heeft eerder aangegeven dat het kwaliteitsstatuut de inzet van medebehandelaren inderdaad niet toestaat, maar door verzekeraars wordt verschillend gedacht over deze bepaling in het kwaliteitsstatuut.

Gevolg
Wij zijn van mening dat het inzetten van medebehandelaren binnen de vrijgevestigde GGZ in beperkte vorm behouden moet blijven. Eventueel kan voor deze groep een derde sectie aan het kwaliteitsstatuut toe worden gevoegd bestemd voor de vrijgevestigde met personeel. Dit zou bovendien beter aansluiten bij de overeenkomsten die zorgverzekeraars aan groepspraktijken aanbieden. Wij achten het echter vooral van belang dat er op korte termijn een duidelijk antwoord komt op de vraag of het een vrijgevestigde zorgaanbieder is toegestaan om medebehandelaren in te zetten.

Indien u meer informatie wilt over het kwaliteitsstatuut, kunt u contact opnemen met Eldermans|Geerts via post@eldermans-geerts.nl.

Stijn van Engelen, Eldermans|Geerts