Ledenpeiling cao Nederlandse Universiteiten

05-07-2021

Op 25 juni hebben AC/FBZ en de andere werknemersorganisaties met werkgeversorganisatie VSNU een onderhandelaarsakkoord bereikt voor een nieuwe Cao Nederlandse Universiteiten 2021.

Hoofdlijnen
Belangrijkste resultaten zijn:

  • Looptijd: 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022.
  • Salarisontwikkeling: Gedurende de looptijd van de cao worden de salarissen van werknemers structureel met 2% verhoogd. Per 1 juli met 1,64% en per 1 januari 2022 met 0,36%. Daarnaast ontvangen universitaire werknemers uiterlijk in september een eenmalige uitkering van 650 euro bruto op basis van een voltijd dienstverband. Het minimum uurloon wordt vanaf 1 juli verhoogd naar 14 euro. De zes laagste salarisschalen worden hiermee opgetrokken.
  • Meer vaste banen: Vanaf 1 januari 2022 krijgt iedere universitair docent (UD), universitair hoofddocent (UHD) en hoogleraar (tenzij geen sprake is van geschiktheid voor de functie) in principe na een jaar een vast dienstverband (indien iemand helemaal nieuw bij een universiteit binnenkomt is dit 18 maanden). Ook voor ondersteunend en beheerspersoneel (OBP) is een afspraak gemaakt voor meer vaste dienstverbanden. Een uitzondering bij deze groepen zijn de tijdelijke contracten voor (duidelijk) niet structurele werkzaamheden die zijn aangegaan vóór 4 juni 2021 en uiterlijk 1 juli 2022 eindigen. Tenslotte komt tijdelijk wetenschappelijk personeel (WP) met een toegekende subsidie (VIDI) in vaste dienst.
  • Verkorting ontslagbeschermingstermijn: De VSNU wilde voor meer vaste banen een aanzienlijke verkorting in de ontslagbeschermingstermijn terug. Op dit moment krijgen werknemers in totaal 13 maanden ontslagbescherming (inclusief de opzegtermijn) bij reorganisaties. Dat betekent dat ze tijdens die maanden niet ontslagen mogen worden, maar dan de tijd hebben om ander werk te vinden. Vanaf 1 juli 2023 gaat de ontslagbeschermingstermijn terug naar 10 of 11 maanden (inclusief opzegtermijn) afhankelijk van het aantal dienstjaren. Vanaf 1 januari 2025 krijgen werknemers nog 6 of 7 maanden ontslagbescherming (inclusief opzegtermijn). Indien een werknemer langer dan 15 jaar in dienst is en 5 jaar of korter verwijderd is van de AOW-gerechtigde leeftijd dan geldt een totale ontslagbeschermingstermijn van 12 maanden.
  • Hybride werken: Ook na COVID-19 blijft het mogelijk voor werknemers om deels vanuit huis te werken. De werknemer ontvangt een thuiswerkvergoeding van 2 euro per dag en een internetvergoeding van 25 euro per maand.
  • Werkdruk: Iedere universiteit zorgt voor voldoende vrij besteedbare werktijd voor werknemers. Invulling hiervan gebeurt op instellingsniveau in overleg met het Lokaal Overleg (LO). Dit laatste geldt ook voor de cao-afspraak dat universiteiten de privétijd van werknemers bewaken. Tenslotte is het de bedoeling dat werknemers een reële taakopdracht krijgen. De invulling daarvan moet zo decentraal mogelijk gebeuren. Vóór eind maart 2022 moet elke universiteit met het LO een afspraak hierover hebben gemaakt.
  • Vitaliteitspact: Het vitaliteitspact wordt definitief ingevoerd en daarmee een vast onderdeel van de cao. Vanaf 1 augustus behoudt een werknemer die hiervan gebruikmaakt aanspraak op meer bovenwettelijke vakantie-uren (5 maal het resterend aantal arbeidsuren per week in plaats van 4 maal nu).

Bekijk alle cao-afspraken in het onderhandelaarsakkoord.

Beoordeling van het resultaat
Werknemersorganisaties wilden graag meer vaste banen. Daar wilde de VSNU aan tegemoetkomen maar daartegenover stond een versobering (afschaffing aansluitende uitkering) van de Bovenwettelijke Werkloosheidsuitkering Nederlandse Universiteiten (BWNU) en een forse verkorting van de ontslagbeschermingstermijn. Uiteindelijk heeft de VSNU de versobering BWNU laten vallen, wordt de ontslagbeschermingstermijn niet ineens maar in twee stappen teruggebracht en is er een positieve afwijking afgesproken voor de oudere werknemer met een lang dienstverband.

Duidelijk is dat een kortere ontslagbeschermingstermijn zwaar weegt voor AC/FBZ en niet in overeenstemming is met het arbeidsvoorwaardenbeleid. Nieuw is dat werknemers zich tijdens deze termijn volledig kunnen gaan richten op ander werk (vrijstelling van werkzaamheden) en hiervoor een marktconform budget krijgen. Dit budget kan per universiteit verschillen.
De afspraak over vaste banen zou vanaf 1 januari 2022 moeten gaan leiden tot zo’n 800 meer vaste dienstverbanden voor het WP. Bij de groep OBP kan dit mogelijk oplopen tot zo’n 2000 meer vaste dienstverbanden. Voor werkgevers zit enige ruimte (wat betreft geschiktheid en op basis van een knelpuntenregeling) in de gemaakte afspraken, dus het is nog de vraag of deze aantallen helemaal worden gehaald.
In het arbeidsvoorwaardenbeleid wordt ingezet op koopkrachtbehoud. In mei steeg het inflatieniveau naar 2,1%. De vraag is dus of de afgesproken loonontwikkeling voldoende zal zijn voor koopkrachtbehoud. Dat is niet het geval bij 2,1% en hangt dus af van de ontwikkeling in de komende maanden.

Behalve afspraken over meer vaste banen, bevat het akkoord positieve punten over bijvoorbeeld een thuiswerkvergoeding, wordt het vitaliteitspact een vast onderdeel van de cao met een kleine verbetering en worden er stappen gezet op het gebied van werkdruk.

De NVGzP heeft naar alle leden, waarvan bekend is dat zij onder de cao Nederlandse Universiteiten vallen, een mail gestuurd met het verzoek om uiterlijk 19 juli a.s. te reageren op het akkoord.

Mocht je als NVGzP-lid werkzaam zijn in de cao Nederlandse Universiteiten en de mail over de cao-raadpleging niet hebben ontvangen, stuur dan een mail naar: secretariaat@nvgzp.nl

Wij zorgen er dan voor dat de mail alsnog naar je wordt gestuurd.