Kwaliteitsstatuut: reacties vanuit de beroepsgroep

18-02-2016

Peter van Drunen

Vanuit de beroepsgroep wordt positief gereageerd op het Model kwaliteitsstatuut. Een greep uit de reacties:

Senne Pol (gz-psycholoog en gios bij GGzE) is blij met de verruiming van van het regiebehandelaarschap. “Het betekent een belangrijke stap voorwaarts in de hele discussie omtrent hoofdbehandelaar/regiebehandelaar. Ook laten we als beroepsgroep zien dat we anno 2016 in staat zijn om vanuit verschillende gelederen tot gezamenlijke standpunten te komen. Hiermee geven we een belangrijk signaal af dat we graag gesprekspartner zijn in toekomstig beleid en tevens een constructieve inhoudelijke bijdrage kunnen leveren.”

Rudolf Ponds, klinisch neuropsycholoog en hoogleraar medische psychologie in Maastricht, is vooral verheugd over de plaats van de klinisch neuropsycholoog in het statuut: “In het kwaliteitsstatuut krijgt de klinisch neuropsycholoog nu alle professionele ruimte, zoals dat past bij de brede opleiding en expertise van dit mooie specialisme. In het GGZ-veld is over de wenselijkheid hiervan nooit veel discussie geweest, maar nu is het dan ook eindelijk geëffectueerd.”

Ook Els Graafsma (P-opleider GGZ Noord Holland Noord) is zeer te spreken over het resultaat: “De deskundigheid, professionaliteit en samenwerking van de regiebehandelaar en overige zorgverleners komt goed uit de verf. Voor de psychologen is van belang dat de positie van de gz-psycholoog, de klinisch psycholoog en de klinisch neuropsycholoog expliciet benoemd worden. Daarnaast is het goed dat ook de verslavingsarts, de specialist ouderengeneeskunde en de klinisch geriater zijn meegenomen. Ik mis echter de arts verstandelijk gehandicapten;  die speelt met name in de zorg voor patiënten met een verstandelijke beperking een belangrijke rol.”

Daarnaast is Graafsma blij met de centrale positie van de patiënt in het statuut en de aandacht voor diagnostiek als aparte fase in het zorgproces: “Adequate diagnostiek is van essentieel belang om tot een passende behandeling te komen en over- en onderbehandeling te voorkomen. Het is daarom goed dat dit apart benoemd wordt.”

Stijn van de Eerenbeemt (vrijgevestigd gz-psycholoog) plaatst als enige een kritische noot: “In de Basis GGZ loop ik behoorlijk tegen de grenzen van vergoeding aan: we moeten veelal korte producten aanbieden en worden in toenemende mate met complexe problematiek geconfronteerd. De toevoeging van kortdurende DBC’s uit de SGGZ zou hier een oplossing voor zijn geweest. Jammer dat dit niet gelukt is.” Daarnaast voorziet Van den Eerenbeemt problemen voor vrijgevestigden door de bepaling dat er geen sprake mag zijn van hiërarchische samenwerkingsverbanden. Zie zijn integrale reactie hieronder.

Zie ook: Blog Joost Walraven: nog veel vragen

 

Wat vind jij van het Model statuut? Klik op de knop hieronder en geef je reactie! 

[cd_text]

2 thoughts on “Kwaliteitsstatuut: reacties vanuit de beroepsgroep

  1. Ik sluit mij (bijna) volledig aan bij collega van den Eerenbeemt en ondanks het goede werk is er wel een kans gemist om beter aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk van de GBGGZ en de hulpvraag van de cliënten. Ik kan mij duidelijk minder vinden dat er in de SGGZ altijd een psychiater of KP in de buurt moet zijn. Een psychiater kan ik mij voorstellen zeker in een bepaalde setting (ook niet alle) maar de meerwaarde van de KP zie ik niet. Een goede GZ-psycholoog met brede ervaring kan dezelfde kwaliteit bieden.

  2. Ik ben positief over het geleverde werk van de organisaties. Knap dat men tot een dergelijk consensus-document kan komen. Mijn eerste reactie als vrijgevestigd GZ-psycholoog:

    Voor GZ’ers binnen instellingen is het een positieve uitkomst. Zij kunnen nu, enigszins geclausuleerd, op een aantal plekken regiebehandelaar zijn. Dat is terecht en een goede zaak. Ik denk dat het passend is dat in de complexe zorg binnen de SGGZ altijd een psychiater of klinisch psycholoog in de buurt moet zijn. Goed dat hiermee ook de expertise van de klinisch psycholoog wordt onderschreven.

    Als vrijgevestigd GZ-psycholoog ben ik toch enigszins teleurgesteld. In de GBGGZ loop ik behoorlijk tegen de grenzen van vergoeding aan: we moeten veelal korte producten aanbieden en worden in toenemende mate met complexe problematiek geconfronteerd. De toevoeging van kortdurende DBC’s uit de SGGZ zou hier een oplossing voor zijn geweest. Ik weet dat de NVGzP zich hier hard voor heeft gemaakt. Jammer dat het niet gelukt is. Nu maar hopen dat er binnen de GBGGZ meer ruimte gaat komen middels bijvoorbeeld het UMAMI-product.

    Aan de NVGzP: dank voor de inzet en de goede berichtgeving rondom dit onderwerp.

    Tot slot: er lijkt een nieuwe definitie van vrijgevestigden en instellingen te zijn opgesteld. Bij de vrijgevestigden mogen er geen hiërarchische samenwerkingsverbanden meer zijn. En, zoals ik het lees, mogen er alleen maar regiebehandelaars werken. Betekent dit dat praktijken in de GBGGZ die basispsychologen als medebehandelaar hebben werken, automatisch een instelling moeten worden? Dat is nogal wat, met name voor kleine praktijken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *