Landelijke richtlijnen zorgverleners en BIG-(her)registratie

23-03-2020

De inzet van extra personeel in de zorg is hard nodig om de corona-uitbraak zo goed mogelijk te kunnen bestrijden. Minister Bruins heeft besloten dat voor alle geregistreerde zorgverleners de plicht tot herregistratie wordt opgeschort. Eerder zijn al besluiten genomen door het kabinet waarin voormalig verpleegkundigen en artsen, van wie de BIG-registratie is verlopen, weer aan de slag mogen.

Opschorting plicht tot herregistratie
(Voormalig) minister Bruins (Medische Zorg en Sport) heeft de plicht tot herregistratie voor alle zorgverleners, die geregistreerd zijn in art. 3 wet BIG, waaronder artsen en verpleegkundigen, opgeschort. De maatregel is met onmiddellijke ingang van kracht en geldt tot nader orde. Met deze maatregel wordt voorkomen dat eventuele zorgverleners, die dreigden hun registratie te verliezen, aan het werk blijven. Met de betrokken beroepsverenigingen wordt nader overleg gevoerd hoe dit concreet vorm te geven.

Voor artsen en verpleegkundigen is dit beleid al verder vormgegeven (zie onder, voor psychologen en haar specialismen worden de bepalingen en gevolgen hiervan verder onderzocht.

Inzet voormalig verpleegkundigen en artsen
In het kader van nood breekt wet, is deze week door het kabinet aangekondigd dat voormalig verpleegkundigen en artsen zelfstandig kunnen worden ingezet om de continuïteit van de zorg te garanderen. Aan de inzet van de voormalig verpleegkundigen en artsen, die niet meer BIG-geregistreerd zijn, zijn wel voorwaarden verbonden voor beide beroepsgroepen. De voorwaarden zijn tot stand gekomen in overleg met V&VN, KNMG en de Inspectie voor de gezondheidszorg en jeugd (IGJ).

De voorwaarden zijn:

  • Het moet gaan om verpleegkundigen en artsen van wie de BIG-registratie is verlopen na 1 januari 2018, waarbij de beëindiging van de registratie niet mag zijn veroorzaakt door een tuchtrechtelijke maatregel;
  • De inzet is beperkt tot noodzakelijke zorg, een situatie waarbij het niet mogelijk is om een BIG-geregistreerde zorgverlener in te zetten;
  • Dat zij worden ingezet voor niet-complexe zorg, die aansluit bij de recente werkervaring;
  • Dat er goede afspraken worden gemaakt tussen de niet-geregistreerde arts en verpleegkundige en hun geregistreerde collega’s op de werkvloer. Specifiek over hoe te handelen in het kader van voorbehouden handelingen.