De KNP-er in het forensische veld

05-12-2018



Criminoloog/psycholoog Wouter Buikhuisen werd verguisd in de jaren ’60 omdat hij zocht naar een biosociale verklaring voor criminaliteit en zich verdiepte in het effect van alcohol op de hersenen. Zijn favoriete hersenkern was de amygdala en de rol die deze kern speelt bij angst en woede. Hij werd uitgemaakt voor fascist en eind jaren tachtig nam hij gedwongen afscheid als hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Pas in 2010 werd hij uitgenodigd door de universiteit voor een symposium en volgde er eerherstel. In 2009 maakte minister Plasterk twintig miljoen euro vrij voor het Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie, Wouter Buikhuisen moest toen toch even terugdenken aan de tijd dat het ministerie van Justitie nog expliciet voorschreef dat er absoluut geen neuropsychologisch cognitieonderzoek mocht plaatsvinden.

De KNP-er als rapporteur pro justitia
Vaak was het idee door mijn hoofd gegaan om naast mijn werk, rapporteur te worden in het forensische veld, maar het was er nooit van gekomen. Altijd was er wel wat anders, of kreeg ik informatie die mij aan dit idee deden twijfelen (‘je bent veel meer tijd kwijt aan de onderzoeken dan dat je betaald krijgt’ of ‘afnemen testen is tijdsintensief, en daarvoor moet je eigenlijk samenwerken met een PA’). Allemaal hobbels die me ertoe brachten het idee niet uit te voeren.
Totdat ik ging werken bij een medisch bureau (WPEX) dat psychiatrische en neuropsychologische expertises verzorgt. Het schrijven van verslagen ging me vlot af en ik wilde mijn expertise ook uitbreiden naar het forensische veld. Waarom doet iemand wat hij doet?
Via een opleidingsgenoot en lid van de intervisiegroep werd mij duidelijk dat er in het forensische veld behoefte was aan de expertise van de klinisch neuropsycholoog.
Vroeger kon je het door het doen van onderzoeken (onder supervisie) rapporteur worden, maar dat is niet meer zo. Er zijn kwaliteitseisen en het opleidingstraject is zorgvuldig vormgegeven.

Traject
De opleiding wordt georganiseerd vanuit het Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en duurt circa 9 maanden (met schoolvakanties vrij tussendoor). Tijdens die opleiding leer je vooral in welke context (strafrecht) je je onderzoek doet en wat strafuitsluitingsgronden zijn. Verder leer je vaardigheden die een rapporteur dient te hebben; vaardigheden die je nodig hebt om goed te communiceren met de verdachte. Hoe stel je jezelf voor, hoe maak je contact, maar ook welke informatie moet je geven over het doel van je onderzoek. Wat zijn de rechten van de verdachte? Een belangrijke vaardigheid is het op schrift stellen van je bevindingen in begrijpelijke taal en het beantwoorden van de vragen. De belangrijkste vraag hier bij is: ‘is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling of stoornis in de geestesvermogens die een relatie hebben met het delict waarvan de persoon verdacht wordt en hoe groot is de kans dat zoiets nog eens voorkomt’? Recidiverisico inschatten leer je ook in de opleiding; hierbij worden instrumenten gebruikt.
Tijdens de opleiding kun je al beginnen met rapporteren, je krijgt vanuit het NIFP een supervisor toegewezen en om uiteindelijk in het Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) opgenomen te worden moet je de theoretische opleiding met goed gevolg afleggen en moet je vijf rapportages maken onder supervisie.

En hoe bevalt het?
Ik ben een soort ‘Alice in wonderland’ als het gaat om het forensische veld, de meeste deelnemers aan de opleiding werken in het forensische veld en zijn bekend met de terminologie. Ik hoorde vooral in het begin steeds voor mij onbekende afkortingen en verwijzingen naar wetsartikelen en maatregelen die konden worden opgelegd. Gelukkig went dat snel. Moeilijk is het idee dat mensen waarvoor de rechter een onderzoek heeft aangevraagd, vaak niet op jou zitten te wachten. Er kan sprake zijn van een ‘procespositie’ en de verdachte kan je een ‘verhaal op de mouw spelden’. Terwijl je in de zorgsetting vooral uitgaat van de ‘goede trouw’ van de cliënt, moet je hier ‘professioneel paranoïde’ zijn. Een heel andere insteek. Omdat ik geen ervaring heb in de forensische setting, wil ik pas tegen het einde van de opleiding daadwerkelijk met rapporteren beginnen. Eerst de theorie verteren en mezelf de vaardigheden eigen maken. We zullen zien hoe het gaat zijn.

Marianne Hack
klinisch neuropsycholoog