Blog 2 van 3: Een melding doen bij Veilig Thuis is één, maar dan…

 

Marlou van Roosmalen en Esmée van der Linde

Daags na de melding bij Veilig Thuis overspoelen de ouders u met telefoontjes. Zij eisen uitleg en willen dat u verantwoording aan hen aflegt. In deze tweede blog beschrijven wij uw positie als behandelaar ten opzichte van de ouders van het vijftienjarige meisje, geven wij tips hoe u het beste om kunt gaan met informatieverzoeken van de ouders en bieden wij u handvatten voor het omgaan met de door de ouders geuite verwijten.

Advies: nodig de ouders uit voor een persoonlijk gesprek

In het algemeen is bij vragen of onvrede van ouders het advies om de ouders uit te nodigen voor een persoonlijk gesprek. Tijdens zo’n gesprek kunt u vaak al helderheid verschaffen en/of onvrede wegnemen, onder meer door de ouders de ruimte te geven om hun verhaal te doen.

Elke situatie vraagt om een specifieke aanpak. In de voorliggende casus is het van belang rekening te houden met het feit dat de behandelrelatie met het meisje nog doorloopt (lees hier blog 1). Daarnaast zult u bij de bepaling van de aanpak de mogelijke gevolgen van informatieverstrekking voor de veiligheid van het meisje, alsook de mogelijke gevolgen voor het onderzoek door Veilig Thuis mee moeten nemen. Ondanks deze beperkingen is een gesprek in de onderhavige casus het advies. Wel kan het verstandig zijn met Veilig Thuis het moment van het gesprek af te stemmen. Bij uitstel vanwege het onderzoek zult u dit voor zover mogelijk aan de ouders moeten uitleggen.

Voorbereiding gesprek

Vanwege uw vertrouwensrelatie met het minderjarige meisje is het van belang uw voornemen om met de ouders in gesprek te gaan, met het meisje zelf te bespreken. Hierbij legt u haar uit wat het doel is van het gesprek en welke informatie u van plan bent te verstrekken. Leg het meisje uit dat haar ouders in beginsel recht hebben op informatie (gelet op haar leeftijd), maar dat er wel mogelijkheden voor u zijn om bepaalde informatie niet met haar ouders te delen. [1] Bespreek verder met het meisje de voor- en nadelen van het (deels) bijwonen van het gesprek door het meisje.

Ook de ouders informeert u vooraf over het doel van het gesprek. Zeker richting de ouders is het van belang de verwachtingen goed te managen. [2] Leg de ouders verder uit dat u wellicht niet op al hun vragen antwoord kunt geven en dat het belang van hun dochter voor u voorop staat. Bespreek ook met de ouders de eventuele aanwezigheid van het meisje bij het gesprek. Daarnaast kunt u de ouders (en eventueel het meisje) voorstellen om een onafhankelijke derde, bijvoorbeeld een klachtenfunctionaris, het gesprek te laten begeleiden. Een klachtenfunctionaris is opgeleid om een bemiddelende rol te spelen en kan de situatie wellicht de-escaleren.

Wat mag u wel en wat mag u niet zeggen?

Zowel bij de voorbereiding, als tijdens het gesprek, is het van belang om een onderscheid te maken tussen informatie waar ouders om verzoeken ten aanzien van:

  • de gezondheidstoestand van hun kind en de hulp daaromtrent (in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger) en
  • de melding zelf en de vragen en verwijten die de ouders in dat kader jegens u hebben (in hun hoedanigheid als ‘aangesproken’ partij).

Ten aanzien van de gezondheidstoestand van het kind

Uitgangspunt is dat ouders die het gezag hebben over een kind van 12 tot 16 jaar een zelfstandig recht op informatie hebben. Dit heeft te maken met het feit dat zij (mede) toestemming moeten geven voor (het voortzetten van) een behandeling. Dit recht is niet onbegrensd: het recht op informatie geldt niet als de verstrekking hiervan in strijd is met de zorg van een goed hulpverlener. De vraag is of in de voorliggende casus informatieverstrekking over de gezondheidstoestand van het meisje strijd oplevert met dit goed hulpverlenerschap. U moet het recht op informatie van de ouders afwegen tegen het risico dat de informatieverstrekking het meisje, uw cliënte, schaadt. Zo bestaat de kans dat de ouders hun dochter naar aanleiding van deze situatie gaan bevragen en misschien zelfs onder druk zetten. Vooral nu het meisje nog thuis woont, kan dit de situatie voor haar nog onveiliger maken. Voor een goede inschatting van de risico’s is het in elk geval noodzakelijk dat u het meisje hier zelf over spreekt. Ook vanwege het vertrouwen dat zij in u als psycholoog heeft: de informatieverstrekking zou effect kunnen hebben op uw relatie met haar en daarmee op de behandeling zelf.

Ten aanzien van de melding

Bij vragen, verwijten of klachten over uw handelen geldt in zijn algemeenheid dat van u een open en toetsbare opstelling wordt verwacht. Anders gezegd: van u wordt verwacht dat u uitleg geeft en, als u op bepaalde punten beter had kunnen handelen, u hier eerlijk over bent. Ook de Meldcode gaat uit van openheid. Zoals gezegd, bent u tegelijkertijd wel gebonden aan uw goed hulpverlenerschap, wat u de ruimte biedt om in bepaalde situaties informatie juist achter te houden. Zo mag u informatie achterhouden als door informatieverstrekking schade voor het kind of anderen dreigt, de veiligheid van de behandelaar in het geding is, of het onderzoek naar aanleiding van de melding geschaad zou kunnen worden.

Belangrijk is in ieder geval om de ouders inzicht te geven in de stappen die u heeft gezet. Wijs de ouders op de (landelijk geldende) Meldcode die u verplicht bent te volgen en waarnaar u ook heeft gehandeld. Licht de door u gezette stappen in dit proces toe aan de hand van deze code. Houd deze toelichting zakelijk en laat merken dat u absoluut niet over één dag ijs bent gegaan. Toon zeker ook begrip voor de reactie van de ouders. De kans is groot dat de ouders zich weg gezet voelen als verdachte van een strafbaar feit. Belangrijk is daarom om de ouders uit te leggen wat onder kindermishandeling wordt verstaan en wat het doel is van de melding: namelijk het doen van onderzoek vanwege mogelijke kindermishandeling om te beoordelen of, en zo ja welke hulp en/of andere maatregelen nodig zijn in het belang van het kind. Een veroordeling van de ouders is geenszins het doel van de melding. Benadruk ook dat het onderzoek net zo goed kan uitwijzen dat de ouders niets te verwijten valt.

Wat betreft de onderbouwing van uw zorgen en vermoeden van kindermishandeling, kunt u uiteraard de informatie die u de ouders tijdens het gesprek voorafgaand aan de melding gaf herhalen. In verdergaande informatieverstrekking wordt u mogelijk beperkt vanwege de eerder geschetste factoren. Onthoud in ieder geval dat als u tot (herhaalde) informatieverstrekking overgaat, u dan alleen feitelijke en relevante medische informatie verstrekt, zonder een oordeel te geven. Informatieverstrekking van gegevens die afkomstig zijn van een derde (niet zijnde een zorgverlener) is niet toegestaan als deze derde daardoor in zijn/haar persoonlijke levenssfeer zou kunnen worden geschaad. Denk bijvoorbeeld aan gegevens die u van grootmoeder of een buurvrouw van het meisje hebt ontvangen.

Wat als de ouders niet openstaan voor een gesprek of het gesprek de onvrede niet weg heeft genomen?

Gaan de ouders niet op uw aanbod voor een gesprek in, probeert u dan de gevraagde informatie, met inachtneming van hetgeen hiervoor is opgemerkt, schriftelijk te verstrekken. Neemt het gesprek of de schriftelijk verstrekte informatie de onduidelijkheid en/of onvrede van de ouders onvoldoende weg, dan moet u de ouders actief informeren over de mogelijkheden om gebruik te maken van uw klachtenregeling.

Wat als de ouders een klacht indienen?

Helaas houden de ouders voet bij stuk en in uw e-mailbox treft u enkele dagen na het gesprek een bericht aan van de ouders van het meisje, waarin zij hun onvrede uiten over het feit dat u bent overgegaan tot de melding bij Veilig Thuis. Wat wordt dan van u verwacht? En volgens welke klachtenregeling dient de klacht te worden opgepakt?

Tot de invoering van de nieuwe Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) verliep de klachtafhandeling steeds via een klachtencommissie. Zowel de Jeugdwet, als de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz: de voorganger van de Wkkgz) stelden een dergelijke commissie verplicht. De Wkkgz daarentegen voorziet niet in klachtbehandeling door een klachtencommissie. Hoewel de Jeugdwet afgestemd zou worden op de Wkkgz, is van een voorgenomen wijziging van de Jeugdwet tot op heden nog geen sprake. Dit heeft de situatie wellicht verwarrend voor u gemaakt. Het ministerie van VWS heeft ons desgevraagd bevestigd dat als u in uw praktijk uitsluitend zorg op grond van de Jeugdwet verleent u dan niets met de Wkkgz van doen heeft en dus nog steeds alleen over een externe klachtencommissie in de zin van de Jeugdwet dient te beschikken. [3] Behandelt u daarnaast cliënten van 18 jaar en ouder, dan moet u zowel over een klachtencommissie in de zin van de Jeugdwet beschikken, als over een klachten- en geschillenregeling in de zin van de Wkkgz. [4]

Terug naar de casus. De ouders komt op grond van de Jeugdwet een zelfstandig klachtrecht toe. [5] Het feit dat de klacht in behandeling moet worden genomen door een externe klachtencommissie sluit echter een ondersteunende of bemiddelende rol door de klachtenfunctionaris (die u op grond van de Wkkgz moet hebben als u naast zorg vallend onder de Jeugdwet ook andere zorg verleent) niet uit. Wellicht kan een gesprek met of onder begeleiding van een klachtenfunctionaris er zelfs voor zorgen dat de klacht niet eens meer door de klachtencommissie in behandeling genomen hoeft te worden.

Conclusie

Het moge duidelijk zijn dat de beslissing over een informatieverzoek en de afhandeling van een klacht in deze situatie tijd en aandacht vergt. Neemt u hiervoor de tijd en laat de ouders tussentijds weten dat u tijd nodig heeft om een zorgvuldige afweging te maken. Wat u ook besluit, maakt u altijd in uw dossier goede notities van uw afwegingen en de al dan niet verstrekte informatie.

Helaas kunnen wij u geen pasklare oplossing bieden, elke uiting van onvrede vergt maatwerk. Mocht u onverhoopt te maken krijgen met een (dreigende) klacht, schroom dan niet om contact op te nemen met de klachtenfunctionaris van de NVGzP of VvAA. Uiteraard kunt u uw casus – ook al in een vroeg stadium – anoniem voorleggen aan de juristen van de Juridische Helpdesk. Zij denken graag met u mee.

mw. mr. drs. M.M.L. van Roosmalen
mw. mr. E. van der Linde
Juridisch adviseurs VvAA

[1] Op de vraag wat u wel en wat u niet mag delen met de ouders gaan wij hieronder nader in.

[2] Als de omstandigheden dat toelaten, probeer de ouders dan duidelijk te maken dat u de melding niet meer intrekt.

[3] Als u (mede) minderjarige cliënten behandelt en niet meer aangesloten bent bij een klachtencommissie, dan kunt u contact opnemen met de NVGzP.

[4] Op grond van de Wkkgz dienen zorgaanbieders op wie deze wet van toepassing is te beschikken over een eigen klachtenregeling, een klachtenfunctionaris en aansluiting bij een geschillencommissie. Voor meer informatie over de gevolgen van de Wkkgz voor het klachtrecht verwijzen we u naar http://www.nvgzp.nl/nvgzp-klachtenregeling/ en een blog op de site van de NVGzP van onze collega mw. Benamari (http://www.nvgzp.nl/dreigende-klacht-hoe-houdt-regie/).

[5] Dit in tegenstelling tot de Wkkgz, op grond waarvan de ouders strikt juridisch geen zelfstandig klachtrecht toekomt. Ons advies is echter om u wat betreft dit laatste niet al te formeel op te stellen, zeker in een vroeg stadium waar de kans op de-escalatie nog aanwezig is.