Flexibilisering arbeidsmarkt in de zorg aan banden en ten gunste van werkgevers

20-02-2020

 

In een brief aan de Tweede Kamer presenteert het ministerie van VWS diverse plannen om het flexwerk binnen de zorg aan banden te leggen. Daarbij wordt vooral de nadruk gelegd op de nadelen voor werkgevers en minder op de voordelen voor werknemers. Hetgeen opmerkelijk is, gezien de noodzaak van goed werkgeverschap voor het behoud van voldoende gekwalificeerd personeel.

Groei van flexwerkers
In de brief wordt verwoord dat de flexibilisering van de zorg ingezet is door werkgevers. Instellingen hebben een vaste personeelskern in loondienst en realiseren daarnaast een flexibele schil van zorgpersoneel. Nu er echter grote tekorten zijn aan personeel, is de keerzijde van dit beleid te zien: grotere groei van flexwerkers en minder zicht op continuïteit van hun zorgaanbod.

Redenen om flexwerker te worden
Redenen voor zorgprofessionals om flexwerker te worden, worden in de brief onderverdeeld in twee groepen: er is een eerste groep die meer wil aansluiten bij individuele wensen en een tweede groep die hiervoor kiest, gezien onvrede over het werken in loondienst. Men streeft zodoende naar professionele autonomie, focus op zorg, vrijheid, flexibiliteit en waardering.

Maximumtarief
Het ministerie van VWS kiest in de oplossingen met name de kant van de werkgever. Zo komt er een maximumtarief voor de inhuur van flexwerkers en worden er oplossingen gezocht in het flexibiliseren van vaste contracten. Hiermee vergroot het ministerie van VWS met name haar controledrift en regulering van de markt en doet zij tekort aan de veranderende arbeidsmarkt en de andere rol die werk heeft/krijgt. Het flexibeler kunnen schakelen tussen werk en privé wordt hiermee benadeeld.

Verder is dit een voorbeeld dat de gewenste marktwerking in de zorg relatief is: instellingen moeten concurreren met elkaar en daarbij in onderhandeling met financiers hun (flexibele) tarieven afspreken. Echter, marktwerking tussen zorgaanbieder en zorgprofessional wordt minder gewaardeerd en dient vooral zoveel mogelijk gereguleerd en gecontroleerd te worden. In die zin doet de vraag zich voor of het ministerie van VWS niet meer zou moeten insteken op goed werkgeverschap en het aantrekkelijk maken van werken in loondienst, met het besef dat je medewerkers dient te verleiden tot een contract en niet moet willen dwingen.

De brief van het ministerie van VWS kun je hier lezen.