FGzPt-nieuws

12-07-2022

De Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt) is het overkoepelend orgaan voor de basisberoepen gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut en de specialismen klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog (Wet BIG), op het gebied van opleiding, erkenning, registratie en toezicht.

Hieronder het laatste belangrijkste nieuws vanuit de FGzPt:

Minister stemt in met drie Besluiten van het College
Goed nieuws voor opleidelingen in de specialistische beroepen: vanaf 1 juli 2022 mag van hen geen eigen bijdrage aan de opleiding meer worden gevraagd. De minister van VWS heeft ingestemd met een Besluit van het College dat eigen bijdrage-constructies verbiedt. De minister stemde ook in met de Besluiten rondom gelijkgestelde werkzaamheden voor de herregistratie van specialisten en de erkenning van supervisie door EMDR en schematherapie supervisoren.

Volledige vergoeding van de opleiding                                                                                                                               
Door het Besluit over de eigen bijdrage komt de opleiding voor de specialismen klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog volledig voor rekening van de praktijkopleidingsinstellingen. De meeste praktijkopleidingsinstellingen ontvangen daarvoor een vergoeding, de zogeheten Beschikbaarheidsbijdrage, die in principe kostendekkend moet zijn. Bij een aantal praktijkopleidingsinstellingen hoeven opleidelingen al geen eigen bijdrage te betalen, met ingang van 1 juli 2022 geldt dat voor alle praktijkopleidingsinstellingen.

Geen dubbelrol voor hoofdleiders                                                                                                                                     
Verder heeft het College besloten dat met ingang van 1 januari 2022 hoofdopleiders geen dubbelrol meer mogen hebben in de opleiding – bijvoorbeeld als P-opleider – en dat waarnemend praktijkopleiders aan dezelfde eisen moeten voldoen als de praktijkopleider. Dit is besloten om de kwaliteit en continuïteit van de praktijkopleiding te kunnen waarborgen.

Supervisie EMDR en schematherapie erkend
Goed nieuws voor supervisoren van de Vereniging EMDR Nederland (VEN) en de Vereniging voor Schematherapie (VSt): door het Besluit van het College telt door hen gegeven supervisie voor EMDR- en schematherapie vanaf 1 juli 2022 mee voor de herregistratie en supervisie in het kader van de opleiding tot psychotherapeut en klinisch psycholoog. De CRT heeft de bevoegdheid gekregen om op grond van vastgestelde criteria nieuwe psychotherapieverenigingen te erkennen als het gaat om supervisie in het kader van de opleiding tot psychotherapeut en klinisch psycholoog en de herregistratie voor klinisch psychologen.

Herregistratie op basis van gelijkgestelde werkzaamheden niet meer mogelijk
Verder stemde de Minister in met het Besluit waarmee de zogeheten ‘gelijkgestelde registratie’ met terugwerkende kracht per 1 januari 2022 komt te vervallen. Dat is de registratie voor specialisten die geen patiëntgebonden werk uitvoeren, maar uitsluitend werkzaamheden die daaraan gelijkgesteld zijn. Wel zijn de werkzaamheden die kunnen meetellen als patiëntgebonden werkzaamheden uitgebreid. Lees het eerdere nieuwsbericht hierover

Vraag & antwoord over deze wijzigingsbesluiten vind je op de website van de FGzPt.

Vervolgfase APV van start
VWS is akkoord met het vervolg van het programma APV. De vervolgfase richt zich op de uitwerking van de adviezen uit de eerste fase. Deze onderwerpen staan onder andere op de agenda: ontwikkeling van een implementatieplan voor de directe aansluiting tussen de universitaire master en de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog, doorontwikkeling en inrichting van (regionale) samenwerkingsverbanden voor het opleiden van BIG-psychologen en ontwikkeling van toekomstbestendige didactische instrumenten en herziening van de opleidingsplannen.

Wat gaat er de komende maanden gebeuren?
Er wordt gestart met de inrichting van een efficiënte en effectieve programmaorganisatie die aansluit bij de doelen van het vervolg van APV. Er worden onder meer een stuurgroep en projectgroepen gevormd. De komende maanden wordt de samenstelling daarvan en de gewenste afvaardiging vanuit de betrokken veldpartijen nader bepaald. Ook gaat de Opleidingsraad, als opdrachtgever van Programma APV, aan de slag met de formulering van de opdrachten aan de stuurgroep en projectgroepen.

Wat houdt het vervolg van APV in?
De onderwerpen waarmee de projectgroepen zich gaan bezighouden, zijn onder andere:

  • ontwikkeling van een implementatieplan voor de directe aansluiting tussen de universitaire master en de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog;
  • doorontwikkeling en inrichting van (regionale) samenwerkingsverbanden voor het opleiden van BIG-psychologen;
  • ontwikkeling van toekomstbestendige didactische instrumenten en herziening van de opleidingsplannen.

De tweede fase van APV richt zich op de uitwerking van de adviezen uit de eerste fase: er wordt preciezer in kaart gebracht hoe veranderingen tot stand kunnen komen, welke randvoorwaarden er zijn en wie in de implementatie welke rol zou kunnen hebben. De uiteindelijke implementatie van de adviezen is aan het veld zelf.

Waar wordt naar gestreefd?
Met Programma APV wordt ernaar gestreefd dat de doorlopende leerlijn van de universiteit tot en met de specialistische BIG-opleidingen zo effectief en doelmatig mogelijk wordt gerealiseerd en geborgd. Zodat BIG-psychologen kunnen voldoen aan de zorgvraag, vanuit het adagium ‘een leven lang bekwaam’.

Hoe blijf je op de hoogte van APV?
Op deze website staat het laatste nieuws over het programma. Hier vind je ook de adviezen die in fase 1 zijn ontwikkeld door ruim negentig experts uit het veld en afgevaardigden van stakeholders.

“Instellingsaccreditatie is voor beide partijen een enorme efficiencyslag”
Heldere kwaliteitseisen en wederzijds vertrouwen. Dat zijn de uitgangspunten voor instellingsaccreditatie, waarmee de Accreditatiecommissie afgelopen jaar experimenteerde. De RINO Groep deed mee aan de pilot. Anne Burer, medewerker accreditatie: “Aan de ene kant is het best spannend om zelf accreditatiepunten toe te kennen. Aan de andere kant voelt het heel prettig dat de FGzPt ons dat vertrouwen geeft.”

Een instellingsaccreditatie geeft aanbieders van bij- en nascholing de bevoegdheid om hun scholing zelf te accrediteren. “Dat is zowel voor ons als voor de Accreditatiecommissie een enorme efficiencyslag. Ik ben gewend dat de beoordeling van een accreditatieaanvraag acht weken tot drie maanden duurt. Dat betekent dat we pas na die periode weten hoeveel accreditatiepunten onze scholing krijgt. In deze pilot kon ik bij het indienen van de aanvraag gelijk zelf de punten toekennen, zodat zorgverleners meteen weten hoeveel punten de scholing hen oplevert.”

Goede inhoudelijke weging
Burer vervolgt: “Bij negentig procent van onze scholingen gaat het om een her-accreditatieaanvraag; dezelfde scholing is dus al eerder beoordeeld door de Accreditatiecommissie. In ongeveer tien procent van de gevallen gaat het bij ons om het accrediteren van eenmalige congressen of nieuwe scholing. In die gevallen vind ik het soms nog wel spannend om zelf te besluiten dat de inhoud van de scholing inderdaad het maximaal aantal accreditatiepunten mag ontvangen. Je wilt natuurlijk met een goede inhoudelijke weging tot een puntenvaststelling komen. Al is dat vast ook een kwestie van wennen.”

Optimale kwaliteit
De FGzPt heeft volgens Burer een helder accreditatiebeleid. “Daarin staat bijvoorbeeld precies aan welke eisen een docent moet voldoen en waar je wel of geen punten aan mag toekennen. We streven als opleidingsinstelling uiteraard zelf al naar optimale kwaliteit. Aan de accreditatie-eisen proberen we dus sowieso al te voldoen. Bij twijfel kun je altijd even contact leggen met het Accreditatiebureau. Dat heb ik tijdens de pilot een paar keer gedaan en daar werd snel op gereageerd. We hebben allemaal hetzelfde doel: professionals steunen in het behoud van hun registratie door kwalitatief hoogwaardige scholing aan te bieden. Het is prettig als we het elkaar daarbij zo makkelijk mogelijk maken.”

Van pilot naar praktijk
Het bestuur van de FGzPt heeft op basis van de pilotresultaten besloten om tot implementatie van instellingsaccreditatie over te gaan. Lees er meer over in dit nieuwsbericht

Nieuwe secretaris voor Opleidingsraad
De Opleidingsraad heeft sinds kort een nieuwe secretaris: Arno van Rooijen, die de afgelopen jaren werkzaam is geweest in het werkveld van de verpleegkundige en medische vervolgopleidingen. De kennis en ervaring die hij hierin heeft opgedaan, wil hij graag inzetten voor de Opleidingsraad. De huidige secretaris, Aeltke Dekker, werkt tot 1 juli voor de Opleidingsraad en gaat dan verder als consultant voor Legalbylegal, waarvoor ze nu ook al werkt.

“Opleiding is de sleutel tot succesvolle implementatie van evidence-based behandelingen”
Voorzitter Maartje Schoorl van de Opleidingsraad maakt zich al jaren hard voor een betere verbinding tussen wetenschap en praktijk. In haar oratie als bijzonder hoogleraar vergeleek ze opleidelingen onlangs met kinderen van gescheiden ouders: ‘vader praktijk en moeder wetenschap’. Binnen Programma APV is door een brede vertegenwoordiging van het veld het afgelopen jaar hard gewerkt aan adviezen om de verbinding tussen wetenschap en praktijk via de opleiding te verbeteren.

Schoorl is sinds mei 2020 bijzonder hoogleraar Psychologische Beroepsopleidingen in de Geestelijke Gezondheidszorg met nadruk op evidence-based interventies aan de Universiteit van Leiden. Op 29 april 2022 sprak ze haar oratie uit, met de titel ‘De sterkste schakel! Opleiding verbindt wetenschap en praktijk’. “Mijn leeropdracht betreft de professionele opleidingen binnen de geestelijke gezondheidszorg, met bijzondere nadruk op evidence-based interventies. Hoe kunnen we de implementatie van evidence-based interventies verbeteren via de opleidingen?”

Gemiste diagnose                                                                                                                                                                               
Rode draad van haar oratie was haar werk met en voor patiënten met PTSS door jeugdtrauma. De behandeling van die groep patiënten is verre van optimaal, stelt Schoorl. Onder meer doordat het ziektebeeld door behandelaars lang niet altijd wordt opgemerkt. “Uit internationaal onderzoek blijkt dat bij maar liefst 18-39% van de mensen die zich melden in de GGZ, PTSS niet wordt herkend. Dat betekent dus dat het bij de eerste stap al vaak misgaat. Naar de reden van deze onderdiagnostiek is het gissen. In de richtlijn Psychiatrische Diagnostiek staat dat psychiaters vaak onvoldoende doorvragen bij over trauma’s en al snel concluderen dat cliënten niet stabiel genoeg zijn om trauma’s te bespreken. Dit geldt mogelijk ook voor psychologen.”

Meer aandacht voor diagnostiek                                                                                                                                             
Ook worden cliënten met jeugdtrauma volgens Schoorl niet volgens de laatste wetenschappelijke inzichten behandeld. Ze deed onderzoek naar drie behandelingen van PTSS. Dat onderzoek, de zogeheten IMPACT-studie, wees uit dat die drie behandelingen juist heel effectief zijn. Schoorl pleit ervoor dat er in de opleidingen meer aandacht komt voor diagnostiek van psychotrauma en voor vaardigheden om door te vragen naar traumatische gebeurtenissen, zodat gerichte behandeling sneller van de grond kan komen.

Gat in tijd en inhoud                                                                                                                                                                       
Een ander probleem waar ze in haar oratie over sprak, is het gat tussen de master psychologie en de post-masteropleiding tot klinisch psycholoog. Een gat in tijd – tussen beide opleidingen is nu een wachttijd van zeven jaar – maar ook in inhoud. “Gedurende de wachttijd werk je als masterpsycholoog of -pedagoog wel in de praktijk en volg je allerlei opleidingen om je kans op toelating tot de Gz-opleiding te verhogen. Het gevolg van dit leertraject is dat de opleideling wel wat lijkt op een kind van gescheiden ouders: van vader praktijk en moeder wetenschap.”

Advies Programma APV                                                                                                                                                         
Schoorl vervolgt: “De scheiding is bovendien niet zonder kleerscheuren verlopen. Het kind krijgt van zijn Alma mater een academische basis mee, maar gaat daarna jarenlang wonen bij vader Praktijk. Overleg tussen beide ouders is er zelden, en het kind lost het loyaliteitsconflict vaak op door te kiezen voor de ouder bij wie het inwoont. In de BIG-opleiding, als het ware op kamers, komt tante Hoofdopleider ineens in beeld; zij probeert alsnog het goede van vader en moeder samen te brengen. Maar dat leidt vaak tot frustratie bij het kind, dat zich senang voelt in de praktijk en moeder niet echt denkt te missen.” Binnen fase 1 van Programma APV is met alle betrokken veldpartijen een advies ontwikkeld om het gat op te lossen. Na instemming van de minister van VWS gaat dit jaar fase 2 van start, dat zich richt op de uitvoering van de adviezen.

Betere verbinding                                                                                                                                                                           
Ook inhoudelijk wordt binnen en buiten Programma APV volop gewerkt aan een betere verbinding tussen wetenschap en praktijk. Schoorl: “In de opleiding ligt de sleutel tot succesvolle implementatie van evidence-based behandelingen. Daar kunnen wetenschap en praktijk op natuurlijke wijze samenkomen. Via de opleiding kunnen resultaten van onderzoek worden geïmplementeerd. En andersom kunnen ervaringen met het toepassen van evidence-based interventies leiden tot nieuwe, klinisch relevante onderzoeksvragen. Met als uiteindelijke doel: de kwaliteit van zorg verbeteren.”

Lees de oratie van prof. dr. Maartje Schoorl

Lees meer over Programma APV

Procedure voor supervisie psychotherapieverenigingen en beleidsregel Gegevensverstrekking
De Commissie Registratie en Toezicht (CRT) heeft de procedure voor erkenning van psychotherapieverenigingen in het kader van supervisievereisten (hierna: procedure PV) vastgesteld. Ook stelde de CRT de Beleidsregel Gegevensverstrekking vast. Dat gebeurde in de vergaderingen van 8 april en 3 juni 2022.

De procedure PV is ontwikkeld omdat het College in haar wijzigingsbesluiten psychotherapeut en klinische psychologie van 23 november 2021 heeft bepaald dat de CRT vanaf 1 juli 2022 psychotherapieverenigingen erkent in het kader van de supervisievereisten (voorheen in de Besluiten ‘specialistische psychotherapieverenigingen’ genoemd). De erkenning vindt plaats op grond van de criteria die door het College zijn vastgesteld.

Meer duidelijkheid
De Beleidsregel Gegevensverstrekking van de CRT is ontwikkeld om meer duidelijkheid en transparantie te geven over welke gegevens, aan wie en waarom de CRT de gegevens wel of niet verstrekt.