Experiment administratieve lastenverlichting GGZ en FZ

11-06-2020

Het ministerie van VWS start een experiment om te komen tot administratieve lastenverlichting door het deels laten vervallen van het registreren van zogenaamde indirecte tijd in het kader van de bekostiging van de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en forensische zorg (FZ). Het gaat in ieder geval om ‘algemeen indirecte tijd’ en ‘indirect patiëntgebonden tijd’.

Doel
Het doel van het onderhavige experiment is om de zorgaanbieder de mogelijkheid te bieden om de indirecte tijd niet meer te registeren en zodoende de administratieve lasten van zorgaanbieders te verlagen. De indirecte tijd wordt meegenomen als een opslag op de direct patiëntgebonden tijd. De opslag voor indirecte tijd wordt door de zorgaanbieder in samenspraak met de zorgverzekeraars bepaald en gedifferentieerd naar beroepsbeoefenaar als opgenomen in de beroepentabel.

Procesgang
Nadat VWS een aanwijzing heeft gegeven, zal de NZa de voorwaarden voor deelname aan het experiment nader uitwerken in haar beleidsregels en nadere regels. Nadat de NZa deze heeft vastgesteld, kunnen deelnemende partijen afwijken van de reguliere eisen ten aanzien van de registratie van indirecte tijd. Wanneer een zorgaanbieder en een zorgverzekeraar afspraken hebben gemaakt over deelname aan het experiment en dit contractueel hebben vastgelegd, dan kunnen zij zo spoedig mogelijk van start gaan.

Voorwaarden
Binnen het experiment zullen onder andere de volgende voorwaarden van toepassing zijn voor de deelnemende zorgverzekeraar en zorgaanbieder:

  • De opslag voor de algemeen indirecte tijd en de indirect patiëntgebonden tijd wordt afgestemd tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder en gedifferentieerd naar de verschillende beroepsbeoefenaren.
  • Voor zover het gespecialiseerde GGZ betreft: de ‘activiteit’ MultiDisciplinair Overleg (MDO, code 7.3 van de verkorte codelijst met alle te registreren activiteiten en verrichtingen) en de ‘activiteit’ indirect patiëntgebonden reistijd, zoals bedoeld in de NZa- wet- en regelgeving, dienen separaat geregistreerd te worden en kunnen door een zorgaanbieder niet meegerekend worden in de bepaling van de opslag.
  • Om gebruik te maken van deze experimenteermogelijkheid, dienen zorgaanbieder en zorgverzekeraar nadere afspraken te maken en deze vast te leggen in een overeenkomst. Het aanpassen van de wijze van registreren heeft immers vaak effect op de inkoop van zorg en controles door zorgverzekeraars, de Dienst Justitiële Inrichtingen en accountants.

(Tussentijdse) monitoring en eindevaluatie
De NZa verzorgt de tussentijdse monitoring en de eindevaluatie van het experiment. Tijdens de looptijd van het experiment inventariseert de NZa in elk geval hoeveel en welke GGZ-zorgaanbieders met een verzekeraar een afspraak hebben gemaakt om aan het experiment deel te nemen en in hoeverre de werkwijze binnen het experiment tot een verlaging van de (ervaren) administratieve lasten leidt.

Start en duur van het experiment
Het experiment treedt zo snel mogelijk in 2020 in werking. Ook later, gedurende de looptijd van het experiment, kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars nog besluiten mee te doen aan het experiment en hierover een overeenkomst sluiten. Een experiment kan maximaal vijf jaar duren.