Ontwikkeling Basis GGZ lijkt te stagneren

06-01-2016

De ontwikkeling van de Basis GGZ lijkt te stagneren. Dat blijkt uit de Monitor Generalistische Basis GGZ, die in december gepubliceerd werd. 

Terwijl het aantal patiënten bij de POH GGZ en in de gespecialiseerde GGZ blijft toenemen, is bij de Basis GGZ sprake van een lichte afname van het aantal patiënten. In de regio’s die werden onderzocht steeg het aantal nieuwe patiënten bij de POH GGZ en in de gespecialiseerde GGZ tussen de eerste helft van 2014 en de eerste helft van 2015 met respectievelijk  20 en 11 procent. In de Basis GGZ was daarentegen sprake van een lichte daling (4 procent). In totaal werden in de gespecialiseerde GGZ drie keer zoveel patiënten in behandeling genomen als in de Basis GGZ.

Zoals door de NVGzP en andere beroepsorganisaties al was voorspeld, zijn de producten in de Basis GGZ te krap bemeten. Vooral het product ‘kort’ wordt nauwelijks gebruikt.  Het aandeel van dit product daalde tussen de eerste helft van 2014 en de eerste helft van 2015 van 16% naar 4%. Bijna driekwart van de behandelingen in de Basis GGZ betreft de producten  Intensief (43%) en Chronisch (26%). Uit interviews die gehouden zijn door de onderzoekers komt naar voren dat de producten te klein zijn om volgens richtlijnen te kunnen behandelen.  Daarnaast wordt gesignaleerd dat patiënten tussen de wal en het schip vallen, omdat zij niet binnen de producten van de basis GGZ kunnen worden behandeld. Dit geldt bij voorbeeld voor mensen met een verstandelijke beperking, ouderen en patiënten met persoonlijkheidsstoornissen.

Opmerkelijk is de stijging van de totale kosten van de GGZ. De reorganisatie was bedoeld om deze kosten te drukken, maar deze ambitie lijkt vooralsnog niet waargemaakt te worden. Niet alleen de kosten van de POH GGZ en de Basis GGZ zijn sinds de reorganisatie gestegen, maar ook die van de gespecialiseerde GGZ.

De Monitor Basis GGZ verschijnt elk half jaar. Zij is gebaseerd op onderzoek in een drietal regio’s: Friesland, Zuid-Limburg en Utrecht. De resultaten geven dus geen landelijk of volledig beeld.

Klik hier voor de integrale tekst van het rapport over het eerste half jaar van 2015.

6 thoughts on “Ontwikkeling Basis GGZ lijkt te stagneren

  1. De monitor bevestigt dat de basis ggz in zijn huidige opzet gedoemd is te mislukken. Er moet snel herstel werk plaatsvinden in overleg met verzekeraars.
    Weeffouten in de basis ggz zijn:
    – het zorgzwaartepakket als integraal product met een behandelafspraak waar de psycholoog vervolgens heel te weinig tijd voor betaald krijgt.
    _ het idee dat de zzp gebaseerd kan zijn op een omschrijving van ernst van klachten. Dat is fantasie.
    – de producten zijn te kort voor een DSM behandeling
    – de zorgverzekeraars hebben de zaak verder onderuitgehaald met hun product mix eisen waardoor psychologen gedwongen worden uit contract of zelfstandigheid te gaan. Ik ben om deze reden gestopt en in in loondienst gegaan.
    – het product Umami is terecht toegevoegd om behandeling volgens richtlijn mogelijk te maken en wordt vervolgens genegeerd door Menzis, Achema, Interpolis en CZ. Zodat in de basis ggz geen behandeling duur volgens de evidence based richtlijn mogelijk is,. Dit is absurd.. Een schandaal.
    – wat moet de psycholoog doen als de klant na de 5 of 8, soms 11 sessies die betaald worden (nog) zich lang niet klaar voelt? De klant laten bijbetalen mag niet. Gratis doorbehandelen wat de verzekeraars suggereren? Stapelen en dat vervolgens bij de controles moeten gaan terugbetalen (Ja, dat gebeurt! Wees voorbereid!). Sjoemelen door andere diagnoses te gebruiken? Doorverwijzen naar de s-ggz? Allemaal oneigenijk gebruik dat veroorzaakt wordt door deze regels!
    – de s-ggz groeit alleen maar zo.
    – Deze monitor gaat ervoor zorgen dat de zorgverzekeraars verder in hun reflex gaan schieten en de ggz fraude gaan verwijten in plaats van te erkennen dat de regels onwerkbaar zijn. Het onderling vertrouwen raakt uitgehold en daarmee uiteindelijk de basis van het systeem.
    Wat moet gebeuren?
    – behandelprijs bepalen op het DAADWERKELIJKE GEWERKTE TIJD niet op zgn ernst van klachten. Dat is een farce. Principe is: niet vooraf maar achteraf: loon naar werken. De BASIS GGZ zelf is het zorgzwaarteprocuct! Namelijk enkelvoudige problematiek. Hoeveel nodig is kan achteraf in pakketten verrekend worden. Het product UMAMI 12 tot 18 sessies ca. dient onmiddellijk toegevoegd te worden met ingang van 1 januari 2016. De zorgverzekeraars laten hun product mis eisen met onmiddellijke ingang vallen. Groepsbehandeling dient aantrekkelijker gemaakt te worden, zoals voorheen in de eerste lijn. Tegenstrijdige eisen tussen zorgverzekeraars dient voorkomen te worden. Partner relatie therapie en aanpassingsstoornissen en levensfaseproblemen dienen met een pakket kort behandel te mogen worden.

    -Groepsbehandelingen leveren geen meerwaarde op in tijd: het kost veel voorbereiding en wordt in tijd niet gewaardeerd. Een op een is handiger voor de psycholoog.

  2. Die Basis GGZ is toch een model waar vooral aan de beheerskant voordelen aan zitten. De kosten voor een behandeling zijn gemaximeerd, verder mogen behandelaar en patiënt het uitzoeken. De verdeling van ‘producten’ die zorgverzekeraars naar eigen goeddunken kunnen opleggen is feitelijk ook een rem op omzet. Over inhoud gaat dit niet, en blijkens de presentaties van het bureau dat heeft geadviseerd bij de ontwikkeling van het basis ggz model is dat ook nooit uitgangspunt geweest. De basis ggz is hét voorbeeld van bureaucratische machtsuitoefening over het werk van professionals.

  3. Bij het lezen van de Monitor van KPMG-Plexus en de reacties van mijn collega’s krijg ik het beeld van de GBGGZ als een gekortwiekt vogeltje dat nu moet bewijzen hoe goed deze kan vliegen. Omdat de GBGGZ een tussenschakel is tussen de basiszorg (huisarts en POH-GGZ) en de Gespecialiseerde GGZ is zij ook sterk afhankelijk van deze samenwerkingspartners. Maar ook de zorgverzekeraars drukken hun stempel op de wijze hoe de zorgverleners hun werk in de GBGGZ invullen. Door hun regels kunnen zij de ruimte voor zorgverleners in de GBGGZ vergroten of verkleinen. Gezien alle grote veranderingen de afgelopen jaren ( ELP naar GBGGZ, transitie jeugdzorg, toename regeldruk) kan de vraag gesteld worden of er sprake is van stagnatie of van een succesvolle overleving (zie oa https://www.nvgzp.nl/symposium-basis-ggz/ )
    Uit de Monitor blijkt:
    -Patiënten geven aan dat de afspraken tussen zorgverzekeraar en aanbieders soms leidend zijn in plaats van de kwaliteit van zorg.
    -De criteria op basis waarvan een patiënt naar de GB-GGZ of de gespecialiseerde GGZ verwezen wordt, leiden in de praktijk nog tot vragen. Hierdoor wordt een patiënt soms meerdere keren doorverwezen, voordat de patiënt op de juiste plek in zorg is.
    -Een ander gevolg is dat patiënten niet op de juiste plaats zorg ontvangen. De knip tussen de POH-GGZ en de GB-GGZ zorgt voor de meeste onduidelijkheid. Er bestaat onduidelijkheid over wat de POH-GGZ wel/ niet doet. Dit varieert ook sterk tussen POH’s.
    -Net als in 2014 is er onder huisartsen onvoldoende vertrouwen in de verwijsinstrumenten. Er wordt vanuit huisartsen aangegeven dat de verwijsinstrumenten niet gevalideerd zijn. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat vanuit keurmerken en verzekeraars het gebruik van verwijsinstrumenten steeds meer verplicht wordt.
    -Patiënten ervaren dat bij verwijzing naar de POH-GGZ, GB-GGZ en de gespecialiseerde GGZ, de relaties van de huisartsen met de aanbieders vaak leidend zijn in de keuze. Doordat het nieuwe systeem door patiënten als ondoorzichtiger wordt ervaren, heeft de patiënt minder notie van ‘het systeem’. Om op de goede plek te komen vaart hij dus veelal op de huisarts.
    – Instellingen krijgen de meeste verwijzingen van huisartsen bij wie zij een POH-GGZ hebben gedetacheerd.

    KPMG-Plexus wil nog geen conclusies trekken maar zal in de volgende Monitor ook cijfers betrekken van zorgverzekeraars. Hopelijk wordt dan ook duidelijker in hoeverre allerlei (financiële) belangen invloed hebben op patiëntenstromen. Ik stel voor dat KPM-Plexus voor de volgende Monitors ook de volgende zaken gaat onderzoeken:
    -De gevolgen van maatregelen van zorgverzekeraars op de verschillende patiëntenstromen (omzetplafonds, productmixen)
    -De gevolgen van de aanpassing van de Miroscreener in juni 2015 op het aantal verwijzingen naar GBGGZ en GGGZ? ( Uit analyse en geluiden van gebruikers bleek de complexiteit van de problematiek soms te hoog ingeschat waardoor te vaak het advies Gespecialiseerde GGZ is gegeven
    -Inventarisatie van het aantal deelnemers in GBGGZ en GGGZ waarbi j zowel producten uit de GBGGZ als de GGGZ zijn geopend
    – Uitsplitsing van data van deelnemers en onderzoek van verschillen tussen GGZ-instellingen, voorwaarts geïntegreerde zorg, loondienstconstructies , vrijgevestigden al dan niet georganiseerd in coöperaties of netwerken.

  4. Het zou inderdaad goed zijn wanneer bepaalde zorgverzekeraars zich deze onderzoeksuitkomsten ter harte nemen. Ik heb dezelfde ervaring als Stijn met CZ opgedaan. Omdat ik voor het eerst contracten afsloot met zorgverzekeraars heb ik de moeite genomen om hen te mailen. Ik dacht dat het contract dat zij mij aanboden onderhandelbaar was (ze hebben vast hard gelachen om mijn naïviteit) en ik legde hen in mijn mail uit dat ik als o.a. trauma- en angstspecialist ben (in de BGGZ) en een ander contract wilde afsluiten met 80% intensief. Uiteraard (zeg ik nu) kreeg ik een “nee” van hen. Ik werk als vrijgevestigde ook binnen de JeugdGGZ en dan is het aantal minuten van de basis-GGZ (als je uitgaat van één traject al helemaal) vaak nog minder haalbaar. Je wilt dan namelijk niet alleen evidence based behandeling bieden maar ook de omgeving van het kind/ jongere (ouders/gezin/school) betrekken bij de behandeling. Daarvoor is dan geen ruimte (tijd). Problematiek die door behandelaren in de BGGZ prima kan worden opgepakt en met goed resultaat kan worden afgesloten verdwijnt zo naar de duurdere SGGZ. Mij ontbreekt de logica (ook vanuit financieel oogpunt). Doordat klinische opname capaciteit en dagbehandeling capaciteit is afgebouwd, is de problematiek binnen de poliklinische SGGZ zwaarder geworden en dat geldt ook weer voor de problematiek binnen de BGGZ. Jarenlang werkte ik in loondienst binnen de SGGZ maar krijg nu in mijn vrijgevestigde praktijk vergelijkbare problematiek aangemeld, alleen nu binnen de BGGZ. Hoe kan het toch dat dit niet wordt gezien door zorgverzekeraars en gemeenteambtenaren ? Hoe kan het dat er met deze inzichten geen beter BGGZ beleid wordt gemaakt, met juist een uitbreiding van minuten zodat er kan worden bezuinigd binnen de SGGZ, cliënten toch goed worden geholpen en bij eenzelfde behandelaar kunnen blijven?

  5. Ik kan volledig beamen wat Stijn zegt, en ik wil daar aan toevoegen dat grote groepen mensen met veelvoorkomende en goed behandelbare problemen zoals burnout, relatieproblemen en slaapstoornissen, niet in de basis-ggz behandeld kunnen worden omdat de minister dat niet wil vergoeden. Deze mensen worden vaak zo lang mogelijk binnenboord gehouden bij de POH omdat de verwijsdrempel zo hoog is, maar vervolgens moeten ze toch naar de s-ggz omdat ze echt meer hulp nodig hebben. De optie die de minister voor ogen heeft, namelijk dat mensen die er beroerd aan toe zijn een volledige ggz-behandeling kunnen ondergaan en ook nog betalen, is in de praktijk een fictie.

  6. Dit stuk roept toch enige frustratie bij mij op, met name als ik het naast onze contracten leg. Ik vind het schrijnend wat bijvoorbeeld CZ eist m.b.t. de productmix. Deze Monitor geeft nog geen volledig representatief beeld, maar ik herken me er sterk in als vrijgevestigde.

    Voor de eerste helft van 2015 zijn de volgende producten ingezet:
    4% kort, 15% middel, 43% intensief en 26% chronisch.
    Wat eist CZ van ons? 40% kort, 40% middel en 20% intensief. De wereld op z’n kop. En met ieder nieuw contract wordt de dreiging groter dat ze bedragen zullen terugvorderen als wij ons hier niet aan houden. Overigens mogen vrijgevestigde GZ-psychologen het product chronisch niet eens aanbieden van CZ(!).

    Hoe willen we op deze manier op een fatsoenlijke manier in de GBGGZ onze patiënten helpen? Wij zien bijvoorbeeld veel patiënten voor traumabehandeling, daarvoor is zeer vaak een product intensief nodig, en zelfs dat is vaak te weinig. Alternatief: toch maar doorverwijzen omdat we het onze patiënten niet willen aandoen eerst met ons een band op te bouwen, een intensieve (trauma)behandeling aan te gaan, om vervolgens halverwege alsnog naar de SGGZ te moeten. Vanuit inhoudelijk (hechtings-)perspectief zeer onwenselijk.

    De ironie is dat dit patiënten zijn die prima in de GBGGZ behandeld zouden kunnen worden. Goedkoper dan de SGGZ. Nu blijven ze in mijn optiek ofwel te vaak bij de POHGGZ hangen (omdat ze het eigen risico niet kunnen dragen) of gaan ze alsnog naar de SGGZ, waar ze vaak maanden op de wachtlijst staan.

    Nog een woord over CZ: zij kloppen zichzelf op de borst omdat zij geen omzetplafonds zouden hebben voor de GBGGZ. Per saldo is dit onjuist. Immers, ze maximeren het aantal producten dat we mogen openen in de GBGGZ tot 2 per jaar, en hebben de bizarre 40/40/20% productmix. Op die manier is het onzichtbare plafond gewoon uit te rekenen. Ergens vind ik dit schrijnender dan zorgverzekeraars die wel een zichtbaar omzetplafond hebben. De productmix van CZ grijpt immers direct inhoudelijk in op de manier waarop wij behandelen, een plafond doet dat niet. Al is een plafond op zichzelf ook weer een ongelukkige maatregel (zie: https://www.skipr.nl/blogs/id2103-omzetplafond-maakt-fictie-van-vrije-artsenkeuze-.html).

    Tot slot: inzichtelijkheid voor patiënten in deze voorwaarden schiet ook tekort. Wanneer zij zorgverzekeringen vergelijken zien zij overal bij GBGGZ een “vinkje” staan. Logisch want dit zit in het basispakket. Echter, absurde productmixen, uitsluiting van behandelproducten als chronisch, omzetplafonds, maximering van het aantal producten per jaar, en de inzet van medebehandelaren (CZ verbiedt dit) zijn totaal niet inzichtelijk voor patiënten. Om nog maar niet te spreken van de tariefkortingen op het NZA-tarief.

    Ik sta absoluut niet onwelwillend tegenover de nieuwe indeling van de GGZ. Maar laat de zorgverzekeraars toch stoppen met verborgen bezuinigingsdoelen. Een transitie van de SGGZ naar GBGGZ moet op zichzelf al een besparing opleveren, vanwege de goedkopere zorg. Ga dan niet de aanbieders in de GBGGZ zodanig beperken dat zij de nieuwe doelgroep die zij moeten bedienen niet fatsoenlijk kunnen helpen. Het gaat ten koste van hun enthousiasme en werkplezier. Laat dat nou net twee van de belangrijke eigenschappen zijn voor het bieden van goede zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *