Geslaagd NVGzP-symposium advies commissie Meurs

01-07-2015

Chantal Foeken

Meer dan 75 NVGzP-leden en andere belangstellenden waren donderdag 25 juni verzameld in De Witte Vosch in Utrecht voor het NVGzP-symposium over het advies van de commissie Meurs over het hoofdbehandelaarschap in de GGZ. Centraal stonden de voorstellen van de commissie Meurs voor vervanging van de hoofdbehandelaar door een regiebehandelaar en invoering van een Kwaliteitsstatuut als nieuw instrument voor borging van de kwaliteit in de GGZ.

Het advies van de commissie Meurs dat half mei verscheen markeert een nieuwe fase in de discussie over hoofdbehandelaarschap en kwaliteitsborging in de GGZ. Het advies is positief ontvangen, zowel door minister Schippers als de veldpartijen. Tijdens de ledenbijeenkomst op 25 juni werden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen toegelicht door Marina de Lint, secretaris van de Commissie Meurs. Joost Walraven en Geza Kovacs benoemden mogelijke consequenties voor de praktijk. Nu moet op korte termijn gewerkt worden aan het kwaliteitsstatuut, en dat roept nog veel vragen op, zo bleek tijdens de bijeenkomst.

Marina de Lint, adviseur bij de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg en vanuit die positie het afgelopen jaar secretaris van de Commissie Meurs, lichtte de belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de commissie toe in een heldere presentatie. Zeer kort samengevat is de oplossingsrichting van de commissie Meurs dat de regiebehandelaar in plaats komt van de hoofdbehandelaar. Maar is dat oude wijn in nieuwe zakken, of zijn er wel degelijk verschillen?

Joost Walraven: voorzichtig optimistisch

Joost Walraven, klinische psycholoog en manager zorg bij Dimence en hoofddocent management in de KP-opleiding, gaf in zijn presentatie  een overzicht van de taken van de regiebehandelaar. Hij is voorzichtig optimistisch over wat de regiebehandelaar inhoudt. Toch zet hij vraagtekens bij enkele taken van de regiebehandelaar. Zo is de regiebehandelaar er volgens de commissie Meurs voor verantwoordelijk dat de teamleden beschikken over de juiste competenties en voldoende deskundigheid om hun aandeel in het zorgtraject uit te voeren. Maar is dat niet het werk van een leidinggevende/teammanager, zo vroeg Walraven zich af.

Ook zitten er een aantal taken in het pakket van de regiebehandelaar die erg veel tijd kosten, tijd die niet direct onder de bekostiging van een behandeling valt. Wie gaat dat betalen? Daarnaast lijken sommige psychiaters volgens Walraven bang ‘macht’ kwijt te raken. Andersom: de gz-psycholoog die regiebehandelaar is, moet de klinisch psycholoog of psychiater inhoudelijk aan kunnen spreken als diens aandeel in de behandeling niet goed loopt.

Geza Kovacs: ervaringen met regiebehandelaar

Deze problemen met hiërarchie doen zich niet voor bij de benadering die Geza Kovacs in zijn presentatie besprak. Hij werkt bij SPEL Psychologen, onderdeel van zorggroep Ars Curae. De benadering die zij al sinds 2003 in hun praktijk hanteren, is gebaseerd op gelijkwaardige rollen binnen een behandelteam, en niet op een hiërarchische verhouding. Ook de cliënt wordt als gelijkwaardig gezien in het behandelproces. In hun werkwijze is er met de regiebehandelaar dus niets nieuws onder de zon.

Kwaliteitsstatuut

Tot slot gingen Joost Walraven en Marina de Lint in een duo-presentatie in op het kwaliteitsstatuut dat de commissie Meurs voorstelt als nieuw instrument voor borging van de kwaliteit in de GGZ. Daarbij werd vooral duidelijk dat haast geboden is: in september 2015 dient aan de minister te worden getoond dat er voortgang is, en in april 2016 zou er een statuut moeten zijn, dat als criterium kan gelden bij de zorginkoop voor 2017. Lukt het de veldpartijen niet om tijdig met een voorstel te komen, dan stelt de minister de eisen en voorwaarden op. Er moet dus snel doch zorgvuldig een akkoord komen.

Op dit moment leven er nog veel vragen: op basis waarvan kan de cliënt nu zijn regiebehandelaar kiezen (kekke website of leuke foto?), hoe verhoudt het mandaat van de regiebehandelaar zich tot de individuele BIG-verantwoordelijkheid, hoe en met wie kan je als vrijgevestigde een kwaliteitsstatuut regelen? En er is argwaan richting zorgverzekeraars: hoe staan zij hierin (ze doen nu mee), zullen er toch geen aanvullende eisen per zorgverzekeraar volgen? De handschoen om tot een model kwaliteitsstatuut te komen is echter voortvarend – door alle veldpartijen gezamenlijk – opgepakt.

De NVGzP is als lid van P3NL betrokken bij de opstelling van het Kwaliteitsstatuut. Vanuit de zaal bleek veel belangstelling om hier actief over mee te denken. Bezien zal worden hoe dit vormgegeven kan worden.

In het septembernummer van GZ-psychologie zal een uitgebreider verslag van het symposium verschijnen

Meer lezen

Dossier hoofdbehandelaarschap

Advies van de commissie Meurs

Presentatie Marina de Lint: advies commissie Meurs

Presentatie Joost Walraven: regiebehandelaarschap en kwaliteitsstatuut

Presentatie Geza Kovacs: Regiebehandelaarschap in de praktijk

2 thoughts on “Geslaagd NVGzP-symposium advies commissie Meurs

  1. De manier waarop aan het kwaliteitsstatuut vormgegeven gaat worden lijkt vooral geschikt voor de SGGZ. In de BGGZ wordt wezenlijk op een andere manier gewerkt. De gz psycholoog is daar bv al hoofdbehandelaar. M.i is een kwaliteitsstatuut voor de BGGZ overbodig. Het zal vooral leiden tot nog meer administratieve rompslomp.Hoe kan bij de ontwikkeling van dit kwaliteitsstatuut geparticipeerd worden door vertegenwoordigers uit de BGGZ?

    1. Het Kwaliteitsstatuut zal zowel voor de gespecialiseerde GGZ als de Basis GGZ verplicht worden. De commissie Meurs meent zelfs dat het ook voor andere sectoren van de gezondheidszorg relevant kan zijn, maar de Minister heeft besloten invoering vooralsnog te beperken tot de GGZ. Het zal voorwaarde worden voor toelating als GGZ-aanbieder in zowel gespecialiseerde als Basis GGZ.
      De beroepsverenigingen waaronder de NVGzP zijn betrokken bij de ontwikkeling van het Statuut. Voorkomen van onnodige extra administratieve lasten zal daarbij een belangrijk aandachtspunt zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *