Jouw suggesties voor het toepassen van psychotherapeutische behandeling via beeldbellen

24-06-2020

David Kamp, Guido Machielsen en Jim van Os hebben een exploratief onderzoek gedaan naar het perspectief van behandelaren over het toepassen van e-health binnen hun behandelaanbod.

Meerwaarde e-health
Met name zorgverzekeraars en overheidsinstanties zien de meerwaarde van online behandelen, en deze ontwikkeling in een stroomversnelling proberen te brengen. Daarbij kan afgevraagd worden in hoeverre de effectiviteit en doelmatigheid hiervan voldoende aangetoond is binnen de GGZ.  De aanname is dat wanneer de behandeling face-to-face effectief blijkt, het ook online zou moeten werken. Een behandeling die aangemerkt wordt als evidence-based, zou online toegepast nog steeds evidence-based zijn, zo lijkt impliciet de aanname. Toch is hier amper evidentie voor en bestaat een behandeling uit vele facetten.

Methode exploratief onderzoek
Om te onderzoeken hoe psychologen psychotherapeutische behandeling via beeldbellen ervaren, is in dit exploratieve onderzoek een representatieve groep psychologen uit allerlei werksettings gevraagd naar hun bevindingen. Hierbij werd hen onder andere gevraagd naar hun ervaring met beeldbellen, hun attitude ten opzicht van beeldbellen en of zij de intentie hadden het in de toekomst vaker te gaan gebruiken. Tot slot is het van belang te weten dat het onderzoek zich alleen heeft gericht op de ervaringen met beeldbellen in therapeutische behandelsessies. Telefonische consulten en e-healthbehandelvormen, zoals e-healthmodules via patiëntportalen, zijn niet meegenomen in dit onderzoek.

Globale resultaten
De therapeuten die deelnamen aan het onderzoek zijn voorzichtig positief over beeldbellen maar vinden het desondanks second best. Face-to-face contact blijft de voorkeur genieten onder 86 procent van de respondenten. Voor een intakegesprek geeft 55 procent van de respondenten aan beeldbellen alleen geschikt te vinden wanneer er echt geen andere mogelijkheid is, 41 procent vindt het wel een goede optie. Bij een crisiscontact vindt 57 procent beeldbellen geschikt wanneer er geen andere optie is, terwijl slechts 21 procent het echt als goede optie ziet. Uit de resultaten blijkt dat dit samenhangt met hoe positief behandelaren überhaupt over beeldbellen zijn. Respondenten die positief zijn over beeldbellen, vinden dat het over het algemeen ook geschikt is om te gebruiken voor een intake en in mindere mate ook voor crisiscontacten. Het omgekeerde is ook waar, degenen die negatief zijn over beeldbellen, zien beeldbellen niet als een adequate oplossing voor zowel intake als crisiscontact. Voorts blijkt dat hoe bekwamer behandelaren zich voelen in beeldbellen, hoe positiever zij zijn over het gebruik ervan. Opvallend is dat slechts 1 procent van de respondenten de voorkeur geeft aan beeldbellen en 86 procent aan face-to-face contact. Dit heeft belangrijke implicaties voor de toekomst van beeldbellen in psychologische behandelingen. Zelfs wanneer blijkt dat effectiviteit net zo hoog is als bij face-to-face contact, lijken behandelaren er simpelweg niet op zitten te wachten.

Suggesties gewenst
De onderzoekers willen verder onderzoek naar beeldbellen aanmoedigen. Er is met name onderzoek nodig naar de invloed van beeldbellen op de therapeutische relatie. Hierover is onvoldoende bekend. Een ander belangrijk aspect is of de eerder genoemde therapist allegiance van invloed is op de behandeleffectiviteit van psychotherapeutische behandeling die via beeldbellen wordt gegeven.

Je wordt van harte uitgenodigd om te reageren op deze forumbijdrage en om suggesties te geven voor vervolgonderzoek.

Een uitgebreidere beschrijving van het onderzoek met een link naar de onderzoekers kun je hier vinden.