Extra geld jeugdzorg

09-06-2021

Het kabinet heeft besloten om in 2022 1.314 miljard euro extra beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Dat komt bovenop de eerder toegezegde 300 miljoen euro voor dat jaar.

Gemeenten committeren zich daarbij aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van 214 miljoen euro opleveren. Het gaat deels over maatregelen waarover recentelijk (april 2021) ook al afspraken met gemeenten zijn gemaakt, zoals het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-GGZ bij de huisarts.

Met deze combinatie van middelen en maatregelen wordt recht gedaan aan de uitspraak van de Commissie van Wijzen (arbitragecommissie).

Oordeel Commissie van Wijzen
De arbitrage-commissie (ook wel Commissie van Wijzen) heeft geoordeeld dat het kabinet de komende jaren miljarden extra moet uittrekken voor de gemeentelijke taken in de jeugdzorg. Maar de commissie vindt ook dat er meer nodig is dan geld alleen. De arbitragecommissie vindt dat het kabinet voor 2022 een extra bedrag van 1,9 miljard euro moet reserveren en voor 2023 en 2024 1,6 miljard. Daarna loopt het bedrag af tot 800 miljoen in 2028.

De arbitragecommissie vindt dat voor het aanpakken van de problemen in de jeugdzorg meer nodig is dan geld. Het verbeteren van de duurzaamheid, doelmatigheid en kwaliteit van de jeugdzorg is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, gemeenten en aanbieders. Daarvoor moet eind 2021 een ontwikkelplan klaar zijn.

Aanpassingen jeugdhulpstelsel voor nieuw kabinet
Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. De uitspraak van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng.

Tussentijd: hervormingsagenda
Gezien de urgentie van het onderwerp wordt, vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe kabinet, nu al gestart met het voorbereiden van een beter houdbaar jeugdstelsel op de lange termijn. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een Hervormingsagenda, die bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze Hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten.