“Ik maak even een filmpje” – over beeldbellen

03-12-2020

Beeldbellen met patiënten heeft door COVID-19 een vlucht genomen. Mag je als patiënt of zorgverlener ongevraagd op ‘record’ drukken? En in welke situaties mag je beelden aan anderen tonen of gebruiken in een klacht- of civiele procedure? Claire Blaauw, senior jurist medische aansprakelijkheid en gezondheidsrecht, zet samen met Jobien Olijhoek, internist-vasculair geneeskundige en medisch consultant bij VvAA, de juridische kaders rond het opnemen van videoconsulten op een rij.

Patiënten mogen al langer, met of zonder medeweten van de zorgverlener, een geluidsopname van een consult maken. Deze opname biedt de patiënt gelegenheid om later rustig terug te luisteren wat besproken is, eventueel in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon.

Beeldopnames van een fysiek consult vinden, met toestemming van de patiënt en overige personen/zorgverleners in beeld, ook al langer plaats. Denk aan opleidingen, waarbij beeldopnames helpen bij reflectie op het handelen en zo bijdragen aan de kwaliteit van zorg.

Naar verwachting blijft het aantal videoconsulten op hoger niveau dan vóór de COVID-pandemie: het blijkt in bepaalde situaties een goed alternatief voor een fysiek consult. Bovendien heeft de NZa sinds de eerste golf van COVID-19 de vergoeding voor videoconsulten verruimd.

Parallel aan geluidsopnames van een fysiek consult, bestaat de verwachting dat patiënten en zorgverleners ook beeldopnames (gaan) maken van een videoconsult. Dat kan via een smartphone of via de applicatie van het videoconsult zelf. Waar de ene zorgverlener hier geen moeite mee heeft, zal de ander defensiever kunnen gaan handelen door dit ‘derde oog’. Wellicht bestaat ook de angst dat de opname gedeeld of gebruikt wordt voor de onderbouwing van een klacht of claim, wat nu al soms gebeurt bij geluidsopnames. Het is voor zorgverleners de kunst om zich bewust te zijn van deze mogelijk nadelige consequenties, maar er tegelijkertijd voor te waken dat deze zich niet doorvertalen in het medisch handelen en de vertrouwensrelatie.

1. Mag een patiënt een videoconsult zonder toestemming van de zorgverlener opnemen?

Strikt genomen is de toestemming van de zorgverleners niet vereist als we ervan uitgaan dat de patiënt niet beroepsmatig handelt, maar de beelden opslaat voor privédoeleinden. De patiënt moet de zorgverlener wel vooraf informeren. Een beeldopname van een ander zonder diens medeweten is namelijk volgens het Wetboek van Strafrecht verboden. Dit is anders bij een geluidsopname van een consult. Als een patiënt zelf deelneemt aan dit gesprek, mag hij hiervan heimelijk een geluidsopname maken, hoewel de KNMG in de ‘handreiking Opnemen van gesprekken door patiënten’ wel aangeeft dat het beter is voor de verstandhouding als de patiënt dit van te voren aan de zorgverlener meldt.

2. Mag een patiënt een beeldopname van een videoconsult zonder toestemming van de betrokken zorgverlener delen met anderen?

Een patiënt mag een opname van een videoconsult alleen voor privédoeleinden gebruiken, dus delen in een kleine kring van familie en vrienden. Dit geldt voor beeld- én geluidsopnames. Hij mag de opname alleen met toestemming van de zorgverlener openbaar maken. Deze toestemming is ook nodig als de zorgverlener op de hoogte is van de opname. De vraag is waar de grens ligt tussen privégebruik en openbaar maken. De Hoge Raad merkt het delen van een bericht met vrienden via Facebook aan als openbaar maken, als het gaat om een besloten groep van twintig personen of meer. Ook voor het delen van beeldopnames is deze uitspraak relevant.

Tekst gaat door onder de video:


3. Mag een patiënt een beeldopname van een videoconsult gebruiken in een procedure over een klacht of een claim?
De beslissing om een beeldopname wel of niet toe te laten als bewijs in een procedure ligt uiteindelijk bij de rechter. Gaat het om toelating van het bewijs, dan zien we dat de rechter verschillende factoren laat meewegen in deze beslissing. Vaak is er een afweging van belangen: het belang dat de waarheid aan het licht komt versus het belang dat de privacy niet (onnodig) wordt geschonden. Bij het naar boven halen van de waarheid is de vuistregel dat dit resultaat wellicht op een andere en minder ingrijpende wijze kan worden bereikt dan via een privacygevoelige beeldopname. Ook wordt erop gelet dat er alleen privacygevoelige gegevens worden prijsgegeven die voor dit resultaat strikt noodzakelijk zijn.

Tot nu toe kwam het bij weinig uitspraken aan de orde dat de rechter zich moest uitspreken over het toelaten van een opgenomen videoconsult als bewijs voor een gegronde klacht of claim.

Tuchtrechters lijken geneigd te zijn om geluidsopnames toe te laten als bewijs ter ondersteuning van de tuchtklacht. Verschillende bijkomende omstandigheden kunnen uitzonderingen veroorzaken. Zo oordeelde het Centraal Tuchtcollege eerder dat een geluidsopname niet als bewijs gold toen de betrokken patiënt de geluidsopname heimelijk had verricht zonder zelf deel te nemen aan het gesprek.

Kortom, op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de rechter de opname van een videoconsult toelaat als bewijs in een procedure.

4. Heeft een zorgverlener toestemming van de patiënt nodig voor het maken van een opname van een videoconsult?

Ja, wanneer de patiënt herkenbaar in beeld komt, moet de zorgverlener toestemming vragen voor beeldopnames. De zorgverlener handelt namelijk beroepsmatig en niet voor privédoeleinden. Voor geldige toestemming is vereist dat de patiënt vooraf goed geïnformeerd is over het doel van de opname, hoe lang en waar deze wordt bewaard en met wie de opname wordt gedeeld. Het is niet voldoende als voor deze informatieverstrekking slechts wordt doorverwezen naar het privacy-statement op de website. In het medisch dossier moet worden genoteerd dat er voor de opname toestemming is verkregen. Het is raadzaam om daarnaast de patiënt nogmaals om toestemming te vragen als de opname al loopt en daarbij uiteraard ook het antwoord vast te leggen.

5. Heeft de patiënt recht op een kopie van de door een zorgverlener gemaakte opname?

Maakt de opname deel uit van het medisch dossier, dan heeft de patiënt recht op een kopie. Behoort de opname tot het opleidingsdossier, dan heeft hij dit recht ook, tenzij het recht op bescherming van de privacy van de zorgverlener in opleiding, of een ander die op de opname te zien of te horen is, zwaarder moet wegen.

6. Welke regels moet een zorgverlener in acht nemen voor het bewaren van de opnames in het (medisch) dossier?

Hoe lang de opname bewaard wordt, is afhankelijk van het doel van de opname. Dient de opname voor de behandeling en begeleiding van de patiënt (zorgdoel), dan behoort deze in beginsel tot het medisch dossier en geldt de bewaartermijn van 20 jaar. Dit geldt overigens alleen als het bewaren van de opname noodzakelijk is voor het waarborgen van goede zorg en continuïteit van de dienstverlening. Wordt de opname slechts eenmaal beoordeeld en is deze daarna niet meer van belang voor het zorgdoel, dan moet de opname worden verwijderd. In het dossier is een verslag van het videoconsult dan voldoende. Vindt de opname plaats voor een opleidingsdoel? Dan moet de opname na gebruik voor dit opleidingsdoel vernietigd worden. De opname wordt tot dat moment bewaard in het dossier van de zorgverlener in opleiding en niet in het medisch dossier.

7. Mogen de opnames worden gebruikt voor een ander doel dan oorspronkelijk vastgesteld?

In de praktijk is deze vraag vooral relevant voor het gebruik van een opname van een videoconsult voor kwaliteitsvisitaties, intercollegiale toetsing of het onderzoeken van incidenten. In deze situaties is het antwoord ja. De regelgeving over privacy en het beroepsgeheim biedt hiervoor ruimte, omdat kort gezegd genoemde kwaliteitsdoelen in het verlengde liggen van die van het medisch dossier of het opleidingsdossier. De toestemming van de patiënt en – in geval van een opleidingsdossier – die van de opleiding of opleider mag hierbij worden verondersteld, mits zij vooraf over het gebruik voor kwaliteitsdoelen geïnformeerd worden, bijvoorbeeld via de website van de instelling of praktijk.